WELKOM OP MIJN BLOG
IK BEN GEBOREN ONDER HET STERRENTEKEN “AQUARIUS” EN DIT VERKLAART MIJN PSEUDONIEM
AQUARIUSONLINE
OVER HET AQUARIUS STERRENBEELD EN HET AQUARIUS TIJDPERK DAT ER NU AANKOMT HEB IK EEN MIN OF MEER
UITGEBREID ARTIKEL GESCHREVEN “HET AQUARIUS STERRENBEELD” DAT JE KUNT TERUGVINDEN IN DE RUBRIEK
“RECENTSTE BERICHTEN”
DIT BLOG HEEFT ALS NAAM COSMOS EN HANDELT UITERAARD OVER DE COSMOS EN GERELATEERDE
ONDERWERPEN IN DE BREEDSTE ZIN VAN HET WOORD.
ONDER ANDERE : DE LAATSTE ONTWIKKELINGEN OP GEBIED VAN ASTRONOMIE, RUIMTEVAART EN EXOBIOLOGIE.
MAAR OOK : DE RANDGEBIEDEN VAN DE WETENSCHAP ZOALS DE UFOLOGIE, HET PARANORMALE EN MYSTERIEUSE
GEBEURTENISSEN.
BEELDEN UIT DE COSMOS
Dit is een mooi beeld van de LMCN A 63A een overblijfsel van een supernova die ongeveer tussen de 2000 tot 5000 jaar geleden is geëxplodeerd. Het blauwe omhulsel dat ontstond na de explosie heeft een temperatuur van ongev. tien miljoen graden Celcius en werd geregistreerd door de Chandra X Ray teleskoop in combinatie met optisch licht (groen) en radio astronomische gegevens (rood).
Hubble Website
Dicht bij de Grote Beer (Ursa Maior) en omringd door de sterren van de Jachthonden (Canes Venatici), werd dit hemelwonder in 1781 ontdekt door de Franse sterrenkundige Pierre Méchain, bekend van het metrieke stelsel. Later werd het toegevoegd aan de catalogus van zijn vriend en collega Charles Messier als M 106.
Moderne, diepe opnamen door een telescoop onthullen dat het een eilanduniversum betreft — een spiraalstelsel met een doorsnede van zo’n 30.000 lichtjaar dat zich op een afstand van ongeveer 21 miljoen lichtjaar ver voorbij de sterren van De Melkweg bevindt.
Deze kleurrijke composietafbeelding benadrukt niet alleen de heldere centrale kern, maar ook de jeugdige blauwe sterclusters en rozerode sterrenkraamkamers langs de spiraalarmen van het stelsel. Eveneens zichtbaar zijn opmerkelijke rode straalstromen van opgloeiend waterstofgas.
Dit is een samengesteld beeld van het restant van de CASSIOPEIA supernova ongeveer 11.000 lichtjaar van ons zonnestelsel verwijderd. Dit zijn de overblijfselen van een massieve ster die ongeveer 330 jaar geleden explodeerde.
Het is een gecombineerd beeld van de Chandra X ray telescoop (rood, groen en blauw) en het optisch beeld van de Hubble telescoop. In het centrum bevindt zich de uitgedoofde neutronenster (zie illustratie).
Een internationaal gezelschap van astronomen heeft de Hubble Ruimte Teleskoop tot het uiterste gedreven van zijn technische mogelijkheden.
Ze hebben het meest afgelegen en oudste object ooit gevonden in het universum. Het licht heeft er 13,2 miljard jaar over gedaan om de Hubble Teleskoop te bereiken, terwijl het universum ongev. 13,7 miljard jaar oud is.
Het moet een compact melkwegstelsel zijn van blauwe sterren dat zo’n 480 miljoen jaar na de Big Bang ontstond.
Het sterrrenstelsel M 82 is 12 miljoen lichtjaar verwijderd en bevat miljarden sterren.
Een gecombineerd beeld van drie NASA observatoria in de ruimte : de Hubble telescoop (optisch licht) – de Spitzer telescoop
(infrarood licht) en de Chandra telescoop (x-ray).
Een prachtig beeld van twee botsende melkwegstelsels, de “Antennae Galaxies” genaamd. Bevinden zich op 62 miljoen lichtjaren van de aarde en zijn een samengesteld beeld van de Hubble Telescoop (zichtbaar licht) de Chandra X-Ray Telescoop (blauw) en de Spitzer Telescoop (rood).
Een internationaal team van astronomen heeft vandaag de ontdekking meegedeeld van de grootste ooit waargenomen ster. De ster is 265 tot 320 maal groter dan onze zon, en miljoenen keer helderder. De ontdekking is te danken aan de in Chili opgestelde Zeer Grote Telescoop (VLT) en aan de ruimtetelescoop Hubble.
De iets meer dan een miljoen jaar geleden geboren ster kreeg de wat moeilijk in de mond liggende naam R136a1. Zij maakt deel uit van een stelsel gigantische sterren dat onlangs is ontdekt door een team onder leiding van professor Paul Crowther, astrofysicus van de Britse universiteit van Sheffield.
Mocht deze ster de plaats innemen van onze zon, zou de uv-straling zo intens zijn dat alle leven op de blauwe planeet onmogelijk was.
Volgens Crowther is R136a1 al een ster op leeftijd: “zij heeft al een vijfde van haar oorspronkelijke massa verloren”. In tegenstelling tot mensen worden sterren groot geboren en neemt hun grootte af met het verstrijken van de jaren.
Dit is een “Lyman Alpha Blob” een samengesteld beeld van verschillende NASA teleskopen onder andere ook de Hubble Space Telescope.
Een Lyman Alpha Blob bestaat uit grote klonten gas en sterrenstelsel en vormt één van de grootste ooit ontdekte structuren in het universum. Anno 2008 zijn er meer dan dertig van gevonden.
Lyman Alpha Blobs zijn driedimensionale netwerkachtige structuren, waarin sterrenstelsels tot viermaal dichter op elkaar gedrukt zijn dan gebruikelijk. Ze hebben een omvang tot aan ongeveer 200 miljoen lichtjaren.
Het fenomeen is vernoemd naar Theodore Lyman (1874-1954).
NGC 6240 biedt een zeldzaam uitzicht op een kosmische catastrofe in zijn laatste fase. De titanische botsing van twee melkwegstelsels vindt plaats op slechts 400 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Ophiuchus (Slangendrager).
De versmeltende stelsels vormen één van de helderste bronnen aan de hemel in infrarood licht, slingeren verwrongen getijdestaarten van sterren, gas en stof de omringende ruimte in en zijn aan hectische geboortegolven van stervorming onderhevig.
De twee supermassieve zwarte gaten in de oorspronkelijke kernen van de melkwegstelsels zullen uiteindelijk ook versmelten tot een enkel, nóg massiever zwart gat. Over niet al te lange tijd blijft er dan slechts één groot melkwegstelsel achter.
Deze dramatische afbeelding van het schouwspel is een composiet van opnamen op meerdere golflengten: rode tinten traceren de emissie van stof in infrarood licht, vastgelegd met behulp van de Spitzer Ruimtetelescoop, terwijl opnamen van sterren en gas, die gemaakt werden in zichtbaar licht met behulp van de Hubble Ruimtetelescoop, zijn weergegeven in groene en blauwe tinten. Het beeldveld is ruim 300.000 lichtjaar wijd op de geschatte afstand van NGC 6240.
A
LEVEN RONDOM DE GASREUZEN ?
De gasreuzen en enkele van hun unieke satellieten.
Gasreuzen zijn planeten die voornamelijk uit gassen bestaan. In ons zonnestelsel bevinden zich twee gasreuzen :
Jupiter en Saturnus.
Tot voor kort werden URANUS en NEPTUNUS ook tot de gasreuzen gerekend maar deze twee planeten worden nu in een aparte groep ondergebracht nl. de ijsreuzen. Maar we willen ons concentreren op de twee gasplaneten en enkele van hun unieke manen. Deze twee planeten hebben beiden een kern van nikkelijzer en silicaten (steen) met daarom heen een dikke mantel van metallisch waterstof en moleculair waterstof. Bij zeer hoge druk kan vloeibaar waterstof overgaan in metallisch waterstof waarbij het de eigenschappen van een metaal krijgt. Moleculair waterstof of waterstofgas is de standaard bouwsteen waarvan sterren gemaakt zijn.
Exoplaneten.
Exoplaneten, dus planeten die zich buiten ons zonnestelsel bevinden, die tot hiertoe rond andere sterren ontdekt werden, zijn doorgaans ook gasreuzen omdat ze met de huidige techniek het eenvoudigst te ontdekken zijn. De op 6 maart 2009 gelanceerde KEPLER telescoop en de DARWIN telescoop (lancering in 2015) zullen op zoek gaan naar niet-gasreuzen of aardachtige planeten (op onze aarde gelijkend) buiten ons zonnestelsel. De Kepler telescoop is een missie van de NASA voor het zoeken naar aardachtige of rotsachtige planeten zoals onze aarde. De telescoop beweegt zich in een baan om de zon en zal een stukje van de ruimte in kaart brengen (ongev. 100.000 sterren).
De eerste exo-planeet werd al in 1995 gevonden, PEG 51 b genaamd, en is een gasreus die dichter bij haar ster staat dan Mercurius bij onze zon.
Wat de ontdekking van niet-gasreuzen of aardachtige planeten betreft heeft er zich in september van 2011 een nieuwe ontwikkeling voorgedaan. Hier integraal het bericht dat door http://www.astronieuws.nl op hun website werd gepubliceerd.
Nieuwe Europese exoplanetenoogst bevat 20 super-aardes
Met de extreem gevoelige HARPS-spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili zijn 55 nieuwe exoplaneten ontdekt, waaronder 20 zogeheten super-aardes – planeten die minder dan 10 keer zo zwaar zijn als onze eigen aarde. Eén daarvan bevindt zich aan de binnenrand van de bewoonbare zone van zijn moederster; op het oppervlak van die planeet zou eventueel vloeibaar water, dus leven kunnen voorkomen. HARPS (High-Accuracy Radial-velocity Planet Searcher) meet de minieme schommelingen van sterren die veroorzaakt worden door de zwaartekracht van een rondcirkelende planeet. De spectrograaf is zo nauwkeurig dat er snelheidsvariaties van slechts twee kilometer per uur gedetecteerd kunnen worden. Daardoor is het mogelijk om planeten te vinden zoals HD 85512b, die slechts 3,6 keer zo zwaar is als de aarde. Daarbij helpt het dat de planeet in een vrij kleine baan rond een oranje dwergster beweegt. Eerder rekenden sterrenkundigen al voor dat er op deze planeet vloeibaar water kan voorkomen, vooropgesteld dat hij een redelijk dik wolkendek heeft. Met HARPS zijn tot nu toe al 155 exoplaneten gevonden, waaronder een stelsel dat minstens zes en misschien zeven planeten bevat. HARPS-waarnemingen aan 376 zonachtige sterren wijzen uit dat veertig procent van al die sterren vergezeld wordt door een planeet die lichter is dan Saturnus. Het aantal sterren met aarde-achtige planeten is waarschijnlijk nog veel groter. HARPS ontdekte ook de planeet Gliese 781d, de eerst ontdekte super-aarde die zich zo goed als zeker in de bewoonbare zone van zijn moederster bevindt. Een tweede kandidaat, Gliese 581g, blijkt bij nader inzien niet te bestaan; HD85512b is nu de tweede bekende super-aarde die mogelijk bewoonbaar is. In tegenstelling tot de Amerikaanse ruimteteleskoop KEPLER, die exoplaneten ontdekt wanneer ze gezien vanaf de aarde voor hun moederster langs bewegen, richt HARPS zich vooral op sterren op relatief kleine afstand van de zon. Volgens teamleider Michel Mayor van de Universiteit van Genève, die in 1995 de allereerste exoplaneet bij een normale ster ontdekte, zijn de nieuwe super-aardes dan ook geschikte kandidaten voor toekomstig vervolgonderzoek, waarbij gezocht wordt naar mogelijke ‘biomarkers’, zoals zuurstof in de dampkring. Deze nieuwe ontdekkingen werden op 12 september 2011 gepresenteerd op de ‘Extreme Solar Systems’-conferentie in het Grand Teton National Park in Wyoming, USA en worden gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. Zestien van de twintig super-aardes werden ook aangekondigd op een ESO-persconferentie. Binnenkort wordt een kopie van HARPS geplaatst op de Italiaanse Galileo-telescoop op La Palma. ESO werkt ook aan nieuwe, gevoeliger instrumenten voor de jacht op exoplaneten : ESPRESSO voor de Very Large Telescope en CODEX voor de toekomstige European Extremely Large Telescope (E-ELT). Volgens Markus Kissler-Patig van ESO zal de E-ELT ook in staat zijn om spectroscopisch onderzoek te verrichten aan de samenstelling van de dampkring van HD 85512b.
Water en getijdekrachten.
De twee gasplaneten Jupiter en Saturnus zijn gezegend met een overvloed aan satellieten. Al deze manen zijn beduidend kleiner dan de aarde, maar een zestal ervan zouden geschikt zijn als planeten indien ze rond de zon zouden wentelen. Vooral Jupiter’s manen Europa, Callisto, Ganymedes en Io en de manen van Saturnus Titan en Enceladus, komen hiervoor in aanmerking. In de veronderstelling dat ons zonnestelsel niet atypisch (van de normen afwijkend) is, zullen velen van de tot nu toe ontdekte exo-gasplaneten vermoedelijk ook veel manen bezitten.
De manen van gasplaneten, dus ook de zestal manen van Jupiter en Saturnus, zouden geschikt zijn voor biologisch of micro-biologisch leven indien er genoeg water voorhanden is en het er niet te heet of te koud is om dit water vast te houden. Dit beweert Caleb Scharf, directeur Astrobiologie van de universiteit van Columbia, die hiernaar onderzoek heeft verricht. Hij zegt dat vooral de grootte van de manen en de zwaartekracht hierin een belangrijke rol spelen. Manen met ongeveer 10 % van de aardmassa en die een gematigde temperatuur hebben zouden genoeg zwaartekracht bezitten om waterdamp of nevel en andere gassen vast te houden. Manen met een massa gelijk aan de planeet Mars of groter zouden zelfs tegelijk een atmosfeer en vloeibaar water kunnen vasthouden indien de moederplaneet niet te ver van de ster verwijderd is. Maar zelfs wanneer de moederplaneet relatief ver van de ster verwijderd is heeft Scharf kunnen aantonen dat leven op manen, in ons zonnestelsel of daarbuiten, mogelijk is dankzij het proces van opwarming door getijdekrachten. De zwaartekracht van de manen zal variëren naarmate ze zich dichter of verder van hun moederplaneet bevinden. Op manen die in een cirkelvormige baan rond hun moederplaneet draaien zal de zwaartekracht ongeveer constant blijven. Manen die in een excentrische (afwijkende) baan rondom hun moederplaneet draaien zullen in een vast patroon hun planeet benaderen en zich daarna terugtrekken. Dit veroorzaakt kleine verschuivingen in de zwaartekracht en zal resulteren in een ritmische compressie van de maankern. In andere woorden, de moederplaneet zal deze maan (manen) langzaam kneden zoals een klomp deeg.
Deze aktiviteit zou dan heel wat warmte genereren zelfs al hebben deze manen een vaste kern. In feite wordt de spin of centrifuge energie uit de moederplaneet gehaald, en in het geval van Jupiter en Saturnus zal deze energie enorm zijn en de opwarming door deze getijdekrachten mogelijk onbeperkt in stand houden. Ten einde de potentie van dit proces aan te tonen geeft Scharf volgend voorbeeld : als je de planeet Mars in een baan rond Jupiter moest brengen op de plaats waar de maan Europa nu staat, zou dit de oppervlakte van Mars met tientallen graden opwarmen onder invloed van deze getijdewerking. Dit zou zeer waarschijnlijk de vulkanische aktiviteit op Mars terug opstarten. Het komt erop neer dat opwarming door getijdewerking van groot belang kan zijn voor manen die doorgaans te weinig licht en warmte ontvangen van hun ster in het stelsel waarin ze zich bevinden. Scharf denkt dat vooral Jupiter’s maan Europa en de Saturnus maan Enceladus vormen van organisch leven zouden kunnen herbergen. De oppervlakte temperatuur van zulke manen moet koud genoeg zijn om het ijs te kunnen conserveren, zelfs indien er geen atmosfeer aanwezig is. Maar het proces van opwarming door getijdewerking zou genoeg potentie in zich hebben om de maan (manen) op te warmen en een warme, vloeibare oceaan onder de ijslaag te creëren. Tot daar in het kort de hypothese van Scharf.
De planeet Jupiter.
De meest massieve planeet in ons zonnestelsel. Samen met haar manen vormt Jupiter een soort van miniatuur zonnestelsel. Jupiter lijkt op een wandtapijt met mooie kleuren en atmosferische karakteristieken. De meest zichtbare wolken zijn samengesteld uit ammoniak. De strepen op de planeet zijn donkere gordels en lichtzones gecreërd door sterke oost-west winden in de bovenlagen van Jupiter’s atmosfeer. Binnenin deze gordels en zones bevinden zich stormsystemen die er al jaren woeden.
De grote rode vlek (zie foto hiernaast) is een gigantische ronddraaiende storm die al meer dan 300 jaar wordt geobserveerd.De kern van Jupiter staat onder zeer hoge druk, is zeer waarschijnlijk zo groot als de aarde, en is vermoedelijk samengesteld uit nikkelijzer steen. Jupiter bezit een enorm magnetisch veld dat zeker 20.000 maal zo sterk is als dat van de aarde en dat wordt gegenereerd door electrische stromen die worden aangedreven door de snelle rotatie van de planeet. De planeet bezit ook enkele ringen die in 1979 werden ontdekt door de sonde Voyager 1 en die samengesteld zijn uit donkere partikels en microscopisch puin.
Jupiter’s manen.
In 1610 ontdekte Galileo Galilei met zijn primitieve telescoop vier kleine sterren in de nabijheid van Jupiter. Hij ontdekte toen de vier grootste en waarschijnlijk meest interessante manen van deze planeet. Ze worden ook wel eens de Galileïsche manen genoemd en kregen de naam Io, Europa, Ganymedes en Callisto (zie afbeelding hiernaast).Galileo zou versteld staan over hetgeen we nu 400 jaar later weten over Jupiter en haar satellieten. Alleen al in het jaar 2003 ontdekten astronomen 23 nieuwe manen die rond deze gigantische gasplaneet draaien. In totaliteit heeft Jupiter nu 50 manen die allen officieel een naam kregen. Er draaien nog talrijke kleine maantjes rond de planeet maar dat zijn naar alle waarschijnlijkheid asteroïden die omwille van de enorme zwaartekracht in een baan rondom de planeet terechtkwamen.
De Galileo sonde.
Deze sonde van de NASA (artistieke impressie hiernaast) werd in oktober 1989 gelanceerd voorzien van hi-tech apparatuur en een verkenner die aan een parachute in Jupiter’s atmosfeer zou neerdalen. Het opzet was het verrichten van een systematisch onderzoek. In december 1995 kwam de sonde Galileo in een baan rondom de gasplaneet en daalde de 339 kg zware verkenner in Jupiter’s atmosfeer. De zes boordinstrumenten registreerden hun metingen en straalden de gegevens door middel van een zendertje naar de ronddraaiende sonde. Bijna een uur lang was de verkenner in staat gegevens door te seinen en viel daarna stil onder invloed van de zware stormen en de verpletterende druk. Inmiddels is bekend dat Jupiter’s dampkring complexer in elkaar zit dan gedacht. Gegevens van de Galileo sonde wijzen erop dat de hoeveelheid water heel wat lager is dan men aanvankelijk dacht. Uit de metingen van de sonde bleek dat ook de hoeveelheid zuurstof heel wat lager is dan bij de zon. Eveneens verbazend was de hoge temperatuur en druk in de bovenste lagen van de atmosfeer. Galileo’s spectrometer detecteerde in de atmosfeer van Jupiter, concentraties van argon, krypton en xenon die hoger uitvielen dan verwacht. Deze chemische elementen worden edele gassen genoemd omdat ze zich heel onafhankelijk gedragen en niet combineerbaar zijn met andere chemicaliën. In de Aardse atmosfeer worden er slechts minieme hoeveelheden van deze gassen gevonden.
De sonde richtte zich ook vooral op de manen Europa, Io en Amalthea en zijn missie werd tot tweemaal toe verlengd. Tenslotte viel de hoofdcomputer uit en werd er besloten de sonde in Jupiter’s atmosfeer te laten opbranden. De Galileo sonde was een van de succesvolste missies van de NASA ooit.
De planeet Saturnus.
In de oudheid was Saturnus bekend als de meest verre van de vijf gekende planeten. De planeet werd in het jaar 1610 ontdekt door de Italiaanse astronoom Galileo Galilei met behulp van een primitieve telescoop. Hij observeerde ook een paar “objecten” aan de beide kanten van deze planeet die hij interpreteerde als een soort afzonderlijke sferische lichamen die aan de planeet vastgehecht waren. De Nederlandse astronoom Christiaan Huygens gebruikte in 1659 een krachtigere telescoop dan die van Galileo en veronderstelde dat Saturnus omgeven werd door een dunne en platte ring. In 1675 ontdekte de Italiaanse astronoom G.D. Cassini een afscheiding in de ring hetgeen we nu kennen als de A en B ringen. Deze afscheiding wordt veroorzaakt door de invloed van het zwaartekrachtveld van de Saturnus maan Mimas (zie afbeelding links).
Saturnus heeft een volume dat 755 maal groter is dan dat van de aarde. In de bovenste lagen van de atmosfeer woeden enorme orkanen die, in de equatoriale regio, 500 meter per seconde halen. ( de sterkste orkanen op aarde halen 110 meter per seconde). Deze super-snelle winden gecombineerd met de warmte die het binnenste van de planeet uitstraalt, veroorzaken de gele en gouden banden in de atmosfeer van Saturnus. Een opmerkelijke eigenschap van Saturnus zijn de ringen die hoofdzakelijk samengesteld zijn uit water en ijs, afgewisseld door opvallende donkere gebieden. De afstand van de ringen tot de planeet bedraagt enkele honderdduizenden kilometers terwijl in sommige ringen de vertikale diepte ongeveer 10 meter bedraagt. Het magnetisch veld van Saturnus is niet zo omvangrijk als dat van Jupiter maar het is toch nog 578 maal sterker dan dat van de aarde.
De manen van Saturnus.
Volgens het Jet Propulsion Laboratory van de NASA draaiden er einde 2009, 62 manen in een baan rond Saturnus en 53 ervan hebben officieel een naam gekregen. Het exacte aantal manen zal zeer waarschijnlijk nooit kunnen worden vastgesteld omdat elk brokstuk in deze planetaire ringen zich in een baan rond de planeet beweegt en technisch gezien dan ook als maan kan worden beschouwd. Het is dus moeilijk een arbitraire scheiding te maken tussen een brokstuk en een kleine maan. Gebruikmakend van grote op aarde gevestigde observatoria en de camera’s van de Cassini sonde, worden er voortdurend nieuwe kleine manen ontdekt. Nieuwe manen ontdekken rond een verre planeet als Saturnus is behoorlijk lastig. Het vergt van de astronomen veel geduld en nauwgezet vergelijken van beeldmateriaal.
De tientallen ijsachtige manen die rond Saturnus draaien variëren drastisch in omvang, vorm, origine en ouderdom, kortom het zijn werelden gekenmerkt door een enorme diversiteit. Sommige manen hebben harde en groffe oppervlakten, terwijl anderen een poreuze structuur hebben omringd door een mantel van ijsachtige partikels. Ze hebben allen meer of minder kraters, velen zijn heuvel of bergachtig en bij een paar manen werd er zelfs tectonische aktiviteit vastgesteld. Deze gegevens werden vooral verzameld door de Cassini ruimtesonde die een aantal van deze manen heeft geëxploreerd en veel opmerkelijke beelden naar de aarde heeft doorgeseind. Hieruit bleek dat vooral twee Saturnus manen in het oog springen met name Titan en Enceladus. Deze beide manen bezitten veel potentieel in verband met een mogelijke aanwezigheid van organisch leven en zijn een verleidelijk doelwit voor toekomstige exploratie.
Het Cassini-Huygens project.
Deze missie werd vernoemd naar de Italiaanse astronoom G.D.Cassini (1625-1712) en de Nederlandse astronoom C. Huygens (1629-1695) reeds eerder vermeld. Dit project werd gerealiseerd door de NASA, ESA en ASI (Italian Space Agency) en bestaat uit een hoofdsonde en een kleine hulpsonde (Huygens) en is een van de grootste, zwaarste en meest complexe van de interplanetaire sondes tot nu toe gebouwd. Hier enkele kenmerken :
Hoogte : 6,8 meter - Doorsnede : 4 meter – Gewicht: 2150 kg (hoofdsonde) 365 kg (Huygens-sonde) – Krachtbron : radio-isotoop thermo-electrische generator – Aantal instrumenten : 12 (hoofdsonde) 6 (Huygens-sonde).
De lancering van de sonde vond plaats op 15 oktober 1997 en bereikte de Saturnus regio zes en een half jaar later op 1 juli 2004. Naast een gedetailleerde kijk op de planeet zelf werd het uitgebreide instrumentarium gericht op de magnetosfeer, de atmosfeer, de ringen en vooral de satellieten van deze gasreus. Vooral Saturnus grootste maan Titan stond in de belangstelling en het spectaculairste deel van de missie bestond uit het afdalen van de Huygens hulpsonde (zie afbeelding) in de atmosfeer van Titan. In december 2004 werd de Huygens sonde van de hoofdsonde losgemaakt en op 14 januari 2005 drong Huygens de atmosfeer van Titan binnen. De eerste signalen toonden aan dat de sonde de tocht door de dampkring en de landing goed had doorstaan en nog dezelfde dag liepen de eerste foto’s binnen.
Hoe krijgen planeten en manen hun exotische namen ?
De planeten in ons zonnestelsel werden allen vernoemd naar figuren uit de Romeinse mythologie en voor de benaming van manen doet men eveneens een beroep op figuren uit de Griekse en Romeinse mythologie. Ook Inuit (Eskimo’s van Groenland en Canada), Gallische en Noorse goden komen in aanmerking. Een nieuw ontdekte maan wordt eerst een werktitel gegeven die de astronomen gebruiken voor identificatie in afwachting van een officiële naam. Een voorbeeld van zo’n voorlopige identificatie is : S/2005-S1 - de eerste S staat dan voor Saturnus (de planeet) – 2005 is het jaar van de ontdekking en de tweede S staat voor satelliet. Nadat het bestaan van de maan werd bevestigd en de baan of traject rond de planeet vastgesteld, wordt er door de Internationale Astronomische Unie (International Astronomical Union) een officiële naam aan gegeven. In principe mag iedereen een suggestie indienen maar uiteindelijk is het toch de voornoemde organisatie die het laatste woord heeft.
De maan IO.
Kenmerken
Links een foto gemaakt door de Galileo sonde in 1999. Alhoewel het op Io’s oppervlak bitterkoud is, is Io het meest vulkanisch actieve hemellichaam en, op de zon en Venus na, de heetste plek van ons zonnestelsel. Enkele van de heetste plekken op Io kunnen temperaturen van 1.727 Celcius bereiken (gemiddelde temp. is min 143 Celcius). De naam IO is afkomstig uit de Griekse mythologie waar het één van de geliefden van Zeus was.
De beelden van Io die de eerste Amerikaanse ruimtesonde Voyager 1 terugstuurde naar de aarde toonden een gevlekt oppervlak en een collage van diverse kleuren die deze maan het uitzicht geven van een soort gigantische pizza. De oorzaak van dit uitzonderlijke kleurenpallet zijn vulkanen ! Io barst letterlijk van de actieve vulkanen die aanzienlijke hoeveelheden sulferachtig materiaal uitspuwen en die het landschap bedekken. Het kleurrijke uitzicht van Io wordt veroorzaakt door de verschillende temperaturen die de uitgespuwde zwavel (mogelijk ook zwaveldioxide) aanneemt. Zoals reeds eerder vermeld wordt de energie voor deze aktiviteit gegenereerd door de getijdewerking van de moederplaneet en ook wel enigzins door de invloed van de manen Europa en Ganymedes. De ontdekking van buitenaards actief vulkanisme werd enthousiast door wetenschappers gadegeslagen en sommige van Io’s vulkaanpluimen rijzen meer dan 300 km boven het oppervlak uit. Een mindere, niet onbelangrijke, bron van energie is dat Io door de magnetische veldlijnen van Jupiter heensnijdt hetgeen een elektrische stroom van mogelijk 1 triljoen Watt veroorzaakt. Volgens de recente gegevens van de Galileo sonde zou Io een ijzeren kern hebben van minstens 900 km. Onder invloed van het actieve vulkanisme verandert het landschap op Io continu en behalve vulkanen bevat Io’s oppervlak eveneens : * niet-vulkanische bergen * meren van gesmolten zwavel * kilometers diepe caldera’s (grote komvormige kraters) * kilometers lange stromen van gesmolten zwavel of silicaat. Volgens recente observaties zouden er op Io verschillende materialen aanwezig zijn zoals o.a. gesmolten silicaatrots en natrium. Io bevat weinig of geen water en de dunne atmosfeer is samengesteld uit zwaveldioxide en andere gassen.
Beeldmateriaal
Dit is een digitaal bewerkte foto van IO in 1997 opgenomen door de Galileo sonde op een afstand van ongev. 600.000 km. Recente analyse van de Galileo gegevens heeft aangetoond dat er zich, onder het oppervlak van IO, een magma oceaan zou bevinden.
Onderaan : een gebied op Io met vulkanische aktiviteit.
De maan Europa.
Europa heeft een bevroren oppervlak en de temperatuur is er gemiddeld min 170 Celcius. Toch is deze maan heel bijzonder omdat er waarschijnlijk tweemaal zoveel vloeibaar water voorkomt als op onze aarde. Het bestaan van primitief buitenaards leven wordt dan ook niet uitgesloten. Europa is volledig bedekt met een laag ijs van tien tot dertig kilometer. Onder deze ijzige oppervlakte zou er zich een oceaan bevinden van vloeibaar zout water met een diepte van rond de honderd kilometer. Gezien de gemiddelde temperatuur aan het oppervlak lijkt dit zeer onwaarschijnlijk, maar er zijn twee mechanismen die deze oceaan verwarmen :
Ganymedes is niet enkel de grootste maan van de planeet Jupiter maar is eveneens de grootste maan uit ons zonnestelsel. Ganymedes is ook groter dan de planeet Mercurius. De naam Ganymedes stamt uit de Griekse mythologie, het was de zoon van koning Tros de oprichter van Troye. Volgens de bevindingen van de Galileo sonde heeft Ganymedes een metalen kern van vermoedelijk 400 tot 1300 km doorsnede. De mantel die de kern omringt bestaat uit ijs en silicaten en het oppervlak bestaat vermoedelijk uit een ijskorst die zich voortbeweegt over de dikke mantel. De gemiddelde oppervlakte temperatuur bedraagt min 164 Celcius.
Callisto is de derde grootste maan uit ons zonnestelsel en heeft, met zijn diameter van 4.800 km, ongeveer dezelfde omvang als de planeet Mercurius. Mercurius is de planeet die het dichts bij de zon staat.
Titan is de grootste maan van de planeet Saturnus en werd in 1655 ontdekt door de Nederlandse astronoom Christiaan Huygens. In de Griekse mythologie waren de Titans een familie van reuzen, de kinderen van Uranus en Gaia. Titan heeft een diameter van ongev. 5.150 km en met schat de ouderdom op 4,5 miljard jaar. Van alle manen in ons zonnestelsel is Titan wellicht de meest intereressante voor wetenschappers en astronomen omdat men al vele jaren vermoed dat er zeeën en rivieren voorkomen op deze maan en dat de atmosfeer van Titan veel gelijkenissen vertoont met de atmosfeer van de aarde tijdens het ontstaan van het leven. Ook Titan is een ijsmaan die bestaat uit een stenen kern met daar rond een dikke mantel van verschillende ijslagen. Titan’s atmosfeer bestaat uit 95 % stikstof en sporen van methaan, argon, ethaan en koolstofdioxide en de temperatuur bedraagt er 94 Kelvin (min 179 Celcius). Rond deze maan hangt steeds een zeer dikke smog en volgens vele wetenschappers zou een gelijkaardig fenomeen zich ook hebben afgespeeld op de aarde in de periode dat het leven ontstaan is.
Titan beschikt niet over een magnetisch veld en daarom is de atmosfeer onderhevig aan verschillende chemische reacties o.a. de vorming van watersterstofgas. Titan’s atmosfeer bevat ook “aerosols” (vliegende stofdeeltjes) en zijn vermoedelijk de oorzaak voor de oranje kleur die de maan heeft. Het oppervlak van Titan was in het verleden zeer moeilijk waar te nemen door de dikke laag smog in de atmosfeer maar dankzij de geslaagde landing van de Huygens sonde, hebben we voor het eerst duidelijk foto’s gezien over het landschap van deze maan. Op één van deze foto’s die de Huygens lander maakte tijdens zijn afdaling is een stelsel van kanalen te zien waardoor wetenschappers denken dat in deze kanalen een vloeistof zou lopen die mogelijk zou moeten uitmonden in een zee of een reusachtig meer. Wetenschappers vermoeden dat deze rivieren en zeeën zouden bestaan uit methaan doordat deze op het oppervlak van Titan in vloeibare toestand kan voorkomen en recente radarfoto’s van de Cassini ruimtesonde, die zich nog steeds in een baan om Saturnus bevindt, tonen inderdaad aan dat er sporen van meren te zien zijn op het oppervlak van Titan.
Titan vertoont enorm veel gelijkenissen met de aarde in de periode dat hier het leven ontstond en doordat er nog steeds methaan wordt aangemaakt in de atmosfeer van Titan zou dit kunnen wijzen op eventuele organische levensvormen want op aarde wordt ditzelfde methaan aangemaakt door tal van levensvormen. Indien er zich dus in ons zonnestelsel ergens leven bevindt, anders dan dat van op aarde, dan is de kans dus groot dat het op Titan is. Uiteraard blijft dit theorie en is verder onderzoek noodzakelijk.
Recente opnamen van de Cassini ruimtesonde tonen volgens sommige wetenschappers aan dat Titan ook over een ondergrondse oceaan zou beschikken, en vermoedelijk zou deze oceaan bestaan uit water en sporen van ammonia. Deze oceaan bevindt zich vermoedelijk onder een honderd kilometer dikke ijslaag.
Het weer op Titan.
Eerder had men al droge structuren waargenomen die op rivierbeddingen lijken maar nu gaan onderzoekers ervan uit dat het regent op Titan.
Een internationaal team van wetenschappers onder de leiding van Elisabeth Turtle van de John Hopkins Universiteit hebben onlangs een daling van de oppervlaktehelderheid vastgesteld rond de evenaar van Titan. Deze “verdonkeringen” traden op nadat men boven dit gebied wolken had waargenomen op foto’s die genomen werden door de Cassini ruimtesonde. Het gebied werd op 27 september 2010 gefotografeerd en is ongev. 2.000 km lang en 100 km breed. De meest voor de hand liggende oorzaak voor deze verdonkeringen is volgens onderzoekers neerslag. Tot nog toe gingen wetenschappers ervan uit dat de eerder ontdekte structuren overblijfselen waren van een vochtiger klimaat uit het verleden. Dankzij deze nieuwe waarnemingen lijkt het er nu op dat de structuren ontstaan door een seizoensgebonden neerslag. In tegenstelling tot het proces van verdamping en neerslag op aarde, bestaat deze “neerslag” op Titan niet uit water maar uit vloeibaar methaan en ethaan. Op aarde kunnen deze stoffen enkel in vloeibare toestand bestaan als ze onder hoge druk gebracht worden. Hieronder een artistieke impressie van het weer op Titan.
De wetenschap zal ongetwijfeld altijd interesse blijven tonen in Titan en in de volgende decenia zal deze maan wellicht nog meermaals bezocht worden door onbemande ruimtetuigen.
Beeldmateriaal
Bovenaan enkele opnamen gemaakt door Huygens terwijl de sonde Titan’s atmosfeer binnendrong.

Bovenaan twee artistieke impressies van hoe het landschap op Titan er zou kunnen uitzien.
Hierboven een artistieke impressie van een inktvisachtig wezen zoals het zou kunnen existeren onder de kilometers dikke ijskorst van een van de Jupiter of Saturnus manen.
De maan Enceladus.
Kenmerken
Enceladus is de zesde grootste maan van Saturnus en werd in 1789 ontdekt door William Herschel een Brits astronoom van Duitse afkomst. In de Griekse mythologie was Enceladus één van de Giganten die werd begraven onder de Etna vulkaan door de god Athena. De eerste gedetailleerde foto’s van deze maan kwamen van de ruimtesonde Voyager in augustus 1981.
Enceladus heeft de grootste albedo (weerkaatsing van het licht) in ons zonnestelsel, hetgeen wil zeggen dat het oppervlak van deze maan bijna alle zonlicht reflecteert. Hierdoor weten we o.a. dat het oppervlak van Enceladus moet bestaan uit vers en proper ijs. Deze maan heeft een diameter van ongv. 500 km en de gemiddelde temperatuur bedraagt er 75 Kelvin (min 198 Celcius). Er zou rond Enceladus een zeer dunne atmosfeer bestaan, maar de massa van Enceladus is zo gering dat de zwaartekracht niet voldoende kan zijn om de atmosfeer bij elkaar te houden. Als er tóch een atmosfeer zou zijn, dan moet deze door een andere oorzaak ontstaan zijn, zoals door “water vulcanisme”.
Wetenschappers hebben kunnen aantonen dat er in het oppervlak van Enceladus tektonische aktiviteit bestaat. Volgens geologen zou het oppervlak vrij jong zijn (minder dan 100 miljoen jaar) en dat het terrein bestaat uit kraters, bergketens, vlakten en groeven. De Cassini ruimtesonde heeft ontdekt dat deze maan zou beschikken over vloeibaar water en er werden ook geisers op het oppervlak teruggevonden die een hoogte van wel 500 km bereiken.
Dit bewijst dat Enceladus inderdaad geologisch aktief is en dat het interieur van deze maan verwarmd wordt, net zoals bij de maan Europa. Onderzoek naar de geisers op Enceladus heeft aangetoond dat er zich mogelijk, diep onder het bevroren oppervlak, een vloeibare oceaan bevindt. Dit is wellicht het eerste bewijs van natuurlijk voorkomend vloeibaar water buiten de aarde, wat deze maan een interessant doelwit maakt voor de astrobiologie. Uiteraard bestaat ook hier de mogelijkheid van organisch leven diep onder de ijskorst van deze maan.
Beeldmateriaal
Bovenaan enkele voorbeelden van de oppervlakte-structuren op deze maan.
Onderaan een foto van Enceladus waarop duidelijk tektonische aktiviteit te zien is.
Hier een paar artistieke impressies van hoe het landschap op Enceladus er zou kunnen uitzien :
TOEKOMSTIGE PROJECTEN.
Het is duidelijk dat de succesvolle Galileo en Cassini/Huygens missies niet het einde betekenen van de exploraties van Jupiter, Saturnus en hun vele fascinerende manen. Bij zowel NASA en ESA liggen voorstellen klaar om ambitieuse nieuwe missies naar de gasgiganten en hun manen te lanceren, een ongeziene samenwerking tussen de twee ruimteagentschappen.
Terugkeer naar Jupiter.
Op vrijdag 5 augustus 2011 werd van op Cape Canaveral in Florida USA met een krachtige Atlas-V draagraket de JUNO sonde met bestemming de planeet Jupiter succesvol gelanceerd. De 1,1 miljard dollar kostende Juno begon dan aan een reis van vijf jaar naar de grootste planeet van ons zonnestelsel. De sonde zal in oktober 2013 een scheervlucht langs de Aarde maken om aan snelheid te winnen. Na aankomst in juli 2016 zal de 4 ton wegende Juno ongeveer een jaar rondom de gasgigant draaien, om tot op een hoogte van nauwelijks 5000 km boven de wolkentoppen te komen. Deze sonde heeft acht instrumenten aan boord die Jupiter’s atmosfeer onder de loupe zullen nemen, zoals de hoeveelheid water en de verdere samenstelling, temperatuur, wolkenbewegingen en andere eigenschappen. Ook onderzoek van magnetische en zwaartekrachtvelden staat op het programma. De studie van de magnetosfeer nabij de polen – in het bijzonder de aurora’s – moet verduidelijken hoe het enorme magnetisch veld van Jupiter invloed heeft op zijn atmosfeer. Het tuig zal welllicht 33 omlopen maken vooraleer in Jupiter’s atmosfeer te worden opgeslorpt. Links een artistieke impressie van Juno.
Daarnaast ligt er bij de NASA en ESA nog een groter project ter studie de Europa Jupiter System Mission genaamd. Het is de bedoeling twee ruimtesonde’s in een baan rond de planeet en de grootste manen Io, Europa, Gamymedes en Callisto te brengen om deze hemellichamen verder in detail te bestuderen en in kaart te brengen.
De Jupiter Europa is de sonde die door NASA gebouwd wordt en de ESA zal instaan voor de Jupiter Ganymedes.
De beide tuigen zouden in 2020 gelanceerd worden om Jupiter rond 2026 te bereiken. Voorzien is een drie jaar durende studieronde van de planeet en de vier manen. Deze eerstvolgende vlaggeschip-missie van NASA en ESA zou in het totaal rond de 4 miljard dollar kosten. Het gezamenlijk opzet is te onderzoeken of er potentieel bewoonbare manen zijn rond deze gasgigant. Het is vooral de maan Europa die met deze missie de volle aandacht krijgt.
Zoals reeds eerder vermeld in dit artikel zou er onder de dikke ijskorst van Europa een vloeibare oceaan liggen. Dit zal men proberen te detecteren door middel van bodempenetrerende radar en sensoren om de zwaartekracht te meten. Ook zal aandacht besteed worden aan het nauwkeurig in kaart brengen van Europa’s oppervlak, topografie en bodemsamenstelling. De sonde die door de ESA zal gelanceerd worden zal ongeveer hetzelfde doen rond Ganymedes, Jupiter’s grootste maan en tevens de grootste maan van ons zonnestelsel. Hieronder een artistieke impressie van de E.J.S.M. Bovenaan de Jupiter Europa en onderaan de Jupiter Ganymedes.
Terugkeer naar Saturnus.
Ook deze toekomstige missie wordt een gezamenlijk project van NASA en ESA. Dit vlaggeschip wordt de Titan Saturn System Mission genoemd en omvat een door de NASA ontwikkelde en gebouwde ruimtesonde die de planeet Saturnus en enkele van zijn manen zal aandoen en eveneens een door de ESA ontwikkeld landingstuig en een ballon voor een doorgedreven wetenschappelijk onderzoek van de atmosfeer rond de maan Titan. Ook de maan Encelades met zijn ijsspuwende geisers is het doel van verder onderzoek. Volgens de huidige plannen van NASA zou deze missie eveneens in het jaar 2020 gelanceerd worden en de ruimtetuigen zouder er ongeveer 10,5 jaar over doen om Saturnus te bereiken.
Dit ruimtetuig zou ongeveer 2 jaar rond Saturnus, Encelades en enkele andere manen cirkelen en verder ongev. 1,5 jaar rond Titan draaien. Ondertussen zal men proberen de Cassini ruimtesonde eveneens door NASA, ESA en het Italiaanse Ruimteagenstschap gelanceerd, nog zeven jaar (tot 2017) in een baan rond Saturnus te houden. In ieder geval zijn deze beide missies een voortreffelijke samenwerking tussen de Amerikaanse en Europese ruimteagentschappen en bedoeld om het ruimteonderzoek verder te stimuleren en in goede banen te leiden.
Hierboven een artistieke impressie van de T.S.S.M. Zowel de sonde, de lander en de ballon zijn hier afgebeeld.
Bronnen.
HET OERAL MYSTERIE
De feiten.
Op 2 februari 1959 vond in de voormalige Sovjet Unie in het Oeralgebergte een vreemde, raadselachtige moord plaats. Tien goedgetrainde bergbeklimmers uit Sverdlovsk (Yekaterinenburg) begonnen onder de leiding van Igor Dyatlov aan een beklimming van de berg Otorten. Negen van hen kwamen onder zeer ongewone en mysterieuse omstandigheden om. Hun tent was ijlings verlaten en hun lichamen werden op verschillende plaatsen in de buurt gevonden. De lichamen hadden allen een onnatuurlijke oranje kleur en op hun kleding werden verhoogde stralingsniveaus gemeten. Na vruchteloos onderzoek schreef de politie hun doodsoorzaak toe aan de “onoverwinnelijke natuurkrachten”.
Op dinsdag 19 februari 2008 verscheen er in “The St Petersburg Times” een artikel in het Engels, geschreven door reporter en stafmedewerkster van deze krant Svetlana Osadchuk, met als titel “Mysterieuse dood van 9 skiërs nog steeds onopgelost”. In dit artikel wordt uitgebreid ingegaan op vele aspecten van deze mysterieuse affaire. Hier volgt een zo nauwkeurig mogelijke vertaling van dit artikel met aansluitend enkele peilingen naar de mogelijke oorzaken. Onderaan op de foto vier van de tien deelnemers aan deze expeditie, van links naar rechts : Ludmila Dublinina, Rustem Slobodin, Alexander Zolotaryov en Zina Kolmogorova en verder een foto van Igor Dyatlov.
“Top secret” aangelegenheid.
Negen ervaren cross-country skiërs verlieten in alle haast hun tent die was opgesteld op een helling van het Oeral gebergte. Dit gebeurde in het midden van de nacht terwijl ze eveneens hun ski’s, voedsel en warme jassen achterlieten. In hun nachtkleding maakten deze jongelui zich hals over kop uit de voeten en renden ze de besneeuwde helling af in de richting van een dicht bebost gebied. Het was min 30 graden Celcius en geen enkele van hen zou deze bittere temperatuur overleven. Experten die deze zaak onderzochten waren verbijsterd en oordeelden dat de groep door een “onbekende en onweerstaanbare kracht” om het leven kwam. Het onderzoek werd abrupt afgesloten en het dossier als “top secret” geklasseerd. Deze gebeurtenis die 50 jaar geleden plaatsvond blijft een van de grootste mysteries van de Oeral. Onderaan een kaartje van de Oeral in Rusland.
Begin 1990 werden de gegevens in verband met dit incident vrijgegeven, maar vrienden van diegenen die stierven zoeken nog steeds naar antwoorden. Bij Yury Yudin de enige die deze expeditie overleefde brandt er nog steeds één vraag op zijn lippen : “wat gebeurde er die nacht echt met mijn vrienden ?”
Yudin, samen met negen andere studenten van het “Ural Polytechnic Institute”, begonnen op 28 januari 1959 met deze skiloop expeditie naar het Otorten gebergte in het noorden van de Oeral. Nabij Vizhai, de laatste nederzetting aan de voet van het gebergte, werd Yudin ziek en bleef daar achter. Onderaan een foto van Yury Yudin uit die tijd en verder een afscheidnemende Yuri Yudin terwijl hij L. Dublinina omhelst en Igor Dyatlov toekijkt.
Wat er met de negen andere expeditieledengebeurde werd gereconstrueerd aan de hand van hun dagboeken en fotografisch materiaal. Als documentatie voor het schrijven van dit artikel werden kopies van de dagboeken, foto’s en archieven geraadpleegd. Op 2 februari zetten de skiërs aangevoerd door Igor Dyatlov, 23, als schuilplaats voor de nacht, hun kamp op langs de helling van de Kholat-Syakhl, een berg nabij de Otorten. Volgens onderzoekers werden hun tenten rond 5:00 pm opgesteld afgaand op foto’s van ontwikkelde filmrolletjes die ze in hun achtergelaten bagage terugvonden. Zie hieronder een foto ontwikkeld van een gevonden filmrolletje. De foto toont de opzet van het kamp op 2 februari 1959 rond 5 uur in de namiddag.

Het is niet duidelijk waarom de negen skiërs deze plaats uitzochten. Ze hadden makkelijk de berg kunnen afdalen naar een bebost gebied waar ze beschut zouden zijn voor de extreme weersomstandigheden. Een omweg van ongeveer 1,5 km. Yuri Yudin, die hierover werd geraadpleegd, denkt dat naar alle waarschijnlijkheid Dyatlov niets van de afgelegde afstand wilde prijsgeven of hij wou het kamperen op een berghelling eens uitproberen. Op het moment dat de groep het instituut verliet en aan de expeditie begon, had Dyatlov beloofd een telegram te sturen van zodra ze terug in Vizhai arriveerden na hun skitocht. Hij dacht dat dit rond 12 februari zou zijn. Maar volgens Yudin vertelde Dyatlov hem dat de groep zeer waarschijnlijk enkele dagen later zou terugkeren dan oorspronkelijk gepland. Daarom was er niemand bezorgd wanneer de groep op 12 februari niet opdook.
Op 20 februari echter werd er door de familieleden aan de alarmbel getrokken en werd er door leraren en studenten van het instituut een zoektocht op touw gezet. De politie en het leger zouden enige tijd later met vliegtuigen en helicopters in aktie komen.
Een raadsel.
Een reddingsteam van vrijwilligers vond het verlaten kamp op 26 februari. “We ontdekten dat de tent half opengereten was en bedekt met sneeuw. De tent was leeg en al hun spullen, de schoenen inbegrepen, waren achtergelaten” vertelde Mikhail Sharavin de student die de tent ontdekte. Zie foto onderaan.
Volgens onderzoekers werd de tent langs binnen opengescheurd en ze vonden voetafdrukken van acht of negen mensen in de metersdikke sneeuw. Men kwam tot de vaststelling dat het voetafdrukken waren van mensen die alleen sokken droegen, één enkele schoen of blootvoets waren. De voetafdrukken van de groep werden door onderzoekers nauwkeurig onderzocht en ze konden geen bewijsmateriaal vinden dat er een gevecht zou hebben plaatsgevonden of dat buitenstaanders de tent waren binnengedrongen. De voetafdrukken, die langs de helling naar beneden liepen naar het bos toe, hielden na 500 meter plots op. Sharavin vond de eerste twee lichamen aan de rand van het bos, onder een geweldig hoge spar. De twee slachtoffers Georgy Krivonishenko, 24 en Yury Doroshenko, 21 waren blootvoets en hadden alleen maar hun ondergoed aan. In de nabijheid lagen verkoolde resten van een vuurtje. Volgens Sharavin waren de takken van de spar afgebroken tot op een hoogte van ongev. 5 meter, hetgeen veronderstelde dat een skiër in de boom was geklommen om naar iets uit te kijken, misschien het kamp. Er lagen ook gebroken takken verspreid in de sneeuw. De volgende drie lichamen, Igor Dyatlov, Zina Kolmogorova, 22 en Rustem Slobodin, 23 werden tussen de boom en het kamp gevonden. Alles wees er op dat deze drie een poging hadden ondernomen om naar het kamp terug te keren. De authoriteiten openden onmiddellijk een gerechtelijk onderzoek, maar de lijkschouwingen konden niet aantonen dat er boos opzet in het spel was. Dokters bevestigden dat deze vijf aan hypothermia (onderkoeling) waren gestorven. Slobodin had een schedelbreuk maar deze kwetsuur zou niet de doodsoorzaak geweest zijn.
Het duurde twee maanden vooralleer de overige vier skiërs werden teruggevonden. Hun lichamen werden in een ravijn gevonden, 75 meter van de spar verwijderd en bedekt met wel vier meter sneeuw. Deze vier slachtoffers, Nicolas Thibeaux-Brignollel, 24 – Ludmila Dublinina, 21 – Alexander Zolotaryov, 37 en Alexander Kolevatov, 25 schenen een traumatische dood te hebben gevonden. Thibeaux-Brignollel’s schedel was verbrijzeld en Dublinina en Zolotaryov hadden verschillende gebroken ribben. Dublinina had geen tong meer. De lichamen vertoonden echter geen uitwendige kwetsuren. Deze vier waren beter gekleed dan de anderen, en diegenen die eerst gestorven waren hadden klaarblijkelijk hun kleren afgestaan aan de anderen. Zolotaryov droeg Dublinina’s jas en muts in namaak bont, terwijl Dublinina’s voet in een deel van Krivonishenko’s wollen broek gewikkeld was. Heel het gebeuren werd nog raadselachtiger toen bleek dat na onderzoek hun kleding gecontamineerd was met een hoog stralingsniveau. Na enkele maanden echter werd het onderzoek afgesloten en de onderzoekers kwamen tot de conclusie dat er geen misdadig opzet in het spel was. Het dossier werd in een geheim archief opgeborgen. Skiërs en andere avonturiers werden voor een periode van drie jaar uit dit gebied geweerd.
“Ik was toen 12 jaar maar kan me de geweldige weerklank, die dit incident bij de bevolking teweeg bracht, goed herinneren. Dit niettegenstaande de pogingen van de authoriteiten om bij verwanten en onderzoekers, de zaak stil te houden” zegt Yury Kuntsevich, hoofd van de in Yekaterinenburg gevestigde Dyatlov Stichting die nog steeds proberen dit mysterie te ontrafelen. Het feit dat het lokale MANSI volk de negen skiërs zouden hebben gedood als wraak omdat ze hun gebied waren binnengedrongen was voor de onderzoekers een voor de hand liggende theorie. Er werden echter geen bewijzen gevonden om deze theorie te ondersteunen. Noch Otorten, noch Kholat-Syakhl werden door de Mansi beschouwd als heilig of plaatsen die taboe waren voor vreemdelingen. Deze theorie werd verder ontzenuwd door een dokter die in 1959 de lichamen onderzocht heeft. Hij bevestigde dat de kwetsuren met zo’n geweldige kracht waren toegebracht, dat dit niet het werk van een individu kon geweest zijn, ook was er bij de slachtoffers geen zacht weefsel beschadigd. Uit de dossiers bleek ook dat volgens deze dokter de aangewende kracht kon vergeleken worden met de gevolgen van een auto-ongeval.
Heldere vliegende bollen.
In het jaar 1990 bevestigde hoofdonderzoeker Lev Ivanov dat hem door regionale authoriteiten werd opgedragen de zaak af te sluiten en alle gegevens als geheim te klasseren. Hij zei dat de authoriteiten bezorgd waren door rapporten van verschillende ooggetuigen, inclusief het meteorologisch instituut en het leger, dat in februari en maart 1959 in dit gebied “heldere vliegende bollen” werden waargenomen. Ivanov bevestigde ook dat hij toen vermoedde en er nu bijna zeker van was dat deze heldere vliegende bollen een direct verband hadden met de dood van deze groep studenten. De in 1990 vrijgegeven dossiers bevatten de getuigenis van de leider van een groep avonturiers die toen diezelfde nacht in dit gebied 50 km meer zuidwaards kampeerden. Hij beweerde dat zijn groep vreemde oranje bollen waarnam die door de nachtelijke hemel vlogen in de richting van Kholat-Syakhl. Onderzoeker Ivanov achtte het niet onmogelijk dat in de loop van de nacht één skiër dit vreemde luchtfenomeen had opgemerkt, zijn tent verlaten had en met zijn geroep de anderen had gewekt. Het zou kunnen dat toen ze in de richting van het bos wegvluchtten er een bol ontplofte, en op die manier de dood veroorzaakte van de vier met ernstige verwondingen en ook Slobodin’s schedel verpletterde.
Ook Yury Yudin, de overlevende, vermoedt dat een explosie zijn vrienden gedood heeft. Hij zei dat de geheimdoenerij die rond het incident hing suggereert dat de groep onbewust een militair testgebied moet zijn binnengedrongen. Het stralingsniveau aangetroffen op de kleding ondersteunt deze theorie. In verband met de doodsoorzaak van deze groep was er volgens Yuri Kuntsevich, hoofd van de Dyatlov Stichting, nog een ander raadselachtig element m.a.w. de aangezichten van de eerste vijf lichamen waren op onverklaarbare wijze gebruind.
“Ik heb de begrafenis bijgewoond van de eerste vijf slachtoffers en herinner mij dat hun aangezichten eruitzagen alsof ze diep gebruind waren” zei Kuntsevich. Yury Yudin zei ook dat er in de vrijgegeven documenten geen enkele aanwijzing stond in verband met de toestand van hun inwendige organen. “Ik weet dat ze voor nader onderzoek in speciale containers werden gestopt” zei Yudin. Er werden echter geen aanwijzigingen gevonden dat er zich nabij Kholat-Syakhl een explosie zou hebben voorgedaan.
Geen spoor van kruisraketten.
Volgens Alexander Zeleznyakov, expert op het gebied van Soviet raketten en officieel functionaris van het Ruimteagentschap Energia, zou een kruisraket gelanceerd vanuit de Baikonur Cosmodroom in Kazakstan het noorden van de Oeral hebben kunnen bereiken, maar er zijn geen aanwijzigingen gevonden dat er destijds een lancering plaatsvond. Een ander lanceerplatform in de voormalige Soviet Unie, Plesetsk, werd pas einde 1959 in gebruik genomen. Zeleznyakov zei ook dat er destijds geen projectielen van andere platformen hadden kunnen worden afgevuurd omdat die toen nog niet bestonden. Het Ministerie van Defensie en het in Yekaterinenburg gevestigde regionale Ministerie van Justitie bezaten hierover ook geen verdere aanwijzigingen gezien de ouderdom van deze zaak.
Yury Kuntsevich bevestigt dat hij met een team recentelijk dit gebied nog had bezocht en er een schroothoop aantrof die er op wees dat in het verleden het leger daar experimenten had uitgevoerd. “We kunnen niet zeggen wat voor soort militaire technologie daar werd getest maar de katastrofe in 1959 werd door mensen veroorzaakt” zei hij. Volgens Yury Yudin zou het kunnen dat het leger het kamp eerst had gevonden vooraleer het reddingsteam het ontdekte. Onderzoekers hebben Yudin dan gevraagd of hij, voor ieder voorwerp gevonden op de site, de eigenaar kon identificeren. Maar hij kon ze niet allemaal thuisbrengen, o.a. een stuk geweven stof waarschijnlijk afkomstig van een legerjas, een bril, een paar ski’s en een onderdeel van een ski, konden door hem niet geïdentificeerd worden. Yudin beweert ook dat hij documenten hed gezien die erop wezen dat reeds op 6 februari een gerechtelijk onderzoek werd opgestart dus 14 dagen vóór het reddingsteam het kamp bereikte.
Dyatlov’s vrienden hebben ook de mogelijkheid onderzocht of dit incident niet kon veroorzaakt zijn door een sneeuwlawine. Een kamp opzetten op een berghelling zou de bovenste sneeuwlaag misschien hebben verstoord, zodanig dat dit enkele uren later een lawine veroorzaakte. Dit zou dan de opengereten tent verklaren die de skiërs dan van binnenuit moeten hebben opengesneden om uit de tent te geraken. Maar deze theorie klopt ook niet helemaal omdat de skiërs te voet het kamp verlieten en meer dan een kilometer gelopen hebben in een temperatuur van minus 30 Celcius. Thibeaux-Brignollel moet minstens buiten westen geweest zijn omwille van zijn verbrijzelde schedel zei Mikhail Kornev, een dokter verbonden aan de militaire academie. Maar zijn vrienden zouden hem ook kunnen gedragen hebben omdat onderzoekers niet juist konden uitmaken of er zich acht of negen paar voetafdrukken in de sneeuw bevonden. Volgens Kornev was het best mogelijk dat ook Dublinina en Zolotarev nog hadden kunnen rondlopen met hun gebroken ribben omdat de situatie zo extreem was.
Recentelijk kwamen zes voormalige redders en 31 onafhankelijke experten in Yekaterinenburg bijeen in een poging dit mysterie te ontrafelen. Zij kwamen tot het besluit dat het leger in dit gebied geheime testen had uitgevoerd en op die manier onvrijwillig de dood van de skiërs hadden veroorzaakt. Maar volgens de deelnemers aan deze vergadering ontbraken hierover nog veel gegevens en ten einde dit incident volledig in beeld te krijgen is het noodzakelijk zowel het Ministerie van Defensie, het ruimteagentschap en de FSB hierover te consulteren. (de FSB is de huidige Russische staatsveiligheid en de opvolger van de KGB) Deze conferentie werd georganiseerd door de “Ural State Technical University”, de Dyatlov Stichting en verschillende niet-gouvernementele organisaties.
Wat er met deze groep echt gebeurd is op 2 februari 1959 zal misschien voor altijd wel een raadsel blijven. Het gebied waar de groep het laatst hun kamp hebben opgezet zal nu officieel “Dyatlov pas” heten. Tot daar het artikel gepubliceerd in “The St Petersburg Times”.
De mogelijke oorzaken.
Het Mansi volk.
Zoals reeds eerder vermeld in het artikel werd door onderzoekers gesuggereerd dat het lokale MANSI volk de groep zouden hebben gedood als wraak omdat ze hun grondgebied waren binnengedrongen. Dit is zeer onwaarschijnlijk omdat de inwendige kwetsuren bij sommige skiërs door een zogenaamde “onbekende en onweerstaanbare kracht” werden veroorzaakt en niet door een of meerdere individuen. De inheemse bevolking van de Oeral vertegenwoordigt maar 1/5 van de totale bevolking in dit gebied en er komt nog bij dat specifiek de Mansi’s met uitsterven bedreigd zijn. Er zouden er nog maar een kleine 200 overblijven woonachtig in geïsoleerde dorpen in de wouden. Onderaan een foto van zo’n nederzetting.

De sneeuwlawine theorie.
Kamperen op een berghelling zoals dit het geval was bij de negen skiërs betekent een reeël gevaar voor lawines. Op hellingen steiler dan 15 graden bestaat er gevaar voor lawine’s en de helling juist boven de kampeerplaats bedroeg 22 tot 23 graden en 50 tot 100 meter hoger bedroeg de helling zelfs 25 tot 30 graden. Deze theorie is echter problematisch omwille van volgende argumentatie :
a) de skiërs verlieten te voet het kamp en hebben nog meer dan 1 km gelopen – b) het hoge stralingsniveau dat op de kleding werd aangetroffen en de staat waarin de lichamen verkeerden spreken dit tegen.
De Almas.
In de bergachtige gebieden in Rusland waaronder de Oeral regio worden er geregeld waarnemingen gedaan van met pels bedekte creaturen die kunnen vergeleken worden met de Tibetaanse Yeti en de Noord-Amerikaanse Bigfoot, maar er ligt geen wetenschappelijk bewijs voor van hun bestaan. De Russische media publiceren geregeld deze verhalen. De mogelijkheid bestaat dat deze creaturen (indien ze bestaan) de groep skiërs zouden hebben aangevallen om welke reden dan ook. Deze wezens worden in de Kaukasus, het Pamir gebergte en de Oeral, de Almasti of ook de Almas genoemd. Almas is het Mongoolse woord voor “wilde man”. Er zijn af en toe rapporten over Almas die boerderijen aanvallen op zoek naar voedsel maar over het algemeen worden ze getolereerd en meer beklaagd dan gevreesd. Ze zijn meestal tussen de 1,50 en 1,80 meter groot, zien er menselijk uit maar ook een beetje op apen gelijkend. De Almasti kunnen met de Yeti vergeleken worden maar hebben kortere armen, minder haar (pels) op aangezicht en lichaam dan andere humanoiden. Ze worden verondersteld van bessen te leven en soms vallen ze schapen aan maar zouden alleen maar hun lever eten. Ze kunnen heel moeilijk worden waargenomen en worden ook nooit ergens dood aangetroffen. Sommigen hebben geprobeerd deze creaturen neer te schieten maar naar verluidt sterven deze jagers later onder mysterieuse omstandigheden. Onderaan een artistieke voorstelling van een Almasti of Alma.
Russische wetenschappers speculeren dat deze humanoiden een overlevende soort is van de eerste Paleo-Asiatische bewoners van Siberië. Volgens Marina Popovitsj, auteur van het boek “Het Sovjet Dossier UFO” houdt deze sneeuwmens de Russische onderzoekers al heel lang bezig. Er werden door de Academie van Wetenschappen van de voormalige Sovjet Unie verschillende expedities uitgezonden om meer te weten te komen over dit mysterieuse wezen. Tijdens deze expedities werd veelal vastgesteld dat de Almasti in die bepaalde streken opdook waar er relatief veel Ufo’s werden waargenomen. Heeft de combinatie UFO-Almasti iets met de dood van onze negen skiërs te maken ? Een vraag die we voorlopig niet kunnen beantwoorden.
Nucleaire ramp.
Het Dyatlov pas incident gebeurde in een periode van de koude oorlog en het ijzeren gordijn. Journalisten die iets over deze zaak publiceerden werden zwaar gecensureerd en onderzoekers konden geen dossiers raadplegen omdat ze gewoon verdwenen waren of als geheim opgeborgen. De mogelijkheid van nucleaire testen of opslag van nucleair afval in dit gebied door de voormalige Sovjet Unie werd in het artikel reeds vermeld. Ook hierover onbreken documenten en dossiers omdat ze nooit werden vrijgegeven. Volgens Dr. Zhores A. Medvedev is deze theorie best haalbaar en hij verdedigde deze stelling in een artikel in “New Scientist” in 1976.
Reeds in 1958 werd er door de voormalige Sovjet Unie regelmatig nucleair afval in metalen 55 gallon vaten gedumpt in relatief ondiepe kuilen in het Oeralgebergte. De vaten met radioactief afval werden met vrachtwagens tot in de kuilen gebracht en dan werden ze door bulldozers met aarde gevuld. Dit was reeds enkele jaren aan de gang maar roestvorming op de vaten veroorzaakte lekkage. Volgens Medvedev vond er in 1958 in het Oeralgebergte als gevolg daarvan een geweldige en niet voorziene nucleaire explosie plaats die hij vergeleek met een vulkaanuitbarsting. De ontstane radioactieve wolk verspreidde zich over honderden kilometers en duizenden mensen werden besmet. Dit werd vrijwel onmiddellijk door de nucleaire industrie en ook sommige politici in het Westen ontkend. Ze beweerden dat er geen gevaar bestond en dat Medvedev het niet bij het juiste eind had. Maar hij repliceerde hierop met het schrijven van een boek over dit incident met als titel “Nucleaire Ramp in de Oeral” gepubliceerd in 1979.
Dit zou wel eens de oorzaak kunnen geweest zijn van het verhoogde stralingsniveau op de kleding van de groep skiërs omdat de bodem daar toen heel waarschijnlijk nog zwaar gecontamineerd was. Ook het verbod om dit gebied nog te betreden gedurende een periode van drie jaar wijst in die richting.
De M-Zone.
In februari en maart van 1959 werden er mysterieuse heldere en oranje bollen waargenomen in het gebied waar de skiërs toen vertoefden en die volgens getuigen in de richting van de Dyatlov pas vlogen. Sommige onderzoekers beweren dat deze Ufo’s iets te maken hadden met de dood van deze jongelui en dit was ook de mening van hoofdonderzoeker Lev Ivanov. De M-zone of de zogeheten Mysterie-zone werd in 1989 ontdekt en is gesitueerd in de Russische Oeral regio nabij het dorp Molebka en heeft een omtrek van ongeveer 70 vierkante kilometer. Onderaan een kaartje van deze M-zone.
Pas aan het einde van de jaren ’80 werd men zich buiten Rusland bewust van het bestaan van deze zone en de geheimzinnige zaken die er voorvallen. Zelfs vele Russen hadden er geen weet van. In deze zone zouden o.m. veel Ufo’s zijn gesignaleerd en nabije ontmoetingen met buitenaardsen hebben plaatsgehad. Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1989 ondernamen ufologen diverse expedities naar de zone. Een van de onderzoekers Valeri Jakimov, woonachtig in dit gebied, deed tijdens zijn eerste expeditie naar deze zone in 1989 opmerkelijke waarnemingen in de lucht waaronder : kleine witte en oranje bollen op betrekkelijk geringe afstand van elkaar. Hij zag zelfs een witte lichtstraal uit de bollen schieten.
De geoloog A. Batoerin beweert echter dat deze heldere en gloeiende bollen van geologische aard zijn. Bij actieve breuken in de aardkorst komen vaak dergelijke verschijnselen voor : bollen, zuilen en stralen die voor Ufo’s worden aanzien. Onderaan enkele foto’s genomen in deze zone.
Lezers die meer informatie wensen over deze mysterieuse zone kunnen deze interessante website bezoeken : http://phantomsandmonsters.wetpaint.com/page/M-zone%2C+M-triangle+-+Russia
Conclusie.
De tien deelnemers aan deze skitocht die nu het “Dyatlov pas” incident genoemd wordt waren afkomstig uit SVERDLOVSK (Yekaterinenburg regio) en deze plaats ligt eigenaardig genoeg midden in deze M-zone (zie kaartje). Deze zone werd pas in 1989 ontdekt maar het is opmerkelijk dat in 1959 het jaar waarin de expeditie naar de berg Otorten plaatsvond er in deze regio reeds heldere vliegende bollen werden waargenomen. Dit is 30 jaar eerder en, alhoewel de “Dyatlov pas” in het noordelijk gedeelte van de Oeral ligt en de M-zone in de centrale Oeral, manifesteerden deze luchtfenomenen zich toen ook in de noordelijke Oeral.
Of ze nu van geologische of exotische oorsprong waren, het ziet er naar uit dat de dood van de negen skiërs toch iets te maken had met deze vreemde luchtfenomenen. En als het verhaal van de nucleaire explosie, gesuggereerd door Medvedev, klopt moeten we ook hier een verband zoeken met hun nucleaire contaminatie. De juiste toedracht zullen we heel waarschijnlijk nooit te weten komen.

Bronnen :
Literatuur : “Het Sovjet Dossier UFO” Marina Popovitsj
“De Sovjet UFO Dossiers” Paul Stonehill
Websites :
http://mysterious-places.suite101.com

MYSTERIEUSE ARTEFACTEN
Men noemt ze ook “OOP Art” afgeleid van het acroniem Out-Of-Place Artefact, een term bedacht door de Amerikaanse zoöloog Ivan T. Sanderson m.a.w. een historisch, archeologisch en paleontologisch object gevonden op een zeer ongewone of zelfs onmogelijke locatie. Het zijn onmogelijke fossielen, buiten-de-tijd archeologie, anachronistische artefacten, en indien we van de veronderstelling uitgaan dat onze wereldgeschiedenis correct is, zouden ze in feite niet mogen bestaan. Het algemeen publiek is met het begrip OOP Art niet vertrouwd en het is zelfs voor de meesten totaal onbekend. Het zijn als het ware objecten en artefacten die gevonden worden op een verkeerde locatie en volledig buiten de tijd vallen. Een extreem voorbeeld zou kunnen zijn : veronderstel dat je in de Egyptische Vallei van de Koningen een verzegeld graf openbreekt en daarin een gsm of mobieltje terugvind, dan zou je een OOP Art hebben gevonden. Eigenaardig genoeg blijven deze artefacten geregeld opduiken, in feite zoveel dat de orthodoxe wetenschap niet langer de moeite neemt ze te begrijpen en ze gewoon negeert. Er bestaan veel voorbeelden van vreemde artefacten, veel meer dan de meeste geologen, archeologen en andere wetenschappers durven toegeven.
Waarom zijn ze zo fascinerend ? In eerste instantie zijn de meeste van deze objecten echt en tastbaar. In tegenstelling tot geesten, mysterieuse creaturen zoals Bigfoot, het Loch Ness monster en andere paranormale fenomenen zijn deze onverklaarbare artefacten heel reëel, ze werden ontdekt, aangeraakt en onderzocht. We kunnen er niet naast kijken en ze blijven onverklaarbaar voor de huidige wetenschap. Ze nemen als het ware een loopje met de normale wetenschappelijke tijdlijn of nog anders uitgedrukt, de geologische en antropologische chronologie. Het is verbijsterend te moeten vaststellen dat ofwel onze dateringstechnieken fout zijn m.a.w. de geologie lijkt niet te zijn wat we er ons van hebben voorgesteld, ofwel dat onze algemeen geldende opvattingen en kennis over de geschiedenis van het leven op deze planeet, niet helemaal kloppen. Het is in ieder geval zo dat deze vervelende artefacten het rationele en orthodoxe denken overhoop halen.
Volgens de fundamentalistische interpretatie van het Oude Testament in de Bijbel zou de mensheid slechts enkele duizenden jaren oud zijn terwijl de wetenschap ons vertelt dat dit louter fictie is en dat de mens enkele miljoenen jaren, en de menselijke beschaving enkele tienduizenden jaren oud zijn. Zou het kunnen dat de conventionele wetenschap even fout zit als de verhalen in de Bijbel ? Niet volgens de zogenaamde “creationisten” die met de vondst en het bestaan van deze objecten de evolutietheorie willen weerleggen en hiermee de juistheid van de pre-historische Bijbelverhalen willen aantonen. Aanzienlijk archeologisch bewijsmateriaal zou er echter op wijzen dat de geschiedenis van het leven op aarde gevoelig afwijkt van wat de huidige geologische en antropologische teksten ons vertellen.
Er zijn echter enkele andere hypothesen die het bestaan van de OOP Art zouden kunnen ondersteunen en die de algemeen geldende kijk op de evolutietheorie en de geschiedenis van de mensheid in vraag stellen. Zou het kunnen dat enerzijds, de menselijke beschaving werd opgestart door “aliens” van buiten de aarde, of anderzijds dat er in een ver verleden op deze planeet een hoogtechnologische beschaving bestond die deze artefacten hebben achtergelaten ? Uiteraard zien ook veel geologen, archeologen en wetenschappers OOP Art als het resultaat van verkeerde interpretaties of doorgedreven fantasie, of hebben de aanhangers van OOP Art gelijk die beweren dat wetenschappers door hun halstarrige en ignorante houding enorm veel kennis over het hoofd zien.
In het gunstigste geval zijn het verkeerd gedateerde of kundig vervalste objecten die met opzet ergens zijn geplant om verwarring te creëren, maar in het ergste geval zijn ze het bewijs voor een foutieve geschiedkundige theorie. Mede om die laatste reden worden deze objecten vaak door de gevestigde wetenschap genegeerd. Het compleet op zijn kop moeten zetten van geschiedkundige theorieën zal voor veel wetenschappers kopzorgen geven omdat ze hun carrières voor een groot deel bouwen op bepaalde algemeen geaccepteerde wetenschappelijke dogmas. Het plotseling moeten verwerpen van een theorie die al decennialang overeind staat, zou voor veel uitgevers, bibliotheken, wetenschappers, leerstoelen, faculteiten en reputaties een regelrechte nachtmerrie betekenen.
Laten we nu een drietal hypothesen onder de loupe nemen die deze vreemde vondsten zouden kunnen verklaren.
Verdwenen beschavingen.
Indien we ervan zouden uitgaan dat de menselijke geschiedenis een gigantisch museum is dat alle kennis over dit specifieke onderwerp bevat, dan zouden we tot de ontdekking komen dat er in dit museum verschillende kamers gesloten blijven. Feiten die contradictorisch staan ten opzichte van algemeen aanvaarde opvattingen i.v.m. de menselijke geschiedenis worden door de wetenschappers opzij geschoven. De auteurs en onderzoekers Michael A. Cremo en Richard L. Thompson hebben echter veel van deze deuren geopend en zowel leken als ingewijden de mogelijkheid gegeven binnenin een kijkje te nemen. Linksonder een foto van Cremo en rechts een foto van Thompson.
Cremo en Thompson hebben het lef en de moed gehad om over deze vreemde archeologische vondsten te schrijven en in 1993 zag hun lijvige boek “Forbidden Archeology – the hidden history of the human race” van meer dan 900 bladzijden, het levenslicht. Cremo en zijn team hadden jarenlang research gedaan in de kelders van musea en universiteiten op zoek naar “vervelende vondsten”. In dit dikke boek vind je ze bijna allemaal terug : vondsten uit de oudheid die het hele beeld van de menselijke evolutie overhoop halen. Het is een uitgebreid en uitputtend overzicht geworden van allerlei vondsten uit de oudheid die nog nooit zijn verklaard. De beide onderzoekers baseren zich op, en verklaren deze vondsten, vanuit oude Hindoeïstische Veda’s.
Veda’s zijn de oudste religieuze geschriften ter wereld. Er staan geen wetten of regels in, maar hoofdzakelijk zaken m.b.t. God. Tevens worden zaken als filosofie, astrologie, wiskunde, geneeskunde, het universum, de natuur en de juiste levenswijze vermeld. De Veda’s zijn onststaan tussen 1500 en 500 voor Christus. Als we deze Veda’s mogen geloven bestaan de aarde zowel als de mens al miljoenen jaren en vormen ze een aaneenschakeling van opkomsten en ondergangen van beschavingen. Op die manier zou het dus kunnen dat we “moderne” artefacten vinden in aardlagen die zeer oud zijn. De publicatie van dit boek lokte furieuze discussies uit in de wetenschappelijke hoek, en de auteurs werden van pseudowetenschappen beticht. De schrijvers vielen de stoffige academici hiermee op eigen gebied aan en gooiden als het ware de knuppel in het hoenderhok, zodanig dat veel aanhangers van Darwin’s evolutie theorie op hun achterste poten stonden. Cremo blijft echter publiceren en probeert nauwkeurig in te gaan op de aanvallende argumentatie van zijn tegenstrevers. De discussies zijn nog steeds niet verstomd maar Cremo wordt nu in veel wetenschappelijke kringen wel degelijk au sérieux genomen. Recentelijk is Cremo’s nieuwste boek verschenen “Human devolution” waarin hij een alternatief schetst voor de evolutie theorie van Darwin. Deze korte uiteenzetting baseert zich vooral op de visie van Cremo en Thompson als zouden deze vreemde artefacten hun oorsprong vinden in oeroude en verdwenen beschavingen. Onderaan een bladzijde uit één van de vier Veda’s.

Een andere opvatting en mogelijke verklaring voor deze opmerkelijke vondsten zou echter ook de in het Engels genaamde Ancient astronaut of Paleo contact hypothese kunnen zijn. Dit zou in grote lijnen neerkomen op de veronderstelling dat intelligente buitenaardse wezens, ook oude astronauten of aliens genaamd, de aarde hebben bezocht en dat deze contacten aan de oorsprong liggen, of de ontwikkeling hebben bewerkstelligd, van de menselijke culturen, technologieën en/of de religies. Enkele van deze theorieën wekken de suggestie op dat de godheden van de meeste – indien niet alle – religies eigenlijk buitenaardsen zijn en dat hun technologieën worden aanzien als bewijs van hun goddelijke status. Deze theorieën hebben in wetenschappelijke kringen nooit op veel bijval mogen rekenen en er werd weinig of geen aandacht aan besteed in wetenschappelijke studies. Deze ideeën werden gepopulariseerd, vooral in de laatste helft van de 20e eeuw, door schrijvers zoals :
Erich von Däniken – Zecharia Sitchin en Robert K.G. Temple.
De aanhangers van deze theorieën beweren dat mensen nakomelingen of zelfs creaties zouden zijn van buitenaardse wezens die duizenden jaren geleden op aarde geland zijn. Dit zou dan impliceren dat veel van onze kennis, religies en cultuur van deze buitenaardse bezoekers afkomstig zou zijn die dan als een soort “moedercultuur” zou gefungeerd hebben. Voorstanders van deze theorieën beweren dat de vreemde archeologische artefacten die samen met bepaalde kunstvormen en legenden op aarde worden aangetroffen anachronistisch zijn, of in andere woorden, ze gaan de vermeende technische capaciteiten van de historische culturen met dewelke ze worden geassocieerd, ver te boven. Op die manier worden deze voorwerpen en kunstvormen dan geïnterpreteerd als zijnde het resultaat van buitenaardse contacten en technologie. De wetenschappelijke wereld staat over het algemeen sceptisch tegenover zulke ideeën en acht het niet noodzakelijk deze theorieën aan te wenden om de leemten in de geschiedenis van de oudheidkunde te verklaren.
Zoals reeds eerder aangehaald zijn er een drietal proponenten van deze theorieën. Wat is hun stelling en waarop is ze gebaseerd ?
Erich von Däniken

Zecharia Sitchin
Sitchin baseert zijn theorie op de interpretatie van oude Sumerische kleitabletten, Midden Oosterse teksten, megalitische sites en artefacten van over de hele wereld. Hij beweert dat de goden van het oude Messopotamië in feite astronauten waren van de planeet “Nibiru” die volgens de Sumeriërs een ver verwijderde “12e planeet” moest zijn (de zon, maan en Pluto meegerekend) en geassocieerd werd met hun god Marduk. Volgens Sitchin blijft Nibiru in een baan rond de zon draaien die 3.600 jaar duurt en zou de asteroïdengordel, die zich tussen de planeten Mars en Jupiter bevindt, de uiteengevallen overblijfselen zijn van de planeet “Tiamat” die volgens hem werd vernietigd tijdens één van de doortochten van Nibiru door ons zonnestelsel. Hedendaagse astronomen hebben echter geen bewijsmateriaal gevonden om Sitchin’s bewering te staven.
Volgens Sumerische legenden zouden een 50tal Anunnaki, de bewoners van Nibiru, ongeveer 400.000 jaar geleden de aarde hebben bezocht met de bedoeling hier grondstoffen en vooral goud te ontginnen. Na een tijd lieten zij het werk in de mijnen over aan werkkrachten die zij creëerden door toepassing van genetische technieken. Na veel geëxperimenteer creëerden zij uiteindelijk homo sapiens sapiens, de “Adapa” (model man) of de Adam uit het Oude Testament. Sitchin beweert verder dat de Anunnaki zich bezighielden met de menselijke aangelegenheden of historie totdat hun eigen cultuur werd vernietigd door toedoen van catastrofen met globale omvang zoals het plotse einde van de laatste ijstijd ongv. 12000 jaar geleden. Toen zij merkten dat het menselijk ras dit had overleefd en al wat zij zelf hadden opgebouwd vernietigd was, verlieten de Anunnaki de aarde nadat zij de toenmalige aardbewoners de mogelijkheid en de middelen hadden gegeven om voor zichzelf in te staan.
Onderaan een voorstelling van de planeet Nibiru.
Onderaan een afbeelding van een Sumerisch kleitablet en een paar vermeende oude afbeeldingen van de Annunaki.

Robert Temple
Deze oriëntalist en sanskrietkenner publiceerde in 1976 het boek “The Sirius Mystery” in het Nederlands uitgebracht onder de titel “Het mysterie Sirius”. Dit boek heeft als uitgangspunt de vraag of de aarde ongev. 5000 jaar geleden door intelligente wezens uit de omgeving van de ster Sirius is bezocht. Een Afrikaanse stam uit het noordwesten van Mali, de Dogon genoemd, bewaart hierover verhalen en overleveringen. Volgens nog voortlevende tradities van het primitieve Dogon volk hebben bewoners van een planeet uit het Sirius stelsel de ontwikkeling van de menselijke beschaving op gang gebracht en leeft dit nog steeds voort in hun tradities. Temple ontdekte tijdens een studie van deze Afrikaanse traditie relaties tussen de Dogon en de oude Egyptische en Soemerische beschavingen. Deze stam zou een gevorderde astronomische kennis bezitten die ze van deze buitenaardse bezoekers zouden geërfd hebben. Wetenschappers hebben zijn conclusies bekritiseerd, wijzen op bepaalde tegenstrijdigheden en veronderstellen dat de Dogon hun astronomische kennis zouden hebben verkregen van Europese bronnen. Onderaan een voorstelling van het Sirius sterrenstelsel en een afbeelding van de Dogon dansers.
Naast de hypothese van oude en verdwenen beschavingen van Cremo en Thompson en deze van de oude astronauten duikt er nog een andere en meer exotische verklaring op voor het bestaan van deze OOP Art, met name de hypothese van de “human time travellers”. Deze hypothese komt er op neer als zouden onze verre nazaten in de toekomst een middel gevonden hebben of de technologie beheersen om terug naar het verleden te reizen. Tijdens deze bezoeken aan het verleden (onze tijd en vroeger) laten ze dan deze vreemde artefacten achter. Zowel Dr. Bruce Goldberg als Marc Davenport zijn overtuigde aanhangers van deze tijdreizigers theorie.
Dr. Bruce Goldberg
Heeft een doctoraat in de biologie en chemie en is gespecialiseerd in de hypnotherapie. Hij publiceerde een boek “Time Travellers from Our Future” genaamd waarin hij een relaas doet van mensen die werden ontvoerd door wezens die ofwel onze verre nazaten vertegenwoordigen of futuristische buitenaardse wezens zijn, afkomstig uit het jaar 3000 tot 5000. Hij noemt ze “Chrononauts” en hun bezoekjes zouden er op gericht zijn ons te assisteren in onze spirituele groei. Hij somt vier verschillende types op :
De grijzen - een insectachtige alien.
De hybriden - een mengeling van mensen en wezens van andere planeten.
Pure mensen of aardbewoners – dus onze verre nazaten.

De reptielachtigen – ze zijn 100 % buitenaards en zouden zich een beetje vijandig opstellen.
Hier verder op ingaan zou ons echter te ver leiden.
Marc Davenport (overleden)
Was ingenieur in de scheikunde en bedrijfsingenieur totdat hij in 1985 full-time freelance schrijver werd. Hij publiceerde het boek “Visitors from Time” waarin hij stelt dat ufo’s een technologie aanwenden die zó geavanceerd is dat ze letterlijk de ruimte-tijd structuur kunnen kromtrekken. Blijkbaar hebben buitenaardsen geleerd hoe ze de tijd (als vierde dimensie) kunnen manipuleren als een deel van hun uitzonderlijke technologische kennis.
Lezers die zich verder willen verdiepen in het thema “Tijdreizen” kunnen op deze “Wikipedia” link klikken : http://nl.wikipedia.org/wiki/Tijdreizen
Dit artikel geeft een korte uiteenzetting waarin verschillende aspecten van tijdreizen en paradoxen bij tijdreizen aan bod komen.
*****************************************************************************************************************************************
Voorbeelden van OOP Art zijn legio maar we willen ons hier beperken tot de meest representatieve en betrouwbare van deze geheimzinnige artefacten. Hier enkele beroemde gevallen van deze vermeende Out Of Place Artefacts :
De fundamenten van het tempel complex te Baalbek in Libanon
Dit massieve platvorm van Baal Hadad is uniek in de wereld. Het is 90 meter lang, bijna 60 meter breed en 10 meter hoog. De trilithon is samengesteld uit drie stenen van 19 meter lang, 4,2 meter breed en 3,6 meter hoog. Ze werden uitgehouwen uit natuurlijke kristalachtige kalksteen vanuit een steengroeve die ongv. 1 km verderop ligt. Ze wegen elk 870 ton. Ze werden 10 meter hoog geplaatst en zijn zo accuraat gehouwen en geplaatst dat je er geen scheermesje kunt tussenkrijgen. Ze werden op een laag van 19 identieke blokken geplaatst die tussen de 350 en 400 ton wegen.
Een trilithon is een structuur bestaande uit twee grote verticale stenen die een derde horizontale steen ondersteunen. De benaming wordt gebruikt in de context van grote megalitische monumenten. Waarom is deze stenen constructie een raadsel voor de hedendaagse wetenschappers, ingenieurs en archeologen ? De methode gebruikt voor het opdelven, transport en nauwkeurige plaatsing van deze stenen, staat boven de technische mogelijkheden van eerder welke oude of moderne constructeur. Veel geleerden die verveeld zitten met de idee dat, oude culturen een kennis zouden hebben verkregen superieur aan die van vandaag, zijn tot de conclusie gekomen dat de massieve Baalbek stenen heel moeizaam van de nabije steengroeve naar de tempellocatie werden gesleept. Beelden uitgekerft in muren van Egyptische en Mesopotaanse tempels geven inderdaad aan dat deze transportmethode, gebruikmakend van touwen, houten rollen en duizenden werklui, toen veelal van toepassing was. Maar deze steenmassa’s waren, wat afmetingen en gewicht betreft, slechts 1/10 van de steenblokken gebruikt op de Baalbek site. De steenmassa’s in Egypte en Mesopotanië werden eveneens vervoerd op vlakke ondergronden en brede paden. De route van de steengroeve naar de Baalbek site is echter steil en gaat over ruw en bochtig terrein en er is absoluut geen aanwijzing dat in oude tijden deze oppervlakte werd bewerkt om het transport te vergemakkelijken. Onderaan een kaartje met de locatie van Baalbek en drie afbeeldingen van de Baalbek site.

Buiten het dorpje Amesbury in het Engelse graafschap Wiltshire bevindt zich een kringvormig monument van liggende en staande stenen. Voor de constructie van dit massieve monument werden stenen gebruikt gaande van 4 ton tot 25 ton. Er werden o.a. 5 trilithons opgericht met een gewicht van ongv. 45 ton. Er wordt verondersteld dat de steenblokken uit steengroeven van 30 km tot zelfs 385 km verderop werden aangevoerd. De eerste theorieën gaven aan dat deze constructie door de Druïden of zelfs door de Romeinen werd gebouwd, maar in de loop van de 20e eeuw werden deze theorieën weerlegd. Het is nu quasi zeker dat, meer dan 2000 jaar, voordat de Kelten en later de Romeinen dit gebied binnendrongen, met de constructie ervan werd begonnen. Algemeen wordt aangenomen dat de Neolitische bevolking van de Britse eilanden ongev. 5000 jaar geleden begonnen is met de oprichting ervan. Rond de cirkel met stenen liggen aarden wallen en greppels die nog veel ouder moeten zijn. Niemand weet juist waarom en door wie Stonehenge gebouwd werd. Mogelijk was Stonehenge een heilige plek waar religieuze rituelen en ceremonies plaatsvonden. Sommigen beweren dan weer dat het een astronomische functie had omdat sommige stenen zó gepositioneerd zijn dat ze speciale tijdstippen aangeven zoals de opkomst en ondergang van de midzomer- en midwinterzon.
Zowel de constructie van Stonehenge als het transport van de stenen naar de site rond Amesbury blijft een raadsel. Op architecturaal gebied was Stonehenge zijn tijd ver vooruit en men kan zich afvragen hoe pre-historische mensen, die nog niet eens het wiel hadden uitgevonden, deze megalitische constructie hebben kunnen oprichten. Onderaan een drietal afbeeldingen van deze site.
*********************************************************
De Moai standbeelden
Deze geheimzinnige standbeelden bevinden zich op het Paaseiland ook “Rapa Nui” genoemd en is het meest afgelegen bevolkte eiland op onze planeet. Het ligt in de Stille Oceaan op ongeveer 3.600 km van het Zuid Amerikaanse continent. Dit eiland is bezaaid met 887 enorme monolitische stenen beelden de MOAI genoemd. De grootste van deze Moai weegt 84 ton, dit is evenveel als een kudde van 12 olifanten die elk zeven ton wegen !
De traditionele naam van het eiland is eigenlijk “Te Pito” of “Te Henua” hetgeen “het centrum of navel van de wereld” betekent. Men neemt aan dat deze beelden gedurende een relatief korte periode werden uitgehouwen. Archeologen schatten dat het uithouwen en plaatsen van de beelden tussen 1100 en 1600 na Christus moet zijn gebeurd. Eigenlijk zijn deze beelden samengesteld uit hoofden en torso’s maar sommigen zijn half weggezakt in het zand. De meeste Moai werden uit, gecomprimeerde en makkelijk te bewerken vulkanische asse, uitgehouwen. Algemeen wordt aangenomen dat de beelden werden vervaardigd door de voorouders van de huidige Polynesische bewoners op een tijdstip dat het eiland grotendeels beplant was met bomen en dat natuurlijke hulpbronnen voldoende aanwezig waren om in de behoefte te voorzien van een populatie van minstens 10 tot 15000 eilandbewoners.
Deze beelden werden in 1722 opgemerkt door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen, die bij toeval het Paaseiland ontdekte en later in 1774 door de Britse zeevaarder en cartograaf Capt. James Cook. Het is nog steeds niet duidelijk waarom deze eilandbewoners deze beelden daar geplaatst hebben, wat hun functie was en welke technische middelen ze gebruikten voor het transport. Onderaan een drietal afbeeldingen van deze Moai.
*****************************************************
De Baghdad accu
De dag van vandaag vinden we batterijtjes en accu’s in eerder welke supermarkt of doe-het-zelf zaak. Het interessante is dat deze accu 2000 jaar oud is en bekend staat als de “Baghdad Battery”. Deze curiositeit werd teruggevonden in de ruïnes van een Parthiaans dorp waarvan de ouderdom wordt geschat tussen 248 vóór Christus en 226 na Christus. Het Partische rijk bestond van 105 tot 226 na Christus, was gesitueerd in het oude Nabije Oosten en was heel omvangrijk. Onderstaand mapje geeft je een idee.

Het apparaat bestaat uit een ongev. 14 cm hoge lemen pot met binnenin een koperen cilinder op zijn plaats gehouden door asfalt met daar binnenin een geoxideerde ijzeren staaf. Zie afbeelding hiernaast.
Na nauwkeurig onderzoek stelden experten vast dat het apparaat enkel diende gevuld te worden met een zuurachtige of alkaline vloeistof om electrische stroom te kunnen produceren. Men veronderstelt dat deze oude accu werd gebruikt voor het electrolytisch vergulden van objecten. Indien dit het geval is kan men zich afvragen waarom deze technologie is verloren gegaan en het zo lang heeft geduurd vooralleer men deze accu terugvond ?
**************************************************
De Baigong pipes
De “Baigong pipes” zijn, zoals de naam het al aangeeft, een aantal op buizen lijkende artefacten ontdekt in een grot aan de voet van de Baigong berg in de provincie Qinghai in China. Hieronder een kaartje waarop juist is aangeduid waar in China deze provincie is gesitueerd.

Volgens een Chinees ingenieur zijn ze zeker 5000 jaar oud en werden ze eigenlijk vervaardigd op een moment dat de mens pas het vuur ontdekte. Ze bestaan voor 30 % uit ijzerdioxide met een grote hoeveelheid silicon dioxide en calcium oxide. 8 % van het materiaal kon niet geïdentificeerd worden. Ze werden gevonden op een quasi onbewoonbare plaats voor mensen en werden vermoedelijk aangewend voor irrigatie doeleinden. Maar ook buitenaardse oorsprong is mogelijk alhoewel het niet duidelijk is waarvoor ze dan gebruikt werden. Ze zijn in China ook een toeristische attractie. Op de afbeeldingen respectievelijk, het vreemde landschap rond de Baigong berg, de Baigong buizen en de Baigong grot.

************************************************************
Het Wolfsegg ijzer
Dit artefact (foto hiernaast), soms ook “De Salzburg Kubus” genoemd, is een kleine klomp ijzer die klaarblijkelijk binnenin een brok steenkool werd gevonden in een mijn uit de omgeving van het dorpje Wolfsegg in Oostenrijk in het jaar 1885. De origine van dit object is een mysterie en wordt al eens vernoemd om aan te tonen dat er in pre-historische tijden op aarde civilisaties bestonden die op technologisch gebied de moderne mensheid ver vooruit waren. In “The Book of the Damned” geschreven door Charles Fort komt dit artefact uitvoerig aan bod.
Fort is een wetenschapper die leefde van 1874 tot 1932 en die 30 jaar van zijn leven in de openbare bibliotheek van New York spendeerde, stapels oude kranten en tijdschriften uitpluizend, op zoek naar onverklaarbare gebeurtenissen die geleerden als nonsens bestempelden.
********************************************************************************
De Klerksdorp bollen
De laatste decenia worden er door mijnwerkers in een mijn nabij Ottosdal, Zuid Afrika (zie kaartje onderaan) mysterieuse metalen bollen opgegraven.
Deze bollen hebben een diameter van ongev. 2,5 cm (een inch) en sommigen zijn gegraveerd met die groeven die helemaal rond de equator van de bol lopen. Er werden twee verschillende soorten bollen gevonden : een soort is samengesteld uit vast blauwachtig metaal met witte vlekken, de andere soort is hol van binnen en opgevuld met een sponsachtige witte substantie. Sensationeel is dat de rots, waarin ze werden gevonden, uit het Precambrium stamt d.w.z. 2,8 miljoen jaar geleden !
Deze voorwerpen zijn onverklaarbaar en zeer waarschijnlijk door intelligente wezens gemaakt. Dit is het oordeel van vele onderzoekers en reporters naar voor gebracht in boeken, artikels en web pagina’s handelend over pseudo of randwetenschappen. Geologen die deze objecten hebben bestudeerd argumenteren echter dat ze niet werden vervaardigd maar het resultaat zijn van natuurlijke processen.
Roelf Marx die curator is van het Klerksdorp museum in Zuid Afrika, waar deze bollen zich bevinden zegt : “De bollen zijn een compleet mysterie. Ze zien er door mensen-gemaakt uit en kwamen in deze steenlagen terecht, op een tijdstip in de geschiedenis van de aarde, dat er geen intelligent leven aanwezig was. Ik heb nooit eerder zoiets gezien”. Onderaan een aantal afbeeldingen van de Klerksdorp bollen.


*************************************************************************
De Ica stenen
Begin de jaren 30 ontdekte de vader van Dr. Javier Cabrera, cultureel antropoloog voor Ica in Peru, honderden ceremoniële grafstenen in de graven van de oude Incas.( zie mapje onderaan.)
Dr. Javier Cabrera die het werk van zijn vader voortzette heeft meer dan 1100 van deze merkwaardige stenen verzameld. Ze zijn waarschijnlijk tussen de 500 en 1500 jaar oud en worden met hun verzamelnaam de “Ica Stones” aangeduid.
Op deze stenen staan allerlei ge-etste afbeeldingen waaronder ook moderne medische procedures zoals open hart chirurgie en hersen transplantaties. Het meest verbazingwekkende echter zijn de afbeeldingen van dinosaurussen, brontosaurussen, triceratopsen, stegosaurussen en pterosaurussen. De wetenschap staat zoals gewoonlijk sceptisch hiertegenover en beschouwen de Ica stenen het werk van grappenmakers. Hun authenticiteit werd echter nooit bewezen of weerlegd. Onderaan een viertal afbeeldingen van deze stenen en een afbeelding waarop Dr. Cabrera staat.
*****************************************************************************
De Dashka steen
Een sensationele vondst van Dr. Alexander Chuvyrov, professor aan de Bashkir State University en dokter in fysieke en wiskundige wetenschappen. De steen werd genoemd naar zijn kleindochter Dashka. Onderaan een afbeelding van deze steen.

Dit mysterieuse object werd gevonden in de Basjkieren regio (Oeral, Rusland) en is een stenen plak van naar schatting 120 miljoen jaar oud. Zie map onderaan met aanduiding van deze regio.
De Dashka steen, ook wel “Map of the Creator” genoemd werd in 1999 gevonden en is een echte driedimentionele reliëfkaart van het Oeralgebied in Siberië, Rusland. Militaire instanties gebruiken vandaag gelijkaardige kaarten. De stenen plak bestaat uit dolmiet, diopsied en heeft een beschermende toplaag van calcium porselein. Ze bevat een heleboel burgerlijke bouwkundige werken zoals een systeem van kanalen met een lengte van 12000 km, waterkeringen en grote dammen. Op korte afstand van de kanalen worden diamantvormige tekens getoond waarvan de betekenis niet gekend is. De reliëfkaart bevat ook veel inscripties, zelfs numerieke inscripties. Aanvankelijk dachten de wetenschappers dat het om een oude Chinese taal ging maar al snel werd duidelijk dat de onderschriften in een hiëroglyfisch-Syllabische taal van onbekende oorsprong werden aangebracht. Wetenschappers slaagden er niet in om de taal te lezen. Syllabisch schrift betekent dat voor elke lettergreep een apart symbool gebruikt wordt. Dit zou het onbetwistbaar bewijs kunnen zijn van het bestaan van een zeer oude hoogontwikkelde beschaving.
***************************************************************************
De Narada voorwerpen
In de loop van de jaren 1991 tot 1993 werden er door goudzoekers in de rivier de Narada ten oosten van het Oeralgebergte in Rusland, kleine spiraalvormige voorwerpen gevonden. Zie foto onderaan.

Hun afmetingen variëren van 3 cm tot een onwaarschijnlijk 0,003 mm. De voorwerpen van relatief grotere afmeting zijn van koper, terwijl de kleine en heel kleine van deze artefacten van Tungsten (ook Wolfram genoemd) en molybdenum zijn, dit zijn tamelijk zeldzame metalen. Tungsten of Wolfram wordt gebruikt voor het harden van speciale staalsoorten en voor filamenten in gloeilampen. Molybdenum wordt ook gebruikt voor het harden van staal en voor anti-corrosie doeleinden.
Na exacte meting van deze veelal microskopisch kleine objecten door middel van electronen-microskopen werd vastgesteld dat ze werden vervaardigd volgens de “phi proportie” of “phi ratio”. Eigenlijk is dit een wiskundige benaming voor een creatie van de natuur. We vinden het terug in de plantenwereld (phi-ratio spiralen in de zonnebloem) in de dierenwereld en in de verhoudingen van het menselijk lichaam (lichaamsbouw, gezichtsproporties, DNA). Ook in de kunst wordt van deze goddelijke verhouding vaak gebruik gemaakt. Leonarde da Vinci gebruikte de “Divina Proportione” veelvuldig. Overal waar beweging is vormen zich spiralen. Denk aan draaikolken in het water en wervelstormen in de lucht. Dit zijn 3-d spiralen die ook wel vortexen genoemd worden. Deze vortex vorm vind je overal terug. In de macrocosmos als melkwegstelsels en in de microcosmos als subatomaire bewegingen. De vorm van de meest efficiënte beweging van energie staat bekend als een phi-ratio spiraal. Hoe groot of hoe klein de spiraal ook wordt, de verhouding blijft altijd hetzelfde.
Testen uitgevoerd in laboratoria in Rusland en Finland gaven aan dat ze tussen de 20.000 en 318.000 jaar oud waren. Deze microskopisch kleine artefacten zouden het product kunnen zijn van een technologisch hoog ontwikkelde beschaving uit het verleden. Ook buitenaardse origine behoort tot de mogelijkheden. Merkwaardig is dat ze vergelijkbaar zijn met controle elementen die op dit moment hun toepassing vinden in de nanotechnologie.
*********************************************************************************
De Piri Reis map
Dit is ongetwijfeld één van de meest bijzondere artefacten ooit. (zie afbeelding onderaan.)

In 1929 vond een groep historici een verbazingwekkende landkaart die getekend was op hertenvel. Onderzoek wees uit dat het een echt document was dat in 1513 door Piri Reis, een beroemd admiraal van de Turkse vloot, werd getekend. Zijn passie was cartografie. Zijn hoge rang bij de Turkse marine stond hem een bevoorrechte toegang tot de Keizerlijke Bibliotheek van Constantinopel toe. De Turkse admiraal geeft, in een serie aantekeningen op de kaart, toe dat hij de gegevens samenstelde uit en kopieerde van een groot aantal landkaarten waarvan sommigen dateerden uit de vierde eeuw voor Christus en daarvoor. De kaart van Piri Reis toont de westkust van Afrika, de oostkust van Zuid-Amerika en de noordkust van Antarctica. De noordelijke kustlijn van Antarctica wordt op een perfect gedetailleerde wijze weergegeven. Het meest raadselachtige is echter niet de vraag hoe Piri Reis erin geslaagd is om een dergelijke accurate kaart van het poolgebied te tekenen 300 jaar voordat het ontdekt werd, maar de kaart toont de kustlijn onder het ijs. Geologisch bewijs heeft aangetoond dat de laatste keer dat het gebied zonder ijs te zien was 10.000 jaar voor Christus ligt.
Of het zich hier om Antarctica handelt is voor sommigen nog omstreden (Atlantis misschien ?), maar wanneer de claim waar zou zijn zou het betekenen dat er mensen om de Antarctische kust hebben genavigeerd vóórdat de ijslaag zich gevormd had. Dit betekent dat een volk op zijn laatst 10.000 jaar geleden de kust ijsvrij in kaart heeft kunnen brengen, een periode waarvan de algemeen geaccepteerde historie ons vertelt dat er amper beschaafde volkeren waren, laat staan ontwikkelde beschavingen die een dergelijke reis en kaart konden maken.
Na lange studie bleek dat de kaart totaal accuraat was en de enige manier waarop de kaart getekend kon worden zou vanuit de lucht zijn. Maar welke beschaving was toen in staat vliegtuigen te gebruiken om de planeet Aarde in kaart te brengen ? De kaart van Piri Reis is te bekijken in het Topkapi museum van Istanbul, Turkije.
********************************************************************************
De Roswell steen
Deze roodkleurige steen, van ongev. 4 cm in doorsnede en een gewicht van ongev. 40 gram, werd in 2004 tijdens een jachtpartij gevonden door de zakenman Robert Ridge. Eigenaardig genoeg ligt de vindplaats op zo’n 27 km van de vermeende UFO crashplaats Roswell in New Mexico, V.S. De steen werd bewerkt en lijkt wat maanfases, een zonsverduistering en een supernova uit te beelden. Zie afbeelding onderaan.
Ridge toonde de raadselachtige steen aan vrienden en familie en besloot hem bij te houden en in een postkluis op te bergen. In juli 2007 echter kwam Ridge in contact met twee UFO onderzoekers Chuck Zukowski en Debbie Ziegelmeyer en beiden waren zeer verbaasd over hetgeen ze onder ogen kregen. De beide UFO onderzoekers hebben de steen dan door een aantal experten, waaronder antropologen, laten nakijken. Allen zeiden unaniem dat ze nog nooit zo iets dergelijks hadden gezien. Volgens hen zou het onmogelijk zijn om een steen op dergelijke manier te fabriceren, tenzij men beschikt over de meest moderne apparatuur, zoals lasers. Het lijkt alsof de figuren in het artefact letterlijk uit de oppervlakte van de steen zijn getrokken. De steen heeft ook magnetische eigenschappen en behoudt zijn magnetische polariteit waardoor het de naald van een kompas zal doen ronddraaien en zijn magnetisch veld vér zal doen gelden. Archeologen willen de steen voor verder onderzoek naar een labo sturen.
*******************************************************************************************
Het Antikythera mechanisme
Het Antikythera mechanisme werd genoemd naar de plaats waar in het jaar 1900 door sponzenduikers 81 onderdelen van een of ander apparaat werden opgedoken, zwaar verroest en aangevreten door het zoute zeewater. Op die plaats was de zeebodem 40 meter diep en bevond zich bij het eilandje Antikythera, tussen de Peloponnesos en Kreta. In het wrak van een Romeins schip, dat daar ca. 100 v.C. moet zijn vergaan op weg van de Egeïsche zee naar Italië, werden allerlei prachtige kunstvoorwerpen (beelden, sieraden, kruiken met wijn) aangetroffen, waar natuurlijk allereerst de aandacht naar uitging.
De 81 stukken aangevreten brons werden lange tijd over het hoofd gezien. Duidelijk was wel dat de brokken samen een stuk of dertig tandwielen vormden, en dat het er bij elkaar een beetje uitzag als het raderwerk van een klok – maar niemand had er zin in die rommel in elkaar te puzzelen. Onderaan een afbeelding van enkele originele onderdelen van dit mechanisme.

In de jaren 50 boog de Engelse wetenschapshistoricus Derek J. de Solla Price zich voor het eerst serieus over de brokstukken. Hij maakte röntgenfoto’s van het brons en kon zo beter de vormen en omtrekken zien en in juni 1959 publiceerde hij zijn bevindingen in The Scientific American. Hij concludeerde dat het een vernuftig astronomisch instrument moest zijn geweest, dat in een platte houten doos ter grootte van een schoenendoos gezeten moest hebben, met bronzen wijzers aan de buitenkant en een reeks tandwielen binnenin. Deze astronomische computer was volgens hem in staat om op iedere willekeurige datum en tijd de exacte positie van zon en maan aan te geven, en was daarmee een voorloper van onze huidige klokmechanismen.
Hoewel Price naar nu blijkt dicht bij de waarheid zat, werd hij na publicatie van zijn artikel zwaar bekritiseerd, met name zou hij te weinig harde bewijzen geleverd hebben en in zijn conclusies teveel wishful thinking hebben verwerkt. Maar een artikel in Nature van 29 november 2006 toonde aan dat hij er niet zo gek ver vanaf zat. In vijftig jaar had de techniek natuurlijk ook niet stilgestaan en het was sindsdien mogelijk geworden met CT (Computed Tomography), ook bekend van de in ziekenhuizen gebruikte CT scan, op de gevonden fragmenten veel meer details te zien dan voorheen. Algemeen wordt aangenomen dat dit artefact werd vervaardigd tijdens de tweede eeuw vóór Christus.
Een oud-conservator van het Londense Science Museum, Michael Wright, heeft tussen 2002 en 2005 in zijn werkplaats een model geknutseld van hoe het Antikythera mechanisme er moet hebben uitgezien. Zie afbeelding onderaan.

Bronnen :
www.travel-amazing-southamerica.com
http://mmmgroup.altervista.org
BIZARRE FEITEN
FEITEN EN VERHALEN OVER DE WONDERLIJKE WERELD OM ONS HEEN.
Honderdste aap.
Het begrip “honderdste aap” grijpt terug op het in 1982 verschenen boek The hundredth Monkey van Ken Keyes jr., die uitgaande van het in 1980 verschenen boek Lifetide van Lyall Watson, een verbazingwekkend fenomeen beschreef. Wetenschappelijke onderzoekers die ruim dertig jaar lang in het wild levende apen van de ondersoort Macaca fuscata bestudeerden, gaven in 1952 op het Japanse eiland Koshima apen zoete aardappelen. De aardappelen werden de apen toegeworpen, en vielen in het zand. De apen bleken dol op de zoete smaak van de aardappelen, maar het zand dat eraan kleefde bedierf de pret. Een achttien maanden oud apewijfje vond de oplossing : zij waste aardappelen in een nabijgelegen rivier schoon. Ze liet dat kunstje zowel haar moeder als haar speelgenoten zien. Van 1952 tot 1958 leerden alle jonge apen de zanderige zoete aardappelen af te spoelen om ze beter eetbaar te maken. Alleen de volwassen apen die het voorbeeld van hun kinderen volgden, pasten voortaan de spoelmethode toe. Andere dieren vraten verder de met zand besmeurde aardappelen. In de herfst van 1958 gebeurde toen iets opmerkelijks.
Tot dan toe had een onbekend aantal apen op dat eiland Koshima geleerd om de aardappelen te spoelen voor het eten. De auteur nam nu aan dat het er 99 waren die de methode kenden en dat er nog één, nummer 100, bij zou komen. Vanaf dat moment spoelden niet alleen vrijwel alle apen op Koshima hun voedsel. Opeens werd deze methode ook op andere plaatsen toegepast : apenkolonies op andere eilanden en de op het Japanse vasteland bij Takasakiyama levende apen deden hetzelfde als de apen op het eiland Koshima.
Het “fenomeen van de honderdste aap” betekent, zoals Ken Keyes jr. concludeerde : nieuwe kennis, die door een bepaald aantal individuen verworven is, blijft, zodra een kritisch punt overschreden is, niet alleen geestelijk eigendom van dat begrensde aantal mensen, maar kan zich dan “met een sprong” geestelijk-communicatief (“from mind to mind”) verbreiden. Hoewel het exacte aantal individuen kan variëren wordt – aldus Ken Keyes jr. – bij overname van deze nieuwe kennis door nog één enkele persoon “een veld versterkt” waardoor dan ineens vrijwel iedereen van nieuw besef vervuld raakt.
Bron : Ken Keyes jr. The Hundredth Monkey, Vision Books, St. Mary, Kentucky 40063, U.S.A., 1982.
Onderaan : de apensoort Macaca fuscata en een foto van deze apen op het Japanse eiland Koshima.
*********************************************************************************
Het derde oog.
Het derde oog kan niet naar buiten kijken zoals de vertrouwde ogen naast de neus. Het derde oog uit het Hindoeïsme en het Boeddhisme is een bron van verborgen krachten en helderziendheid. Het derde oog kan samenhangen met de pijnappelklier of epifyse, want bij sommige reptielen is de epifyse een oog met een netvlies en lens en bedekt door een huidplooi of schubben en bij andere dieren is zij een licht- gevoelige klier onder een dunne schedel. Galen de Griekse arts uit de 2de eeuw na Christus, dacht dat de epifyse de gedachtestroom reguleerde. Vijftien eeuwen later noemde René Descartes de epifyse de “zetel van de ziel”. In 1958 ontdekte de wetenschapper Aaron Lerner dat deze klier melatonine produceert, een hormoon met een kalmerend effect, dat de slaapcyclus beheerst. Moderne occulte stromingen leggen een verband tussen de epifyse en de kroonchakra, de draaikolk waardoor paranormale en spirituele krachten uit het universum een mens binnengaan.
De epifyse is bij dieren lichtgevoelig en meet de hoek met de zon of de intensiteit van het licht, zodat het lichaamsritme heel het jaar door correspondeert met veranderingen in de daglengte. Voor veel diersoorten is dit essentieel voor hun oriëntatie en voortplantingscyclus en zelfs voor de aanpassing van hun huidkleur aan de omgeving. Misschien heeft het feit dat sterk zonlicht ons geestelijk beïnvloedt en dat de lente paringsgedachten oproept, iets met de epifyse te maken. Omdat zij in dat geval informatie uit de omgeving zou verwerken, waarvan we ons niet bewust zijn, zou zij een bovennatuurlijk orgaan zijn.
Er is een verband tussen de pijnappelklier en verlichting. De Boeddha zat onder een asvatthaboom, waarvan de vrucht, evenals bananen en walnoten, serotonine bevat, een organische stof waaruit de epifyse melatonine maakt. Onderzoeken hebben aangetoond dat orale doses malatonine een gevoel van welzijn en rust geven dat men geestvervoering kan noemen.
**************************************************
Het Marseffect.
De Franse psycholoog Michel Gauquelin wilde de astrologische theorie weerleggen, maar bereikte het tegenovergestelde. Tussen 1956 en 1961 bestudeerden hij en zijn vrouw meer dan 25000 persoons- en geboortegegevens uit Frankrijk, België, Italië en Nederland. Uit dat onderzoek bleek dat wetenschappers meer met Saturnus of Mars, atleten meer met Mars, soldaten meer met Mars of Jupiter en schrijvers meer met Venus of de Maan te maken hadden dan nog toevallig genoemd kon worden. Men noemt dit soms het “Marseffect”.
Noord-Amerikaanse en Engelse onderzoekers kwamen tot overeenkomstige conclusies. Ze constateerden een verband tussen bepaalde planeten en een meer dan gemiddeld succes in bepaalde beroepen : bij Amerikaanse advocaten bleek Tweelingen prominent, bij Britse politici Ram en bij diplomaten Tweelingen. Sceptici konden Gauquelin niet onderuit halen en de prominente psycholoog Hans Eysenck heeft toegegeven dat een verklaring gewenst is, al druist een en ander nog zo in tegen het gezonde verstand.
************************************************
Een moderne Jonas.
In februari 1891 verdween James Bartley, walvisvaarder op de Star of the East, toen hij voor de Falkland Eilanden een potvis probeerde te doden. Kennelijk was hij verdronken. Twee dagen later werd een dode walvis gevangen en de bemanning merkte dat er binnenin iets bewoog. Ze sneden de maag open en vonden de bewusteloze Bartley. Hij was tijdens het gevecht met de walvis overboord gevallen en opgeslokt. Hij had het overleefd dank zij een grote hoeveelheid zuurstof in de maag van de potvis (de zuurstof bevordert het drijfvermogen).
Na zijn bad in het zeewater raasde en tierde hij veertien dagen lang als een gek, maar uiteindelijk herstelde hij volledig en kon zijn werk weer hervatten. Zichtbaar bewijs voor zijn beproeving waren zijn sneeuwwitte en gerimpelde hoofdhuid en handen – zijn huid was door de maagsappen van de potvis uitgedroogd en continu gebleekt.
***************************************************
Betraande en bloedende beelden.
In 1988 huilde een kruisbeeld in het klooster Pucelles in Orléans in Frankrijk. Niemand was verbaasd toen kort daarop een catastrofale brand de stad in as legde.
Huilende en bloedende beelden behoren tot de meest voorkomende wonderen. In de lente van 1953 kreeg een pasgetrouwd stel in Syracuse in Sicilië een Mariabeeld. Toen de vrouw zwanger was, werd ze doodziek en op 29 augustus bad ze voor het beeld. Opeens zag ze tranen over Maria’s wangen rollen. Ze herstelde wonderbaarlijk. Het beeld huilde vier dagen. Agenten, artsen en priesters hebben het met eigen ogen gezien. In december erkende de kerk het wonder en momenteel heeft Onze Maagd van de Tranen een eigen kapel.
Het verschijnsel is zeker niet beperkt tot traditioneel katholieke landen. In Akita in Japan begon in juni 1973 een Mariabeeld te bloeden. Het transpireerde bovendien en verspreidde een geur van lelies en rozen. Later zag men het huilen. Dit herhaalde zich 101 keer tot het in 1981 ophield. Vier jaar later huilde in Naju in Korea een beeld. Beide beelden behoorden aan zieke vrouwen toe en het verschijnsel wordt dan ook gezien als een sympathiebetuiging van de Maagd Maria.
Voer voor vervalsers, natuurlijk. In 1967 bekende de gebedsgenezer Alfred Bolton dat hij op strategische punten in zijn bloedende kruis rauw vlees verstopt had. In 1986 werd de natuurkundige Shawn Carlson geboeid door een huilend beeld dat in een kerk in Chicago meer dan 300000 bezoekers trok. Hij besloot een vervalsing te maken. In 1987 veroorzaakte hij met een huilende Mona Lisa een sensatie op het congres van het American Committee for the Scientific Study of Religion. De techniek was eenvoudig en de ingrediënten lagen al eeuwen voor het oprapen – meer wilde hij er niet over kwijt. In sommige gevallen laten gelovigen zich misleiden door natuurverschijnselen, zoals het effect van condenserende luchtdeeltjes. Toch worden sceptici en gelovigen ieder jaar weer getrakteerd op nieuwe wonderbeelden, zoals in 1996 en 1997 nog in Nederland en België gebeurde.
****************************************************************
Acupunctuur een oude kunst.

Voor westerlingen lijkt de Chinese medische techniek puur magie : waar zijn de pillen, de operaties, de ultramoderna apparaten ? Alleen maar dunne naaldjes die 2,5 mm in de huid verdwijnen ? En de plaats van de naaldjes maakt het nog magischer, ze zitten vaak op plaatsen die ogenschijnlijk niets met de ziekte of kwaal in kwestie te maken hebben. Een naald op de goede plek in de kleine teen geneest hoofdpijn en voorhooikoorts is behandeling van de lever de aangewezen weg.
Een journalist van de New York Times was in 1974 in een ziekenhuis in Sjanghai aanwezig bij een operatie met behulp van acupunctuur. De patiënt leed aan een zware vorm van tuberculose en daarom verwijderde men zijn linkerlong en een rib. De verdoving bestond uit welgeteld één naald in zijn rechterschouder. Hij bleef de hele operatie bij kennis en hij kreeg zelfs enkele partjes sinaasappel toen hij zei dat hij honger had.
Acupunctuur is 5000 jaar oud, maar het eerste boek erover, het Boek van de Gele Keizer, stamt uit rond 200 voor Christus. De techniek werd geboren toen een soldaat opmerkte dat zijn kwaal genas nadat hij een lichte verwonding had opgelopen. De traditionele acupunctuur is gebaseerd op de levensenergie ki, wat letterlijk “lucht” of “adem” betekent. Als ki voortdurend door het lichaam stroomt, is het organisme gezond. Stroomt er onvoldoende ki door een van de twaalf hoofdmeridianen in het lichaam, dan hebben hart, blaas en andere organen daaronder te lijden. Op de onzichtbare meridianen liggen rond 2000 huidpunten die de acupuncturist gebruikt om pijn te verlichten en ziekte te genezen.
Jezuïeten hebben acupunctuur 300 jaar geleden in Frankrijk geïntroduceerd. In de jaren dertig van de twintigste eeuw schreef een Franse diplomaat een verhandeling van vijf delen over het onderwerp, waardoor de toepassing in Frankrijk opbloeide. Pas veertig jaar later begon de academische wereld in anderstalige landen er belangstelling voor te krijgen. De doorbraak vond plaats toen president Nixon en enkele westerse artsen in China met eigen ogen zagen hoe effectief acupunctuur is als narcosemiddel bij operaties.
Depressie, angst en verslavingen zijn met acupunctuur behandeld. Momenteel onderzoekt men nieuwe en verbeterde technieken, waaronder electrisch roterende naalden, lasers en ultrasone toepassingen. Westerlingen vinden het moeilijk om te begrijpen hoe het werkt en schrijven het succes daarom vaak toe aan psychologische factoren : het vertrouwen dat het werkt, de door de naalden opgewekte spanning of het gevoel dat men zijn pijn beheerst. Acupunctuur wekt inderdaad zenuwimpulsen op die het pijngevoel verdringen en het prikken in de huid stimuleert de hersenen tot het afscheiden van endorfinen ofwel pijnstillers.
**************************************************************
Overgrootmoeder’s geest ?
In augustus 2009 heeft een Amerikaans meisje, terwijl ze voor haar nichtje met haar mobieltje een foto vanzichzelf maakte, bij toeval ontdekt dat ook het gelaat van haar overgrootmoeder mee op de foto stond. Haar overgrootmoeder stierf veel vroeger in 1990. De foto werd getest en blijkt origineel te zijn zonder enige toevoeging of bewerking. Het blijft een raadsel hoe dit kon gebeuren.
*********************************************************************
Eén hersenhelft.
Hoewel een Amerikaanse vrouw al 37 jaar met maar één hersenhelft leeft, leidt ze een zelfstandig leven.
Een dokter ontdekte pas tien jaar geleden dat de Amerikaanse Michelle Mack ongeveer 95 % van haar linkerhersenhelft mist. Daardoor heeft Michelle Mack de wetenschap versteld doen staan. De linkerhersenhelft zorgt er normaal gesproken voor dat je onder meer kunt bewegen, praten en lezen. Door een beroerte vóór haar geboorte is bij Mack dat deel van de hersenen nauwelijks ontwikkeld. De rechterhersenhelft heeft een groot deel van die functies overgenomen, waardoor de vrouw uit Falls Church in de staat Virginia normaal kan praten en haar opleiding aan de middelbare school met succes kon afronden.
Mack woont bij haar ouders, betaalt huur en doet het grootste deel van het huishouden zelf. Ze is financieel onafhankelijk door haar administratieve baan bij een kerk. Ze wilde haar verhaal naar buiten brengen om duidelijk te maken “dat ik normaal ben maar wel speciale behoeften heb”. De vrouw hoopt dat er op deze manier meer begrip ontstaat voor “alle andere mensen die zoals ik zijn”. Onderaan links een foto van Michelle en rechts een rx van haar hersenpan.
*************************************************************************
Engeland schatteneiland ?
Een amateur schattenjager die met een metaaldetector regelmatig de Engelse weilanden uitkamt heeft bij toeval een schat ontdekt.
Volgens Britse archeologen is het de grootste Angelsaksische schat ooit, een uitgebreide verzameling van gouden enzilverenkruisen, zwaarddecoraties en andere zaken. Volgens een van hen zal deze vondst de opvatting over de Anglo-Saxons op zijnkop zetten en kan het tot demeest waardevolle historische schatten van Groot-Britannië gerekend worden.
De Anglo-Saxons waren een Germaanse stam die over Engeland heersten vanaf de 5e eeuw tot de Noormannen dit gebied binnenvielen in 1066. Roger Bland verantwoordelijk voor het opgraven van de schat vertelde Associated Press : “Deze vondst betekent dat we onze opvatting over de donkere Middeleeuwen zullen moeten herzien”.
Deze schat stamt uit de 7e eeuw en werd gevonden door de 55 jarige Terry Herbert in een weiland in het westen van Engeland. De schat bestaat uit 1500 gouden en zilveren juwelen, waarvan sommige ingelegd zijn met kostbare stenen. Volgens deskundigen is het zo’n fraai vakmanschap dat ze afkomstig zouden kunnen zijn van de Angelsaxische adel. Onderaan een foto van een klein gedeelte van deze schat.

**************************************************************************************
Vis met mensentanden.
Een Russische visser heeft misschien wel de missende schakel in de evolutietheorie gevonden. De man heeft namelijk een vis gevangen met mensentanden. Wetenschappers zijn verbijsterd en hebben er geen verklaring voor. Zie foto onderaan.
De vis werd onlangs gevonden in een meer in het Russische Oeralgebergte. De visser ontdekte het vinnige beestje in een net dat in het riet was blijven steken. De meeste vissen waren dood, maar deze ene bleek nog in leven. En wat voor een, deze vis had grote, witte tanden als van een volwassen man. De visser, helemaal in shock, legde de vis op de oever en liep weg. Toen hij even later terugkwam, bleek de vis het loodje te hebben gelegd. De man bedekte de vis met een dikke laag zout om deze te conserveren. Achteraf liet hij zijn vondst aan een paar wetenschappers zien, maar zij konden geen verklaring voor het gebid geven.
Men veronderstelt dat het hier om een zuigkarper gaat van het geslacht Ictiobus. Deze vissoort werd in de jaren tachtig ontdekt en vindt zijn oorsprong in het Oeralgebergte. Alleen zijn de tanden onverklaarbaar en passen niet bij deze vis. Het zou om een mutatie kunnen gaan veroorzaakt door radioactieve straling, omdat er geruchten de ronde doen dat er zich in de Oeral in de jaren vijftig een nucleaire ramp moet hebben voorgedaan. Een bijna identieke vondst werd een tijd geleden in het Texaanse Lubbock gedaan. Ook deze vis had sterke en menselijke tanden. Ondanks de vele theorieën, zo zou het een onbekende piranhasoort zijn, kon de herkomst van de vis nooit duidelijk worden vastgesteld.
***************************************************************************************
De ”wandelende stenen” van Death Valley.
Death Valley, gelegen in de Amerikaanse staat Californië, ligt 86 meter onder de zeespiegel en is daarmee het laagst gelegen gebied van Noord Amerika. Tevens is het met gemiddeld 38 graden Celcius het heetste en droogste gebied. Het is een woestijngebied met Canyons en uitgestrekte zoutvlakten.
Een deel van deze zoutvlakten wordt “Racetrack Playa” genoemd, het trekt mensen aan die met allerlei vreemdsoortige bolides trachten het snelheidsrecord te breken. Racetrack Playa is tevens het gebied van de mysterieuse “wandelende stenen”. Rotsen van soms meer dan een paar honderd kilogram lijken uit zichzelf te bewegen. Dat bewijzen de sleepsporen die de stenen in de grond achterlaten. Deze sleepsporen zijn soms meer dan 600 meter lang en gemiddeld tussen de 8 en 30 centimeter breed.
De stenen bewegen niet enkel in rechte lijnen, maar veranderen van richting of draaien zelfs volledig om. Tot nu is er niemand die de stenen daadwerkelijk heeft zien bewegen, maar het gebied trekt sinds 1948 de aandacht van de wetenschap. Een mogelijke verklaring is de vorming van een ijslaagje op de zoutvlakten in de winter en het vroege voorjaar. Een felle wind zou dan de stenen ove het gladde oppervlak kunnen laten glijden. Echter, een sluitende verklaring is er tot nu toe niet gevonden en daarmee blijt het mysterie van de “wandelende stenen” van Death Valley in nevelen gehuld. Zie foto’s onderaan.
*****************************************************************************************************
De Mongoolse Dodenworm.
Het is een gigantische roodkleurige worm die in staat zou zijn een mens of een kameel te doden. Deze worm staat in Mongolië bij de nomaden bekend als de “allghoi khorkhoi” of “ingewanden worm” omdat het doet denken aan een soort van levende koeiedarm. Het heeft een rode kleur, wordt soms gekenmerkt door donkerder vlekken of puisten en ook nagelachtige uitsteeksels aan de beide uiteinden. Ze zouden een tamelijk omvangrijke romp hebben en tussen de 61 en 152 cm lang zijn. De habitat van deze worm is de zuidelijke Gobi woestijn in Mongolië.
Deze creatuur werd voor het eerst vermeld door Roy Chapman Andrews in 1926 in zijn boek “On the Trail of Ancient Man” alhoewel deze Amerikaanse paleontoloog, zich baserend op de soms ongecontroleerde verhaaltjes van de lokale bevolking, niet erg overtuigd was van het bestaan ervan. Hij zei “Niemand van hen had ooit deze creatuur gezien, maar ze geloofden allen vast dat het bestond en konden het ook tot in de kleinste details beschrijven”
De eerste waarneming ervan zou in 1926 gedaan zijn en het aantal waarnemingen bleef sindsdien beperkt. De Tsjechische vorser Ivan Mackerle zei hierover het volgende : Een worstachtige worm van ongeveer een halve meter lang en zo dik als de arm van een man. Het lijkt op een koeiedarm, de staart is kort, precies afgesneden, maar niet spits. Het is moeilijk de kop van de staart te onderscheiden omdat het geen zichtbare ogen, neusgaten of bek heeft. De kleur is donkerrood zoals bloed. Het beweegt op een vreemde manier – door omwentelingen te maken of zijdelingse kronkelingen. Het leeft in desolate zandduinen en in de hete valeiën van de Gobi woestijn. Men kan het alleen observeren tijdens de heetste maanden van het jaar in juni en juli, daarna graaft het zich in en slaapt. Het komt meestal te voorschijn nadat het geregend heeft wanneer de grond vochtig is. Het is gevaarlijk omdat het ogenblikkelijk mensen en dieren kan doden op langere afstand.
Deze creatuur zou in staat zijn een zuurachtige en dodelijke substantie te verspreiden en iemand van op afstand te doden met een soort van super electrisch geladen stroomstoot. Klaarblijkelijk hebben veel Mongolen deze worm al gezien en zou het een winterslaap houden gedurende de meeste tijd van het jaar behalve in juni en juli. Als men de lokale folklore mag geloven zou het aanraken van eerder welk deel van deze worm onmiddellijk de dood veroorzaken en heeft het een voorkeur voor geel en een locale parasitische plant zoals de Goyo.
*****************************************************************************************
Schaap met mensenhoofd.
In Turkije is een lam geboren met een menselijk hoofd. Het kalf werd op de wereld gezet in een dorpje net buiten de stad Izmir in Turkije. Het dier heeft de geboorte niet overleefd. Waarschijnlijk is de vreemde mutatie ontstaan doordat het voer van de moeder teveel vitamine A bevatte. “Ik ben in het verleden veel mutaties tegengekomen bij koeien en schapen, zoals een kalf met één oog, een kalf met twee hoofden en een kalf met vijf poten”, ratelt veearts Erhan Elibol, “maar nog nooit heb ik zoiets gezien. Ik kon mijn ogen niet geloven.” Het hoofd van het lam heeft dezelfde eigenschappen als een menselijk gezicht, zoals ogen, een neus en een mond. Alleen de oren lijken op die van een schaap. Het is niet de eerste dat een dier met een mensenhoofd wordt geboren. In september 2009 werd een ‘mensengeit’ geboren in Zimbabwe. Het dier leefde enkele uren, maar daarna werd het gedood door angstige dorpbewoners. Zij beweerden dat zelfs honden bang waren voor het gedrocht. Omdat het lichaam van de kleine geit direct werd verbrand, kregen biologen geen kans om de mutatie te bestuderen. Die kans is er nu wel.
*********************************************************************************************
DE GROOTSTE UFO
DE MAAN : ASTRONOMISCH EN GEOFYSISCH.
De maan is onze naaste buur in de ruimte en wordt soms ook vernoemd naar haar Latijnse naam “Luna”. De meeste manen in het zonnestelsel zijn erg klein, maar er bestaan ook enkele grote planeetachtige manen en onze maan is daar één van. Daarom worden de aarde en de maan ook wel eens als “dubbelplaneet” aangeduid.
De maan voltooide veel eerder haar proces van afkoeling en inkrimping dan de aarde. Ook de maanvulkanen hadden, eerder dan op aarde, al opgehouden te werken. Een mysterie zijn de oorsprong van de kraters op de maan. Er zijn er meer dan dertigduizend. Het zouden enerzijds uitgedoofde vulkanen kunnen zijn of anderzijds gevormd door inslag van grote meteorieten op de halfvloeibare massa van de maan voordat ze stolde. Sommige van deze cirkelvormige krater-bergkammen zijn meer dan 6000 meter hoog. Deze hoogte kan gemeten worden aan de lengte van hun schaduwen. Ook hebben sommigen een diameter van ongev. tweehonderd kilometer. Vulkanen op aarde zijn veel kleiner en hiermee niet vergelijkbaar. Een van de grootste, niet geërodeerde kraters op aarde, de Winslow krater in Arizona V.S., heeft maar een diameter van ongev. 1600 meter. Hier moet een catastrofale gebeurtenis aan zijn voorafgegaan of zijn er andere oorzaken ?
Nader geofysisch onderzoek van de maan en verschillende experimenten hebben duidelijk aangetoond dat er markante anomalieën bestaan in de bodemstructuur en dat de maan een heel kleine kern moet hebben en grote holtes bevat, om niet te zeggen dat ze volledig hol zou kunnen zijn. Dit is in principe onmogelijk omdat een natuurlijke sateliet geen hol voorwerp kan zijn. Het grootste mysterie van de maan is ongetwijfeld de vraag hoe ze er in de eerste plaats gekomen is. Er bestaan hierover verschillende hypothesen en theorieën o.a. :
a) toen de planeten van ons zonnestelsel voor de eerste maal hun omloop rond de zon deden, werd de maan van de aarde afgerukt door de aantrekkingskracht van de zon.
b) de maan is elders ontstaan en is op een bepaald moment in een ver verleden in het zwaartekrachtveld van de aarde terechtgekomen.
c) een populaire hypothese is de “Giant Impact Theory” of “Grote Inslag Theorie” die stelt dat een zwaar object, ongeveer zo groot als de planeet Mars, niet lang na de vorming van ons zonnestelsel moet zijn ingeslagen op aarde. Het losgemaakte puin is dan samengeklonterd als maan en werd vervolgens door de zwaartekracht van de aarde opgevangen. Deze hypothese vindt de laatste 30 jaar meer en meer aanhang. Zie onderaan een artistieke impressie.
Volgens de Amerikaanse schrijver en biochemicus Isaac Asimov is dit onwaarschijnlijk omdat de maan te groot is om door de aarde gevangen te kunnen worden. De maan is eentachtigste van de aardmassa en een kwart van haar diameter. Dat ze vervolgens in een bijna circelvormige baan om de aarde is terechtgekomen is een bijna onmogelijke eventualiteit. Tussen 1969 en 1972 werden er door Amerikaanse astronauten zes bezoekjes afgelegd, maar toch blijft de maan voor wetenschappers in veel opzichten een raadsel en zit men nog steeds met fundamentele vragen. Ondanks een aanzienlijke buit van steen en bodemmonsters, foto’s en videobanden en de plaatsing van vijf wetenschappelijke stations blijven de maanmysteries overeind en hebben zelfs nog meer vragen opgeroepen. De maan zou in eerste instantie veel ouder zijn dan werd aangenomen, zelfs veel ouder dan de aarde en de zon. De ouderdom van de maansteen-monsters zou tussen de 4,5 en 5,3 miljard jaar liggen, terwijl men veronderstelt dat de aarde hooguit 4,6 miljard jaar oud is. Dus men zou kunnen stellen dat de maan bijna een miljard jaar ouder is dan onze planeet. De hypothesen rond het ontstaan van de maan zijn legio maar een steeds terugkerend raadsel is de disproportionele grootte van de maan.
Hieronder een afbeelding van de proportionele verhouding aarde/maan :
Hieronder een foto van een volle maan (zichtbare kant) :
Een foto van de achterkant van de maan (niet zichtbaar) :
DE MAAN-ANOMALIEËN.
Er is overvloedig bewijsmateriaal voorhanden dat de maan veel anomalieën in zich draagt. Volgens een rapport van de NASA “Chronological Catalogue of Reported Lunar Events” uitgebracht in 1968 werden er tussen 1540 en 1967 een 570 tal maan anomalieën geregistreerd. Hier een kleine opsomming van enkele belangrijke en merkwaardige gebeurtenissen op de maan.
november 1671 : een kleine witte wolk werd op de maan gezien door de Franse astronoom G.D. Cassini.
mei 1787 : door twee astronomen werden er lichtflitsen waargenomen.
maar en april 1787 : waarneming van “heldere” plekken, vulkanen en bewegende lichten door de Brit sir F.W. Herschel.
juli 1821 : “schitterende, flitsende lichtplekken” waargenomen door een Duitse astronoom.
april 1882 : “bewegende schaduwen” in het Aristotelesgebied.
april 1915 : in de Clavius-krater werd een lichtstraal waargenomen.
juni 1940 : strepen van helder licht waargenomen in de Plato-krater. Op deze locatie werden er geregeld meldingen van lichten geregistreerd.
juli 1954 : door twee observatoria werd op de bodem van de krater Piccolomini een ”rechte zwarte lijn” waargenomen die daarvoor nooit werd gezien en die daarna verdween.
september 1959 en juni 1964 : mysterieuse donkere massa’s waargenomen.
september 1967 : Canadese astronomen zien een donkere wolk omgeven door een violette kleur.
Deze gebeurtenissen worden ook “Lunar Transient Phenomena” genoemd en werden ook na 1967 nog geregistreerd. Er zijn op de maan ook gebieden die de suggestie wekken van kunstmatig gemaakte groeven en rillen. Dit is o.a. het geval op de GASSENDI krater die door geologen worden uitgelegd als oude rivierbeddingen, seismische aktiviteit of eerdere vulkanische aktiviteit. Zie foto onderaan :
Op de VITELLO krater zijn er sporen van een machine-afdruk, maar volgens de Nasa zou dit een naar beneden gerolde maansteen zijn. (zie foto links). Rechts een foto genomen in 1967 door de Lunar Orbiter 3, dit lijkt geen natuurlijk proces te zijn maar wel een spoor van een of andere machine. Wel wordt gesuggereerd dat de maan eens in een ver verleden een planeet in wording was en nog steeds vulkanische aktiviteit heeft met uitstoot van gassen. Dit zou dan de lichtflitsen en de donkere massa’s kunnen verklaren.
We kunnen nu het maanoppervlak onder de loupe nemen met de meest moderne computergestuurde beeldtechnologie maar het is nog steeds niet mogelijk voor al deze anomalieën een redelijke en aanvaardbare verklaring te geven.
Verder werden er op het maanoppervlak ook een aantal structuren opgemerkt waarvan men denktdat ze vermoedelijk artificieel zijn. Ook hiervan een drietal merkwaardige voorbeelden :
DE MAAN ALS BUITENAARDSE BASIS ?
De mens heeft al eeuwenlang naar de maan getuurd, eerst met het blote oog, daarna met op aarde geplaatste instrumenten. Het ruimtetijdperk maakte het mogelijk om de maan van dichterbij te onderzoeken. Tussen 1959 en 1969 waren er een reeks van onbemande Sovjet en Amerikaanse ruimtesondes die de maan uitgebreid fotografeerden of op de een of andere manier onze sateliet onderzochten vanuit een omloopbaan of door erop te landen. Alles bij elkaar hebben zes Apollo ruimtevaartuigen in het totaal twaalf astronauten op de maan gezet. De laatste bemande missie was die van de Apollo 17 in december 1972 en daarna hield het op.
Onderaan de Apollo 17 op de maan.
Stilstand van de bemande maanvluchten.
Het is al jaren een discussiepunt onder UFO onderzoekers waarom de bemande maanvluchten volledig tot stilstand kwamen na de vlucht van Apollo 17. De reden hiervoor zou drieërlei kunnen zijn. In eerste instantie de afkeer of zelfs vijandigheid van de Amerikaanse publieke opinie ten opzichte van de maanvluchten toen men zich goed realiseerde hoe hoog het kostenplaatje wel was. Anderzijds het gebrek aan geld, dit is de officiële versie, en dat ze verder geen praktische waarde meer hadden. Maar, aan de ene kant was er geen politieke en maatschappelijke steun meer om veel geld in het Apolloproject te steken, en aan de andere kant werd de kans dat het technisch een keer echt mis zou gaan statistisch gezien steeds groter. Als er een bemanning niet meer terug zou komen zou dat een grote smet werpen op de eerdere successen, en mogelijk het einde van de NASA en de bemande ruimtevaart betekenen. Dit viel echter niet in goede aarde bij de meeste geleerden die zich beklaagden over het einde van deze missies op een tijdstip dat lang niet alle mysteries opgelost waren en er zelfs nog meer bijkwamen. De astronoom Dr. Thomas Gold zou ooit gezegd hebben : “Het is alsof je een Rolls-Royce koopt en er dan niet mee rijdt omdat je geld wilt besparen op de benzine”. De derde reden klinkt misschien onheilspellender en is misschien speculatief maar het gerucht, als zouden de aardbewoners daar geweerd worden en de toegang ontzegd door aliens, blijft hardnekkig circuleren. Zou het mogelijk zijn dat net zoals bij sommige Mars missies (zie Focus op Mars) hier ook een soort van quarantaine werd opgelegd door buitenaardsen ?
Er zijn allerlei indicaties die in die richting gaan. Meer en meer mensen, ook voormalige astronauten, komen met verhalen dat er een buitenaardse aanwezigheid zou zijn op de maan. Geruchten gaan dat deze basis aan de andere kant van de maan gevestigd is (dus de kant die we vanaf de aarde nooit zien). Men kan zich ook de vraag stellen waarom de Amerikanen of Russen nooit pogingen hebben ondernomen om een maanbasis te bouwen. Dit lijkt uiteindelijk een beter en eenvoudiger idee dan een zwevend ruimtestation. In 1973 werd in een publieke verklaring in verband met de resultaten van het maan programma, voor het eerst door de Nasa toegegeven dat zeker 25 astronauten met Ufo aktiviteiten geconfronteerd werden tijdens hun vluchten naar de maan.
Wernher von Braun het voormalige hoofd van het US maan programma heeft jaren later in een van zijn interviews eens laten ontvallen dat “sommige buitenaardsen machtiger waren dan de aardbewoners zich ooit konden inbeelden”. Hij beweerde ook dat “iemand” iedere maanvlucht geleid door de Verenigde Staten in het oog hield. Philip Corso een gepensioneerde luitenant-kolonel van het Amerikaanse leger beweert dat het Amerikaanse leger en luchtmacht zeker over een 120 tal foto’s beschikt genomen door de maan astronauten “die enig bewijs toonden van buitenaardse aanwezigheid”. Ook zou er zich meer dan één buitenaardse basis op de donkere zijde van de maan bevinden. Dit beweren verschillende ufologen en in de loop van het jaar 2008 werden er door Japanse astronomen verschillende donkere objecten van ongev. 500 tot 1000 meter lang op videotape vastgelegd die zig-zag over het maanoppervlak bewogen. Een van deze vermeende alien maanbasissen zou volgens een woordvoeder van het Amerikaanse leger “Luna” noemen en zou ook door Apollo astronauten gezien en gefilmd zijn. Een mijnbouwbasis met zeer grote machines en zeer grote ruimteschepen die werden omschreven als moederschepen.
Waarom mijnbouw ? Men weet al zeer lang, geologen hebben dit vastgesteld, dat de maanbodem verschillende waardevolle en op aarde zeldzame metalen bevat. Ook is men er recentelijk achter gekomen dat de maanbodem rijk is aan het “helium 3″ isotoop dat zeer belangrijk blijkt te zijn voor de energie opwekking in toekomstige interstellaire ruimtetuigen.
De ruimteschip-maan theorie.
De hypothese als zou de maan een creatie zijn van een buitenaardse inteligentie werd de wereld ingestuurd door twee Russen Michael VASIN en Alexander SHCHERBAKOV. Dit zou er op neer komen dat de maan niet een volledig natuurlijke wereld zou zijn maar een planetoïde die miljarden jaren geleden in een verre uithoek van de ruimte werd “bewerkt” door intelligente wezens met een superieure technologie. Deze voor een deel artificiele wereld werd dan door de cosmos gestuurd om uiteindelijk in een baan om de aarde terecht te komen. Dit leek een krankzinnig idee maar deze hypothese werd in 1975 verder uitgewerkt en ondersteund door de auteur en onderzoeker Don Wilson in zijn boek “Our Mysterious Spaceship Moon”. Deze hypothese kon eigenaardig genoeg veel van de maan mysteries verklaren zeker wat betreft de oorsprong, de bodemstructuur en de verbazingwekkende baan van de maan.
Een aarde zonder maan.
In oude overleveringen en legendes vindt men zelfs indicaties dat ooit de mensheid een aarde gekend heeft zonder maan. Aristoteles, een Grieks filosoof, vertelt over een volk in Arcadië (streek in midden Griekenland) die daar woonden “voordat er een maan in de hemel was”. Zowel de Griekse schrijver Plutarchus als de Romeinse schrijvers Ovidius en Rhodius schreven over “voor-maanse mensen” in Arcadië. Ook Tibetaanse teksten verwijzen naar een volk op het continent “Gondwana” dat al een redelijke beschaving bezat voordat er een maan was. Gondwana was een zuidelijk “supercontinent” dat 200 miljoen jaar geleden bestond uit gebieden die tegenwoordig grotendeels op het zuidelijk halfrond liggen, waaronder Antarctica, Zuid-Amerika, Afrika, India en Australië. Hier een impressie hoe dit supercontinent er moet hebben uitgezien :
Ook auteur en wetenschapper I. Velikovsky schrijft dat er overleveringen van verschillende volkeren bestaan die getuigen dat in een heel oude periode, binnen mensenheugenis, er geen maan was die de aarde vergezelde. Hij vermeldt specifiek het Finse epos Kalevala dat getuigt over een tijd “toen de maan in haar baan geplaatst werd”. Overtuigend bewijs voor de ruimteschip-maan theorie is dit niet en deze fragmenten zijn eerder speculatief maar geven toch een zekere indicatie in die richting.
Aliens op de maan ?
Volgens de Britse auteur Maxwell Cade in zijn boek “Other worlds than ours” zouden er inteligente wezens, of het nu aardbewoners of aliens zijn, onder het maanoppervlak kunnen leven mits enige aanpassing en technische middelen. Men heeft er complete bescherming tegen de kosmische straling en enkele meters onder het maanoppervlak heerst een constante temperatuur van ongev. min 70 Celcius, hetgeen niet veel kouder is dan op Antarctica. Wijlen Dr.Carl Sagan, astronoom en die verbonden was aan de universiteit van Harvard, heeft herhaaldelijk gesuggereerd dat aliens de verborgen zijde van de maan zouden kunnen gebruiken om de aarde te surveilleren. Dit is een uitdagend idee voor vele ufologen.
Een maanbasis heeft voor en nadelen. Als een tamelijk grote kolonie buitenaardsen zich in de buurt van de aarde zou willen vestigen is een maanbasis bizonder geschikt omwille van een constante bevoorrading. Volgens Jacques Vallée ufoloog en onderzoeker zou er dan weer weinig reden zijn om een basis op de verborgen zijde van de maan te vestigen omdat dit dan toch hoofdzakelijk ondergronds zou moeten gebeuren om deze aktiviteiten verborgen te houden voor de telescopen en satelieten van de aardbewoners. Volgens Vallée zou het oprichten en de installatie van enorm grote constructies de enige reden zijn. Maar zelfs dan zouden de aliens duidelijke sporen nalaten die op de maanfoto’s te detecteren zijn. Ook hun ruimtetuigen blijven dan zichtbaar als ze zich van en naar hun basis verplaatsen.
De astronauten
Van al het bewijsmateriaal dat het bestaan van ufo’s en buitenaardse aktiviteit op de maan zou moeten aantonen is er niets zo overtuigend als de waarnemingen en bevindingen van militair personeel en astronauten. De afgelopen decennia vertelden veel astronauten wat ze op hun missies naar de maan werkelijk in de ruimte zagen en meemaakten. In het jaar 1969 publiceerde het Amerikaanse weekblad “National Examiner” dat niet geregistreerd stond en een soort “underground” publicatie was, een vreemd verhaal over de vermeende ontmoeting van het ruimtetuig Apollo 8 met ufo’s tijdens de tocht naar de maan in december 1968. De drie astronauten die toen aan boord waren ontdekten een schijfvormige ufo die parallel vloog met de Apollo 8. Vrij plotseling raakten belangrijke instrumenten, het electrische systeem en de raketmotor buiten werking en het ruimtetuig werd overvallen door een hoogfrequent lawaai en een verblindend licht. Daarna verdween de ufo, er werd een koerskorrektie uitgevoerd en het contact met de vluchtleiding hersteld. Kort daarop was er weer een confrontatie met een andere nog grotere roodgloeiende en zoemende ufo en de Apollo 8 werd getroffen door vreemde licht en warmtegolven. De Apollo 8 begon te kantelen en de sensors weigerden dienst. De astronauten werden dan getroffen door fysiologische verschijnselen zoals migraine, ademnood, geheugenverlies, pijn in de borst en hallucinaties. Na ongeveer 11 minuten verdween de tweede ufo. De contacten met de vluchtleiding in Houston werden dan hersteld maar daar constateerde men dat de Apollo 8 zó ver uit koers was dat dit niet door Houston kon gecorrigeerd worden. De koerscorrectie werd dan door de astronauten zelf uitgevoerd navigerend op de sterren. Deze gebeurtenissen werden uiteraard door de Nasa verzwegen, maar men vermoedt dat door een lek bij een van de Amerikaanse veiligheidsdiensten (welke is niet geweten) dit blad deze informatie in haar bezit kreeg. De kwalen die de astronauten ondervonden werden wel officieel toegegeven. Men kan de vraag stellen of niet hetzelfde scenario plaatsvond tijdens de vlucht van Apollo 13 die toen in ernstige moeilijkheden geraakte.
Er zouden ook bandopnamen van conversaties bestaan tussen maan-astronauten en de vluchtleiding. Volgens onbevestigde rapporten zagen, zowel Neil Armstrong (de eerste man op de maan) als Edwin Aldrin UFO’s kort na de historische landing op de maan van de Apollo 11 op 21 juli 1969. Tijdens die televisie uitzending wees één van de astronauten op een licht in of op de rand van een krater. Er werd om nog meer informatie hierover gevraagd door de missie begeleiding op aarde, daarna hoorde men ineens niets meer. Volgens een voormalige NASA-medewerker Otto Binder, die een eigen VHF ontvangstradio had en Nasa’s uitzending dus omzeilde, vond het volgende gesprek tussen Mission Control en de astronauten plaats :
NASA : Wat is daar ? Mission Control roept Apollo 11 …
APOLLO 11 : Deze “dingen” zijn enorm, Sir ! Enorm ! Oh, mijn God ! Je zou het niet geloven ! Ik vertel je … er zijn andere ruimtevaartuigen hier, keurig op rij, aan de andere zijde van de kraterrand ! Ze zijn op de maan en houden ons in de gaten !
Op een symposium dat naderhand werd georganiseerd naar aanleiding van de maan wandeling in 1969 werd door één van de aanwezige geleerden (naam niet bekend) aan Neil Armstrong de vraag gesteld wat er nu werkelijk gebeurd was met Apollo 11. Armstrong repliceerde daarop dat de mogelijkheid bestond dat ze zouden geconfronteerd worden met aliens, maar dat ze door hen echt geweerd werden. Armstrong zou toen ook gezegd hebben dat hij niet in details kon treden, maar dat hun ruimteschepen die van de aarde ver overtroffen zowel in afmetingen als in technologie en dat ze groot en dreigend waren. De geleerde maakte dan de opmerking dat er achteraf toch nog vluchten naar de maan werden uitgevoerd. Armstrong zei daarop dat de Nasa zich daartoe verplicht had, dat het maar om korte vluchten ging en dat men ook niet kon riskeren dat er op aarde paniek zou uitbreken. Op de foto : Mission Control Houston in 1969.

Het voormalig hoofd van de Nasa communicatie systemen en Frans wetenschapper Maurice Chatelain heeft in 1979 bevestigd dat Armstrong inderdaad gemeld heeft dat hij twee Ufo’s had gezien op de rand van een krater en dat dit gegeven algemeen bekend was in Nasa kringen. Chatelain heeft ook bevestigd dat de Apollo 11 uitzendingen werden onderbroken om dit nieuws voor het publiek te verbergen. Chatelain is ook niet de eerste de beste en heeft een indrukwekkende carrière achter de rug in de lucht en ruimtevaart industrie. Hij beweert verder dat alle Gemini en Apollo vluchten intensief door Ufo’s werden gevolgd. Ook twee gereputeerde wetenschappers in de voormalige Sovjetunie bevestigen deze incidenten en beweren dat de Nasa deze berichten censureerde. Officieus wordt gezegd dat Nasa wel een publieke instantie is maar dat haar programma’s worden gefinancierd door de defensie-begroting van de Verenigde Staten en dat het merendeel van de astronauten onderworpen zijn aan militaire veiligheidsregels. Zij staan onder strikte orders om niet te praten over hun waarnemingen.
De Apollo 11 maanlanding video banden.
Op 17 juli 2009 verscheen er op de Engelstalige website www.alienvideo.net een artikel in verband met het “toevallig” wissen van NASA’s originele opnamen over de landing in juli 1969 van de eerste mensen op de maan. Hier volgt de integrale vertaling in het Nederlands.
Een onwaarschijnlijk verhaal werd nog maar eens door de NASA de wereld ingestuurd. NASA functionarissen hebben toegegeven dat de originele opnamen van de landing van de eerste mensen op de maan in 1969 gewist werden omdat NASA een tekort had aan opnamebanden om hen in de mogelijkheid te stellen hiermee ander materiaal op te nemen. Naar eigen zeggen was dit tekort te wijten aan geldgebrek om nieuwe opnamebanden aan te kopen. Men moet weten dat het ruimteagentschap NASA uiteindelijk jaarlijks een toelage van miljoenen dollars ontvangt van de Amerikaanse regering. NASA beweert echter dat deze historische gebeurtenis niet verloren is omdat ze toen kopieën van de opname aan verschillende nieuwsagentschappen bezorgd hebben. NASA kon dan bij wijze van compensatie een kopie van deze opname “op de kop tikken” die ze naar eigen zeggen dan digitaal zullen laten herbewerken zodanig dat deze kopie beschikbaar zal blijven voor historische doeleinden. Zonder meer een briljante tegenzet. Er werd voor het eerst gewag gemaakt van deze ontbrekende opnamen in 2006 omdat niemand de originele opnamen van de 20 juli 1969 maanlanding kon terugvinden. De uiteindelijke conclusie werd eerst in 2009 gemaakt omdat men tot de ontdekking kwam dat duizenden banden magnetisch waren gewist voor hergebruik.
De historicus Douglas Brinkley verbonden aan de Amerikaanse Rice universiteit verklaarde : ” Het is verwonderlijk dat Nasa niet het gezond verstand had om, naar alle waarschijnlijkheid hét belangrijkste historische evenement van de 20e eeuw, te bewaren. ” Brinkley voegde er nog aan toe dat de NASA het wel klaarspeelde alle soorten gegevens en artefacten met betrekking tot de Apollo 11 missie te behouden, maar het niet nodig vond de video opnamen van de maanlanding zelf te bewaren. De eerste maanlanding was inderdaad een gigantische stap voor de mensheid. Het was echt een historisch moment voor het menselijk ras. Dus kan men zich de vraag stellen : Hoe is het mogelijk dat de originele opnamen van de maanlanding gewist werden in een tijdperk waarin zelfs de meest onbeduidende zaken bewaard worden voor historische doeleinden ? Het antwoord is voor de hand liggend. Er stond iets op de originele videobanden van de maanlanding dat, zo oordeelde de Amerikaanse regering, het publiek niet mocht zien. Het zou niet verwonderlijk zijn dat de originele opnamen niet gewist werden, maar het gefabriceerde verhaal over de vernietiging van de tapes zou dan een handige zet zijn om anderen ervan te weerhouden de originele beelden te onderzoeken. Naar alle waarschijnlijkheid worden de originele banden bewaard op een super-geheime locatie alleen bekend bij enkele ingewijden.
Het is zelfs mogelijk dat de originele opnamen van de maanlanding in juli 1969 in feite opzettelijk gewist werden. Men kan zich dan weer de vraag stellen waarom ze dit zouden doen ? Het is mogelijk dat er op deze opnamen bewijsmateriaal stond dat we niet alleen zijn in het universum. Misschien is dit bewijsmateriaal zo onbetwistbaar dat, indien dit ontdekt werd, er geen mogelijkheid meer aanwezig zou zijn om het bestaan van buitenaards leven nog langer in de doofpot te stoppen. Men kan zich ook het volgende afvragen : zou het niet kunnen dat dit bewijsmateriaal, indien aanwezig, niet op de kopies van deze videoopnamen te vinden is ? Wel, dit zou mogelijk zijn op voorwaarde dat ze niet werden “bewerkt” alvorens ze verdeeld werden. Heel waarschijnlijk worden deze tapes nu digitaal “bewerkt” in plaats van digitaal herwerkt (digitally re-mastered). Deze herwerkte versie zal dan de facto als maatstaf dienen voor de kopies die dan zullen worden verdeeld. En men kan er zeker van zijn dat enig spoor van de “bewerking” van deze tapes deskundig zal weggewerkt zijn. Blijft natuurlijk nog steeds de vraag wat er echt op deze originele maanlanding opnamen stond. Iedere speculatie in verband met de inhoud van deze tapes zal de regering nog meer aanzetten bedrieglijke informatie te verspreiden en de speculanten als gekken en dwazen te bestempelen. Het is duidelijk dat wat er ook op deze tapes stond, dit voor het publiek verborgen moest blijven.
Voormalig astronaut Edgar Mitchell klapt uit de biecht.
Opmerkelijk en onthullend nieuws is ook dat een voormalig astronaut Dr. Edgar Mitchell, de toenmalige “Lunar Module” piloot van Apollo 14, onlangs verkondigde dat buitenaardsen de aardbewoners al verschillende keren hebben gecontacteerd. Mitchell die nu 77 is was de zesde man die toen over de maanbodem wandelde. Hij meent te weten dat verschillende regeringen wereldwijd dit gegeven al 60 jaar lang verborgen houden. Mitchell heeft dit gezegd naar aanleiding van een interview met een zekere Nick Margerrison op een Brits radiostation, en voegde er ook nog aan toe dat Nasa verantwoordelijken die contacten hadden met de aliens, deze omschreven als “kleine wezens met een vreemd uiterlijk” identiek aan het traditionele beeld “klein van gestalte met grote ogen en hoofden“. Ook beweert hij dat onze technologie lang niet zo gesofistikeerd zou zijn als de hunne en dat indien ze ons vijandig gezind zouden zijn, we er al lang niet meer geweest waren. Ook wist hij te vertellen dat de Roswell affaire echt is, dat men gelijkaardige gevallen nog steeds onderzoekt, en dat heel het Ufo dossier nu hopelijk zal onthuld worden.
Officiële woordvoerders van de Nasa waren er als de kippen bij om het hele verhaal te ontkennen en verklaarden dat ze zich niet bezighielden met de Ufo problematiek. Onlangs verklaarde ook nog een Zwitsers wetenschapper en voormalig medewerker van de ESA dat men de Nasa niet onvoorwaardelijk kan vertrouwen en dat een contact met aliens en hun technologie een geweldige stap voorwaarts zou betekenen voor zowel onze ruimtevaart als de toekomst van de mensheid in het algemeen. Voorlopig volgt Nasa nog steeds de “doofpot” doctrine, maar wat kun je verwachten van een organisatie die als spotnaam heeft : Never A Straight Answer.
Op de foto’s : E. Mitchell ten tijde van de Apollo 14 vlucht.
Onderaan een opname van een vermeende maan basis en twee oude maanfotos met eigenaardige structuren die op nederzettingen lijken(Bron : Medem,Kiev,Ukraïne).
Lunar Orbiter beelden
Op de website www.ufodigest.com verscheen op 6 december, 2009 een kort artikel van de hand van de Franse ufoloog en onderzoeker Christian Macé over een vermeende ufo basis gefotografeerd door de Lunar Orbiter. Bekijk het fotografisch materiaal onderaan.
Tot slot.
We weten uiteraard niet of al deze verhalen waar zijn maar waar rook is, is ook vuur en zoals dit gewoonlijk het geval is zal de waarheid wel ergens in het midden liggen. Het is echter niet overdreven te beweren dat zowel het Ufo fenomeen als de aanwezigheid van aliens na meer dan 60 jaar (en langer) als reëel kan beschouwd worden. Het is maar de vraag of de mensheid het mogelijk contact met buitenaardsen als een bedreiging of als een zegen zal ervaren.
Wie zich verder wil verdiepen in het mysterie van de maan anomalieën en de maan als mogelijke ruimtebasis, kan deze About.com site bezoeken met in het totaal een 33 tal interessante artikels en fotomateriaal over dit onderwerp.
Url : http://paranormal.about.com/od/lunaranomalies/Lunar_Anomalies.htm
Bronnen :
Literatuur :
Alien Logboek – Jim Marrs
Aliens. Ontmoetingen met het buitenaardse – Marcus Day
Alien Base – Tim Good
Above top secret – Tim Good
Anatomy of a phenomenon – J.Vallée
Zagen zij ze vliegen ? – K. Gösta Rehn
Aan genesis voorbij – S. Sitchin
Websites :
FOCUS OP MARS
Mars heeft altijd een sterke aantrekkingskracht uitgeoefend op de mensheid. Om de twee jaar verdwijnt hij van de hemel, om spectaculair te herrijzen tot een heldere rode ster aan het firmament. Het bloedrode schijnsel aan de hemel boezemde een zekere doodsangst in en wakkerde de oorlogszucht bij de mens aan. Niet voor niets werd deze planeet genoemd naar de Romeinse god van de oorlog.
Copernicus en Galileï zorgden er voor dat Mars zijn intrede deed in de andere werelden of planeten. Copernicus toonde aan dat de rode ster om de zon draaide en Galileï zag door zijn telescoop dat Mars een bol was, net zoals onze aarde. (Zie ook het artikel “Het Sterrenbeeld Aquarius”).
DE ONBEMANDE MARS MISSIES : EEN BEKNOPT OVERZICHT.
De voormalige Sovjetunie.
In het totaal werden er door de Sovjetunie 18 Mars missies op touw gezet en dit vanaf het jaar 1960 tot en met 1988. In de jaren 60 werden er 9 pogingen ondernomen en in de jaren 70 werd 7 maal getracht Mars te bereiken en op de planeet te landen. Tenslotte waren er nog twee pogingen in het jaar 1988 dus na een onderbreking van ruim 15 jaar. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie werd er door de Russische Federatie nog juist één poging ondernomen in het jaar 1996 maar de lanceerraket deed het niet.
Alhoewel de Sovjetunie de rol van pionier vervulde, zeker in de beginfase van de ruimtevaart, en ook als eerste natie de rode planeet bereikte (de Sputnik 22 in 1962), waren hun diverse pogingen zeker geen onverdeeld succes. De Sovjet missies van de jaren 60 en 70 en ook de twee missies in het jaar 1988 werden gekenmerkt door pech en technische mankementen. Van de 18 missies ondernomen door de toenmalige Sovjetunie was alleen de Mars 3 gelanceerd in het jaar 1971 enigzins succesvol. De Mars 3 landde op de planeet, leverde enkele data en een paar goede foto’s op, en er was radiocontact gedurende een tweetal minuten. Hieronder foto’s van de Mars 3 genomen voor de lancering en een paar foto’s van de planeet Mars genomen door het ruimtetuig :
Met de Sputnik 22 zou men voorbij Mars vliegen maar het tuig kwam niet verder dan de atmosfeer en ging toen verloren. Men kan stellen dat globaal genomen de missies van de voormalige Sovjetunie vooral geldverslindende projecten waren die maar een summier resultaat opleverden.
De Verenigde Staten.
Door deze natie werden er tot nu toe 19 tuigen naar Mars gestuurd. Wat betreft de Amerikaanse missies naar Mars kunnen we echter een heel ander verhaal schrijven. Van de 19 missies kan men zeggen dat er 13 succesvol waren en er 6 niet het beoogde resultaat opleverden door falende techniek. De 13 geslaagde missies leverden heel wat fotomateriaal op. Vooral de MARS GLOBAL SURVEYOR van 1996 was zeer succesvol en zond honderdduizenden foto’s naar de aarde. Het contact met de aarde ging verloren in 2006. De MARS ODYSSEY van 2001 en de MARS RECONNAISSANCE ORBITER van 2005 zijn nog steeds operatief. Hieronder een impressie van de Mars Global Surveyor :

Tenslotte zijn er nog de geslaagde missies SPIRIT en OPPORTUNITY gelanceerd in 2003 die alle twee identieke Mars karretjes “ROVERS” genaamd op de planeet hebben neergezet die foto’s en informatie (bodemstructuur – atmosfeer e.d.) moeten verzamelen. Hieronder een impressie van de Spirit Rover :

De twee rovers of Mars karretjes die oorspronkelijk werden gebouwd om een drietal maanden dienst te doen waren begin 2009, dus 5 jaar na de aankomst op Mars in 2004, nog steeds actief bezig met de exploratie van de planeet. Dit wil zeggen dat ze al 20 x hun geplande levensduur hebben overschreden. In het totaal hebben de beide rovers er al 21 km op het Martiaanse terrein opzitten, hebben ongeveer 250.000 foto’s genomen en meer dan 36 gigabytes informatie naar de aarde doorgeseind. Deze rovers zijn ongelooflijk taai en veerkrachtig gezien de extreme omstandigheden waarin ze moeten opereren.
De rovers Spirit en Opportunity worden beschouwd als heel significant voor de wetenschap maar ook voor het feit dat voor de eerste keer een deel van de oppervlakte van een andere planeet werd onderzocht. De laatste communicatie met de rover Spirit vond plaats op 22 maart 2010. Nasa ingenieurs hoopten dat de Spirit weer zou ontwaken nu hij begin 2011 na de harde Mars winter, veelal zonder zonlicht, opnieuw meer energie zou krijgen via zijn zonnepanelen. Dit is echter niet gebeurd. Vermoedelijk heeft het karretje tijdens de Mars winter erg koude interne temperaturen moeten doorstaan en de koude kan talrijke vitale onderdelen en verbindingen hebben beschadigd.
De Marsjeep Opportunity is op datum van 1 juni 2011 nog steeds operatief en bevindt zich nu nabij de “Santa Maria” krater. De Opportunity zal eerlang een bezoekje brengen aan de “Endeavour” krater op ongev. 6 km afstand van de Santa Maria krater.
We kunnen zonder meer stellen dat de pogingen van de Verenigde Staten, alhoewel niet over de ganse lijn succesvol, toch behoorlijke resultaten hebben opgeleverd en nog opleveren. Er worden door de V.S. nog missies gepland in het jaar 2011 (MARS SCIENCE LABORATORY ROVER) en in 2013 (SCOUT MISSION).
De Japanse Missie.
De Japanners deden één poging om Mars te bereiken met de NOZOMI (planet B). Dit tuig werd gelanceerd in 1998, zou om de rode planeet heen vliegen, maar dit mislukte en bevindt zich nu in een baan om de zon. Dus ook deze poging kan men niet echt een succes noemen. Hieronder een impressie van de NOZOMI (planet B) :

De ESA (European Space Agency) missie.
De MARS EXPRESS van de ESA werd gelanceerd in 2003 en met name de sonde, de Mars Express ORBITER is een succes. Deze sonde bezit een “hoge resolutie stereo” camera die al een aantal spectaculaire foto’s van geselecteerde gebieden heeft gemaakt. De Mars Express LANDER echter, BEAGLE 2 genaamd die op de planeet moest landen zendt geen signalen uit en moet als verloren worden beschouwd. Hieronder een impressie van de Mars Express met de Beagle 2 :

Na een kleine berekening moeten we concluderen dat van de 40 Mars missies vermeld op de NASA website, er slechts 37,5 % succesvol waren en 62,5 % om diverse redenen niet het vooropgezette doel bereikten. Zonder meer moeten we een percentage mislukkingen incalculeren omdat Mars missies technologisch ingewikkelde en gevaarlijke opdrachten zijn. De opmerkelijke resultaten van de Amerikanen in het laatste decennium spreken bij velen tot de verbeelding maar zijn eerder fragmentarisch als men alles in zijn totaliteit beschouwt.
BUITENAARDSE QUARANTAINE ?
Niettegenstaande alle geleverde hoogtechnologische inspanningen en het kostenplaatje aan deze missies verbonden, is het toch vreemd en verontrustend te moeten vaststellen dat slechts 1/3 van de pogingen om Mars te bereiken min of meer gelukt zijn en 2/3 de mist ingingen. Grotendeels waren deze missies prestigeprojecten, werden zeer goed voorbereid en er werkten heel wat technici en wetenschappers aan mee. Waren deze mislukkingen alleen maar toe te schrijven aan brute pech, lanceerproblemen of falende techniek ? Bij verschillende tuigen viel het radiocontact uit en verdwenen ze op weg naar Mars of ze kwamen in de atmosfeer terecht en gingen verloren bij de landing.
Er werden door de USSR, de USA en de ESA in het totaal 43 missies naar de planeet VENUS ondernomen. Dit aantal staat vermeld op de NASA website. Van deze 43 missies waren ruim 58 % een succes en een kleine 42 % mislukten. Vergeleken met de Mars missies is dit toch een beduidend gunstiger resultaat. Opmerkelijk is dat er in het totaal 10 Sovjet sondes op de planeet Venus zijn geland, die gegevens over het oppervlak van die planeet hebben doorgegeven, hetgeen een uitzonderlijke prestatie is gezien de extreem hoge oppervlaktetemperatuur (ongev. + 430 Celcius) en de dikke afmosfeer van kooldioxide en wolken die zwavelzuur bevatten. Diezelfde Sovjetunie hadden met hun Mars missies geen of nauwelijks succes, terwijl deze planeet gastvrijer lijkt met koele temperaturen en een ijlere atmosfeer, dus veel aardachtiger dan Venus.
Het is duidelijk dat wat de Venus missies betreft er heel wat meer resultaat werd geboekt, terwijl we hier toch met een planeet te maken hebben die veel onaardser is dan Mars. Waren de mislukte pogingen om Mars te bereiken en er op te landen alleen het gevolg van technisch falen of moeten we veronderstellen dat er een soort quarantaine van buiten de aarde werd opgelegd ? De onderzoeker en auteur Jim Marrs denkt van wel.
Het concept van een buitenaardse quarantaine wordt in zijn boek “Alien Logboek” geïllustreerd met de volgende twee gevallen :
De Atlas raket.
Op 15 september 1964 werd op de U.S. luchtmachtbasis Vandenberg de lancering van een Atlas raket op film vastgelegd. Hier een foto van zo’n type raket uit de jaren 60 :

Toen een paar dagen later de film nog eens werd bekeken zag men plots een UFO in het beeld opduiken op een hoogte van ongeveer 90 km. De UFO vloog recht naar de raket toe en zond een sterke lichtflits uit. De UFO veranderde dan van koers, zweefde boven de raket en er kwam een tweede sterke lichtflits. De UFO vloog nog tweemaal rond de raket, zond nog twee flitsen uit en verdween. Seconden later raakte de raket defect en onbestuurbaar en tuimelde in de Stille Oceaan.
De Clementine.
Een recenter voorbeeld is de lancering van het ruimtetuig “CLEMENTINE” op 25 januari 1994 dat een gezamenlijk project was van de NASA en het U.S. Ministerie van Defensie. Hier een artistieke impressie van de Clementine :

Het tuig werd in een omloop rond de maan gebracht en verbleef daar een tweetal maanden. Het was een nieuw type ruimtevaartuig waaraan een kostenplaatje hing van 75 miljoen dollar en dat werd ontworpen om langere tijd in de ruimte te vertoeven. Enerzijds werd het door de NASA gebruikt om de structuur van het maanoppervlak beter in kaart te brengen en na te gaan of er ijs in de kraters van de zuidpool zat. Anderzijds was het ook een militair onderzoeksproject en moest gesofistikeerde fotoapparatuur op de maan neerzetten. Met het doorsturen van deze foto’s was het de bedoeling veel maanmysteries op te lossen.
Dit ruimtetuig was zeer succesvol, althans wat het NASA gedeelte betreft, en verzamelde heel wat fotomateriaal, stuurde gegevens naar de aarde maar landde uiteindelijk niet op de maan. Weer verloor men de controle over het toestel en werd dit project plots beëindigd. Door een falen van de electronica, een defect in één van de boordcomputers, ging plots alle beschikbare brandstof volledig verloren en wijgerde de motor verder dienst. Dit is dan de officiële versie. Het is vreemd dat een tuig dat zo goed functioneert, plots niet meer werkt en alle brandstof de mist in gaat. Achteraf bleek, dat na grondige analyse van het beschikbare fotomateriaal, er artificiële structuren op de maan werden gevonden. Ook merkwaardig is dat, alhoewel de Russische en Amerikaanse apparatuur op de maan niet meer werkt, er al sedert geruime tijd vreemde rode lichten op het maanoppervlak worden waargenomen.
De Mars Observer.
Op 25 september 1992 werd het NASA ruimtetuig de “MARS OBSERVER” gelanceerd die in augustus 1993 de planeet bereikte. Het tuig was uitgerust met gesofistikeerde camera’s en zou over de rode planeet het beste fotografisch bewijsmateriaal verzamelen sinds de succesvolle VIKING missies in 1976. Hier de Mars Observer voor de lancering :

De NASA had er, een beetje tegen haar zin, in toegestemd de beruchte CYDONIA regio op Mars te laten fotograferen omdat dan vlug zou blijken of het “Mars face” of Mars gezicht, echt was of slechts een optische illusie. Er werd zelfs gevreesd dat NASA de foto’s eerst zou “screenen” vooralleer ze vrij te geven aan de media. Maar dit was zonder de waard gerekend.
Op het moment dat de Observer de planeet Mars bereikte en de camera’s in stelling bracht, verloor men op aarde plots alle contact. Er werden vertwijfelde pogingen ondernomen om de controle te herstellen maar zonder enig resultaat. Nogmaals ging een miljoenen dollar kostend tuig verloren zonder één foto of gegevens door te seinen, en het was weer gissen wat er gebeurd was. Een meteorietinslag ? Een technisch falen ? of was er een vreemdere oorzaak ?
De Phobos missies.
Op 12 juli 1988 stuurden de Sovjets twee onbemande sondes, de PHOBOS 1 en 2 naar Mars. Achteraf is gebleken dat dit de allerlaatste missies waren die de USSR ondernam naar de rode planeet. Dit initiatief ging niet alleen van de Russen uit maar was het resultaat van een nauwe samenwerking tussen Oost en West. Reeds in september, dus twee maand later ging de Phobos 1 op weg naar Mars al verloren. Officiële reden : storing in de radiografische besturing. Phobos 2 kwam in januari 1989 in een baan om Mars met de bedoeling met de gelijknamige maan mee te vliegen en apparatuur op het oppervlak te plaatsen. In maart 1989 werd door het persagentschap TASS bevestigd dat de sonde die bij de maan Phobos opereerde geen contact met de aarde meer maakte. Hieronder een foto van de Phobos 2 voor de lancering :

Volgens de Sovjetrussische vluchtleiding was de missie geen totale mislukking omdat er tijdens de vlucht naar en de baan om Mars beelden en gegevens naar de aarde werden gestuurd. Volgens wetenschapper Marina Popovitsj (eerder vermeld in het artikel “Het Toengoeska Mysterie”) had Phobos 2 vóór het uitvallen nog een merkwaardige foto gemaakt. Het was een reusachtig cilindervormig object van ongev. 25 km lengte dat eveneens een schaduw wierp op de planeet Mars. Daarna verdween de sonde voorgoed. Hieronder de laatste foto van de Phobos 2 met de maan Phobos in beeld en het cilindervormig object en een foto van de schaduw ervan op de planeet Mars :


De Russen wilden deze sonde permanent als automatisch station op de maan Phobos plaatsen, maar weer was dit zonder de waard gerekend. Wat was er gebeurd ? Niemand wist het en er werd achteraf heel geheimzinnig over gedaan. Dit project kostte naar schatting 323 miljoen roebel. Misschien wilde iets of iemand ons eraan herinneren dat de mens het niet voor het zeggen heeft in het zonnestelsel.
Mogelijke buitenaardse ruimtebasis.
Er wordt al geruime tijd gespeculeerd door onderzoekers en ufologen dat Mars en zijn maan Phobos buitenaardse kolonies herbergen of dat deze toch actief zijn op en rond de planeet. De oudste organisatie gericht op het UFO onderzoek APRO (Aerial Phenomena Research Organisation) gevestigd in Tucson, Arizona, USA., en gestart in 1952 beweerde dat deze objecten interplanetair zijn en afkomstig van een kolonie gevestigd op de planeet Mars. Deze organisatie was actief tot het jaar 1988.
De Franse onderzoekers Jeanine en Jacques Vallée ontdekten dat er kennelijk een relatie is tussen het aantal UFO waarnemingen en de afstand van de aarde tot de planeet Mars. Mars is elke 26 maanden op zijn dichts bij de aarde.
Een andere onderzoeker Zecharia Sitchin meent te weten dat er in een ver verleden een ruimtebasis op Mars bestond en deze opnieuw gereactiveerd zou zijn. Hij zegt dat het relatief groot aantal gerapporteerde vreemde toestellen die de aarde bezoeken, onmogelijk zo veelvuldig en in die frequentie, van een verre planeet buiten ons zonnestelsel kunnen komen. Zij moeten van een plek relatief dichtbij afkomstig zijn en een goede kandidaat is Mars en zijn manen Phobos en Deimos, die ze dan zouden gebruiken als springplankbasis.
Reeds in 1963 deed R.H. Wilson, toen hoofd van de afdeling Toegepaste Wiskunde van de NASA, een opmerkelijke verklaring dat de maan Phobos in werklijkheid een kolossale ruimtebasis zou kunnen zijn die in een baan rond Mars cirkelt en dat deze mogelijkheid serieus door de Nasa werd overwogen. Volgens deze geleerde is Phobos al heel lang een raadsel door de vreemde baan rond de planeet die in strijd lijkt te zijn met de natuurwetten. Hij beweerde dat Phobos sneller rond Mars draait dan de planeet rond zijn as wentelt, wat normaal niet mogelijk is, en ook de enige sateliet is in het zonnestelsel die sneller draait dan de moederplaneet.
Enkele jaren eerder in 1959 beweerde een Russische geleerde met de onmogelijke naam Dr. I.S. Shklovsky, ook dat Phobos een kunstmatige sateliet is. Volgens hem is Phobos een lege bol, een enorm ruimteschip dat gebouwd werd om een kolonie Marsbewoners te herbergen toen de dampkring rond de planeet begon te verdwijnen. Dit bracht een felle controverse op gang bij veel andere wetenschappers.
Hieronder een impressie van Mars met zijn manen Phobos en Deimos en een kleurenfoto van Phobos :

VREEMDE STRUCTUREN EN ANOMALIËN.
Het fotografisch materiaal van de Mars missies zoals o.a. de Mariners, de Vikings, de Mars Global Surveyor, de Mars Express en de Rovers, geven een beeld van een planeet gekenmerkt door bepaalde structuren die meestal natuurlijk, maar soms ook artificieel overkomen.
A) Water.
De atmosfeer van de planeet Mars zou maar 0,03 % waterdamp bevatten, maar astronomen zijn het erover eens dat het ooit veel warmer en natter op de planeet is geweest. De bevindingen van de ruimtetuigen die in een baan om de planeet kwamen of er op landden, bevestigden dat water een actieve rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van de planeet. Er zijn foto’s genomen van diepe, kronkelende kanalen die wellicht snelstromende rivieren zijn geweest. Er is sprake van uitgedroogde rivierbeddingen van soms 15 km breed die vele malen het debiet van de Amazone rivier zouden overschreden hebben. Hieronder een drietal foto’s die dit illustreren :
B) Civilisatie.
Door de NASA ruimtesondes Viking 1 en ESA’s Mars Express gemaakte opnamen van het gebied CYDONIA brachten piramideachtige en raadselachtige structuren aan het licht. Er zijn de omtrekken van een gezicht te zien, een soort buitenaards equivalent van de Egyptische sfinks van 1,6 km lang en 800 meter hoog. Volgens ufologen een overblijfsel van een vroegere beschaving bestemd om van bovenaf gezien te worden, een van op grote afstand zichtbaar teken. Ook op aarde hebben vroegere beschavingen grote symbolische afdrukken nagelaten. Zij menen dat deze structuur niet natuurlijk van aard is en een nader onderzoek rechtvaardigt. Ook werd in de buurt van dit object een ingewikkeld complex gevonden van piramideachtige, rechthoekige en ronde structuren.
Volgens NASA zou het gaan om een bedrieglijk spel van licht en schaduw geprojecteerd op een geërodeerde natuurformatie. Ook hier op aarde zijn er voorbeelden van natuurlijke rotsformaties die lijken op hoofden. Onderstaand twee foto’s : 1. de “Mars face” genomen door de Viking 1 in 1976 en 2. hetzelfde gezicht gefotografeerd door de ESA Mars Express met de HRS camera.
Als er ooit op Mars een verlorengegane civilisatie moet bestaan hebben dan zouden deze beelden hiervan een bevestiging kunnen zijn. Men zou deze foto’s kunnen interpreteren als een soort ruine’s en een kunstmatig aangelegde tunnel. Of zijn het door het ruige Mars klimaat geërodeerde of natuurlijk gevormde rotsmassa’s ? Hier een drietal opnamen ter illustratie :

C) Vreemde rotsstructuren.
Nog enkele voorbeelden van merkwaardige structuren op Mars gefotografeerd, al dan niet van natuurlijke of artificiële oorsprong :
Dit is “het doodshoofd” gefotografeerd door de Spirit Rover in de Gusev krater.

Dit is de “man op Mars”. Is dit een beeld of een door erosie aangetaste grillig gevormde rotsmassa ?

Nog een ”Mars face” of door een natuurlijk proces gevormd ?
Dit is de VALLES MARINERIS ook The Grand Canyon van Mars genoemd. Dit is de grootste canyon van ons zonnestelsel. De Valles Marineris heeft een lengte van meer dan 3000 km, is ongeveer 600 km breed en zeker 8 km diep.
Ter vergelijking : de Grand Canyon op aarde is 800 km lang, 30 km breed en 1,8 km diep. De oorsprong van deze Mars Canyon is nog onduidelijk, maar is zeer waarschijnlijk miljoenen jaren geleden ontstaan tijdens het afkoelingsproces van de planeet. Dit beeld is eigenlijk een mozaïk en werd samengesteld met meer dan 100 beelden van Mars genomen door de Viking sonde’s in de loop van de jaren 70.
MARS PHOENIX LANDER.
Het project.
Deze ruimtesonde van de NASA werd gelanceerd op 4 augustus 2007 met het opzet de noordpool van de planeet MARS te onderzoeken. Op 25 mei 2008 landde het tuig op het Mars oppervlak. Het was een geslaagde landing gefotografeerd door de Mars Reconnaissance Orbiter gelanceerd op 10 augustus 2005 en nog steeds operatief. Dit was het eerste ruimtetuig dat ooit zo ver op het noordelijk halfrond van Mars landde.
De sonde heeft tot nu toe onderzoek verricht in Vastitas Borealis op de noordpool waar, volgens het fotografisch materiaal genomen door de Mars Odyssey, al het vermoeden bestond dat er water moest aanwezig zijn. Het project geïnitieerd door de Universiteit van Arizona kostte zo’n 350 miljoen dollar en heeft als doel ter plaatse de bodemstructuur te onderzoeken en na te gaan of er zich onder het ijs microbiologisch leven bevindt of heeft bevonden. Hieronder artistieke impressies van de landing van de Phoenix en de Phoenix met ontplooide zonnepanelen.

Dit ruimtetuig is uitgerust met allerlei apparatuur o.a. een robotarm met camera die 2,35 meter ver reikt om grondmonsters te nemen, ovens om de grond te verhitten, en een toestel “thermal and evolved-gas analyser” genaamd om de vrijgekomen gassen te kunnen analyseren. Ook is er een stereovisie-camera aanwezig en een meteorologisch station.
De voorlopige resultaten.
De NASA heeft bevestigd dat er op Mars inderdaad water voorkomt in de vorm van ijs onder een dunne laag zand en stof. Ook werd er door de Nasa vastgesteld dat in deze regio van Mars kleine hoeveelheden zout voorkomen die misschien voedingsstoffen voor biologisch leven kunnen geweest zijn. Ook werd er calcium carbonaat gevonden dat er op zou kunnen wijzen dat er ooit vloeibaar water was op de planeet. Het is echter niet duidelijk of men daadwerkelijk biologisch leven, zoals microben, heeft aangetroffen. Met de stereovisie-camera werden er reeds ongev. 25.000 foto’s genomen.
Safe mode.
Na meer dan vijf maand operatief te zijn geweest heeft de Marslander zichzelf eind oktober 2008 in “safe mode” gezet als gevolg van de barre weersomstandigheden. In safe mode schakelt de lander alle belangrijke functies uit en wacht op nieuwe instructies van “ground control” op aarde. Door de vluchtleiding werd er overgeschakeld naar de reserve-elektronica en werden de minst kritische verwarmingselementen uitgeschakeld. Door de naderende winter op het noordelijk halfrond van Mars dalen er de temperaturen overdag tot min 45 graden Celcius en min 96 graden Celcius s’nachts en is er het risico van stofstormen. Omwille van het zonlicht dat drastisch vermindert, wordt er door de zonnepanelen onvoldoende stroom opgewekt om de accu’s op te laden en alle instrumenten naar behoren te laten functioneren.
Het is zeer de vraag of de Phoenix lander binnen enkele maanden nog zal “ontwaken” met het aanbreken van de Mars lente. De Nasa vluchtleiding koestert nochtans de stille hoop dat men de lander nog terug operationeel kan maken.
Einde van de Poenix.
In de loop van de maand november 2008 heeft de NASA bevestigd dat de sonde het na vijf maanden activiteit heeft begeven. De sonde is zoals verwacht aan de kou bezweken. Uiteindelijk heeft deze sonde dus twee maanden langer gefunctioneerd dan oorspronkelijk verwacht.
Op 2 november 2008 stuurde de Phoenix de laatste gegevens door. Daarna hielden de accu’s ermee op omdat de zonnecellen in de Marswinter niet genoeg energie kregen. In de bodem van Mars werden sporen van water en ook giftig perchloraatzout aangetroffen waardoor de kans miniem lijkt dat er leven is op de planeet.
Wie zich verder wil verdiepen in de mysteries van de rode planeet en zijn manen, kan deze About.com site bezoeken met een 31 tal interessante artikels en fotomateriaal over dit onderwerp.
Url : http://paranormal.about.com/od/marsanomalies/Mars_Anomalies.htm
Bronnen :
Websites :
http://www.marsanomalyresearch.com
http://www.allesoversterrenkunde.nl
http://www.space.com
Literatuur :
Cosmos – Carl Sagan.
Kosmisch Netwerk – Theo Paijmans.
Alien Contact – Jenny Randles.
Challenge to Science – Jacques & Janine Vallée.
De Sovjet UFO Dossiers – Paul Stonehill.
Aliens – Marcus Day.
Alien Logboek – Jim Marrs.
Buitenaardse Intelligenties – Jean Heidmann.
Aan Genesis voorbij – Zecharia Sitchin.
DE DOOD NABIJ
Een ervaring voorbij ruimte en tijd.
BBC WEBSITE.
In september 2008 verscheen een opmerkelijk artikel op de website van de BBC. Ten einde meer inzicht te krijgen in het fenomeen “bijna- doodervaring” in het kort BDE, zal een uitgebreide studie worden opgezet bij patiënten die met een hartstilstand geconfronteerd werden. Dokters van 25 verschillende ziekenhuizen in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zullen bij 1500 overlevenden, bij wie het hart stilviel of de hersenaktiviteit uitviel, proberen vast te stellen of ze “uittredingsverschijnselen” hebben ervaren. Sommigen vertellen dat ze een tunnel of een fel licht waarnamen, anderen herinneren zich dat ze vanaf het plafond neerzagen op de medische staf. De studie zal een drietal jaar in beslag nemen en wordt gecoördineerd door de universiteit van Southhampton (U.K.)
Om dit uit te testen hebben onderzoekers speciale rekjes met afbeeldingen opgesteld in de reanimatie zone’s, die alleen vanaf het plafond zichtbaar zijn. Dr. Sam Parnia, die de leiding heeft van dit project, zei “indien je kunt aantonen dat er een vorm van bewustzijn blijft bestaan na het uitvallen van de hersenfuncties, kunnen we de mogelijkheid in overweging nemen dat “het bewustzijn” een afzonderlijke entiteit is. Het is niet waarschijnlijk dat we met veel van die gevallen zullen geconfronteerd worden, maar we moeten onbevooroordeeld blijven. En indien niemand deze prenten of afbeeldingen waarneemt, zal dit aantonen dat deze ervaringen illusies of hersenspinsels zijn. Dit mysterie kan men nu onderwerpen aan wetenschappelijke studie”.
Dr. Parnia zelf dagelijks bezig met intensieve verzorging en reanimaties, ziet de noodzaak in van een wetenschappelijke benadering van het BDE fenomeen.
EEN PROCES.
Hij zei ook : “in tegenstelling tot hetgeen algemeen wordt aangenomen is de dood geen specifiek moment. Het is een proces dat aanvangt wanneer in eerste instantie het hart ophoudt te kloppen en daarna de longen en ten slotte het brein niet langer functioneren, dit als gevolg van een infarct. Tijdens een hartstilstand worden de patiënten met deze drie criteria geconfronteerd. Dan volgt een periode van enkele seconden tot een uur of langer, tijdens dewelke het ervan afhangt of de intensieve medische behandeling succes heeft, het hart weer op gang komt, en het stervensproces wordt omgekeerd. Wat patiënten ondervinden tijdens een hartstilstand zal ons in staat stellen te begrijpen hetgeen we naar alle waarschijnlijkheid allemaal zelf zullen meemaken tijdens ons stervensproces.”
Dr. Parnia en zijn collega’s zullen de hersenactiviteit analyseren van 1500 overlevenden van een infarct, en oordelen of zij zich de bewuste prenten of afbeeldingen kunnen herinneren. De ziekenhuizen die aan dit project zullen meewerken zijn Addenbrookes in Cambridge, de universiteitskliniek van Birmingham en de Morriston kliniek in Swansea en ook negen ziekenhuizen in de V.S.
DE DEFINITIE VAN EEN BDE.
De Engelstalige term NDE (near death experience) werd in 1975 geïntroduceerd door de Amerikaanse filosoof Raymond A. Moody. De Nederlandstalige variant werd dan BDE (bijna-dood ervaring). Volgens Moody is een BDE : “een geestelijke ervaring van mensen die getroffen worden door een levensbedreigende fysieke problematiek”.
Een andere benadering is ook : “een bijzondere ervaring die optreedt in een levensbedreigende situatie die de patiënt overleeft” (Dr. Anja Opdebeeck – auteur van het boek “Bijna dood”.)
“Een bijna-dood ervaring is de (gemelde) herinnering van alle indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand, met enkele specifieke elementen zoals het ervaren van een tunnel, het licht, een levenspanorama, het ontmoeten van overleden personen of het waarnemen van de eigen reanimatie” (dit is de definitie van Dr. Pim van Lommel – auteur van het boek “Eindeloos bewustzijn”.
“Bijna-dood ervaringen zijn ingrijpende psychologische gebeurtenissen met transcendente en mystieke elementen, die vooral optreden bij mensen die de dood nabij zijn of in situaties van ernstig lichamelijk of emotioneel gevaar verkeren” (Bruce Greyson – BDE onderzoeker).
“Bijna-dood ervaringen zijn de gemelde herinneringen aan indringende psychologische ervaringen met algemeen voorkomende “paranormale”, tanscendente en mystieke kenmerken, die optreden tijdens een speciale bewustzijnstoestand die ontstaat tijdens een periode van een werkelijk of dreigend lichamelijk, psychologisch, emotioneel, of spiritueel overlijden, en deze ervaringen worden gevolgd door algemeen voorkomende nawerkingen” (definitie van professor Janice Holden voorzitter van IANDS).
Een BDE is eigenlijk niet alleen een uittredingservaring op zich, maar bestaat in wezen uit een vijftal stadia :
Gevoelens van vrede : een buitengewoon aangename gewaarwording van rust en vrede.
De uittreding : de bewustzijnsvorm verlaat het lichaam.
Betreden van duisternis : de tunnel, spriraal of diepte-ervaring.
Het zien van een fel licht : een soort bovenaardse niet verblindende schittering.
Binnentreden in het licht of in een hemels landschap : vredige taferelen met onaardse prachtige kleuren.
Bij een BDE komen nog een aantal elementen aan bod die al dan niet optreden of beleefd worden. Ik wil het nu beperken tot het essentiële en hier niet verder over uitwijden.
HET FENOMEEN UITTREDING.
Met deze studie en dit onderzoek wil men eigenlijk vooral focussen op het fenomeen “uittreding” en dan wel tengevolge van een fysieke problematiek. Robert Allen Monroe, stichter van het Monroe instituut voor Toegepaste Wetenschappen in Virginia (V.S.) en ingenieur van opleiding, wijdde een groot deel van zijn leven aan het bestuderen en experimenteren met dit fenomeen. Volgens hem zijn er twee soorten uittredingservaringen :
a) binnen de grens van de materiële wereld.
In uitgetreden toestand kan de betrokken persoon zijn stoffelijk lichaam en ook de kamer of het vertrek waarin men zich bevindt, waarnemen. Wanneer men dat wenst kan men zich verplaatsen door concentratie en wordt men niet gehinderd door stoffelijke barrières (muren, deuren, ramen). Op die manier kan men bezoekjes afleggen bij buren, vrienden, familieleden of men kan straten, gebouwen, steden en landen bezoeken.
b) buiten de grens van de materiële wereld.
De betrokken persoon is in staat de grens van de materiële wereld te overschrijden. Men kan dan zogezegde “dimensiereizen” maken, d.w.z. andere geestelijke wezens ontmoeten en met hen communiceren door gedachte- en emotieoverdracht. Andere zijnstoestanden ontdekken, bepaalde energiepatronen ontmoeten of in een soort geprojecteerde leegte zijn eigen wereld creëren, dus materialisaties van gedachten en emoties.
DE WETENSCHAP AAN HET WOORD.
BDE’s zijn al eeuwenlang bekend. Meer dan eens zijn er mensen geweest die men dood waande en die vlak voor hun begrafenis ontwaakten en over het hiernamaals konden vertellen. Miljoenen mensen hebben een BDE gehad en in 97 % van de gevallen vindt men het een positieve ervaring. Sinds de toepassing van de moderne reanimatietechnieken worden patiënten frequenter met dit fenomeen geconfronteerd, alhoewel niet iedereen die in een levensbedrijgende situatie terecht komt, een BDE ervaart.
Wat de BDE’s betreft hebben de meeste wetenschappers een conservatieve en behoudende attitude, en willen dit fenomeen in een wetenschappelijke context plaatsen. Tijdens het stervensproces sterven de neurotransmitters in het brein af en veroorzaken een reeks reacties. Volgens hen zijn het hallucinaties veroorzaakt door zuurstoftekort in de hersenen, door te veel kooldioxide in het bloed of door een overproductie van het hormoon endorfine in de hersenen. Het hormoon endorfine werkt in op het centrale zenuwstelsel en onderdrukt de pijn. Dit zou dan de eerste fase van een BDE : een gevoel van rust en vrede veroorzaken. Maar endorfinen zijn geen hallucinogenen en kunnen niet verantwoordelijk zijn voor de totale BDE ervaring.
Wetenschappers hebben ontdekt dat ze door elektrische stimulatie van de temporale hersenkwab sommige BDE elementen kunnen imiteren o.a. het verschijnsel uittreding. Uittredingen komen vaak voor bij bijna dood ervaringen, maar ook gezonde mensen die niet in stervensnood zijn, kan het overkomen. Vele volkeren geloven in uittredingen en men neemt aan dat tussen de 10 en 25 % van de mensen ooit een uittreding heeft ervaren. Over het algemeen ziet men zijn lichaam van enige afstand en heeft men een verhoogd bewustzijn en een intensere waarneming. Psychologen staan hier sceptisch tegenover en vermoeden dat dit fenomeen een herordening is van herinneringen, hallucinaties of lucide dromen.
Andere hypothesen door psychologen naar voor gebracht zijn o.a. :
- de onaangename realiteit van ziekte en dood wordt vervangen door aangename fantasieën om zichzelf te beschermen.
- een BDE is een herinnering aan de geboorte. Als je geboren wordt ga je door een tunnel naar het licht en daar in het licht wacht veel liefde en warmte, dus een soort proces dat in het onderbewuste zit ingekapseld.
- BDE’s zijn een geestelijke afwijking zoals schizofrenie, delirium of dementie.
- op het moment dat je herstelt na een hartaanval moeten de hersenen, na een tijdje inactief te zijn geweest, een soort inhaalbeweging maken en in no-time een verhaal creëren. Dat verhaal zou dan je beleving van de BDE zijn.
- als je doodgaat maakt je lichaam nog een laatste poging tot voortbestaan en bedenkt een verhaal dat de illusies geeft die overeenkomen met een BDE.
Sommige psychiaters denken dat als de zinuigelijke waarneming verzwakt, het visuele hersencentrum de schaarse informatie vervormt tot ringen, tunnels en spiralen. Een andere hypothese is dat het een soort van wensvervulling is op het moment dat de hersenen tussen bewustzijn en bewusteloosheid schommelen. Tot daar deze beknopte wetenschappelijke benadering.
BUITEN TIJD EN RUIMTE.
Een BDE is in wezen een “buiten tijd-ruimtelijke” ervaring. Het opzet om via dit onderzoek meer licht te werpen op het verschijnsel “uittreding” is op zich moedig en hoopgevend, maar het uittredingsfenomeen waarop dit onderzoek is gericht, situeert zich binnen de grenzen van de materiële wereld en vertegenwoordigt maar één aspect van het hele gebeuren. Het inter-dimentionale karakter van de BDE’s zou enigzins geloofwaardiger worden en in een ander daglicht komen te staan als men er, door middel van deze studie, in zou slagen aan te tonen dat de menselijke bewustzijnsvorm een aparte entiteit is.
GETUIGEN AAN HET WOORD.
Op 14 november 2007 zond de Nederlandse omroep VARA/NPS intervieuws uit met twee gerenommeerde BDE experten in de bekende talk-show Pauw en Witteman.
Eerst is er de getuigenis van Mw. Machteld Blickman. Zij is verbonden aan de groep Merkawah, een stichting opgericht in Nederland door een aantal wetenschappers met als doel het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar het BDE verschijnsel. Mw.Blickman had zelf twee bijna-dood ervaringen die haar leven ingrijpend veranderden. Zij volgde een opleiding bij de Academie Integrale Menswetenschappen – SPSO en verricht nu werk op psychosociaal vlak. Zelf noemt zij een BDE : “bewustwording door ervaring” . Op deze video is zij eerst aan het woord.
Een andere expert op dit gebied is Dr.Pim van Lommel. Meer dan 25 jaar werkte Pim van Lommel als cardioloog in een Arnhems ziekenhuis. Hij noteerde veel getuigenissen van patiënten die zeiden een BDE te hebben gehad. Op eigen houtje begon van Lommel een onderzoek dat hij in 2001 in “The Lancet” publiceerde ( The Lancet is een zeer gerenommeerd Brits medisch tijdschrift). In zijn ziekenhuis kregen 344 patiënten een hartstilstand, daarvan bleken er 62 een BDE te hebben gehad. Van zijn hand is ook de bestseller “Eindeloos Bewustzijn”, waarin hij betoogt dat een BDE een unieke ervaring is, en dit niets te maken heeft met zuurstofgebrek of psychose. Volgens hem zijn BDE’s een realiteit.
Dr.Pim van Lommel kon, ondanks zijn medische achtergrond, ook geen verklaring vinden voor de ervaringen van zijn patiënten. Hij maakte wel de voorzichtige conclusie dat onze bewustzijnsvorm zich binnen, maar ook buiten ons lichaam moet bevinden, dus een ruimte waar geen tijd of plaats is. In de kwantumfysica noemt men zo iets “non localiteit”. De kwantumfysica onderzoekt en beschrijft het gedrag van de elementaire deeltjes.
Ons brein fungeert dan als een soort zender/ontvanger voor signalen die in deze non-locale ruimte bestaan. Op die manier zouden onze hersenen een toestel zijn waarmee je je bewustzijn kan ontvangen en dit laten manifesteren in je lichaam. Het bewustzijn zou zich in deze non-localiteit bevinden en daar ook eeuwig blijven bestaan. Hij acht het uiterst waarschijnlijk dat wij een ziel hebben die na onze dood blijft voortbestaan.
Hier volgt dan de getuigenis van Dr. Pim van Lommel.
Niemand weet eigenlijk precies hoe het zit met de relatie tussen de geest (het bewustzijn) en de materie (het brein). Is de geest een bijverschijnsel van bio-electromagnetische aktiviteiten die zich afspelen in het neuronale hersennetwerk ?
De Franse fysicus en bio-fysicus Régis Dutheil, verbonden aan de medische faculteit van Poitiers, stelt dat het bewustzijn bestaat uit een tachyonisch veld dat via de neocortex fysische signalen omzet in een driedimensionale werklijkheid, een visie die aansluit bij de eerder aangehaalde kwantumtheorie. Een tachyon (uit het Grieks takhús = snel) is een hypothetisch subatomair deeltje dat beweegt met een snelheid groter dan de lichtsnelheid. Het begrip tachyon wordt in meerdere theorieën gebruikt. Het wordt verondersteld een deeltje te zijn dat zich op een ruimteachtige baan beweegt en een imaginaire eigentijd heeft. De neocortex is evolutionair het nieuwste deel van de cortex cerebri. De cortex cerebri is het gebied in de hersenen waar informatie uit de rest van het lichaam ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd wordt.
Volgens Dutheil zou na de hersendood het bewustzijn de volle tijdruimtelijke eigenschappen terugkrijgen die volgens Einstein worden opgeroepen bij tachyonische (licht) snelheden. Een bijna-dood ervaring lijkt hiervan te getuigen : wegvallen van oorzakelijke verbanden, ogenblikkelijke ruimtelijke verplaatsing van, én informatieverwerking door het “ontlichaamde” individu, zoals de panoramische terugblik op, de ervaring van het persoonlijke verleden, de voorkennis van de toekomst enz… De legendarische tunnel of diepte ervaring zou het doorbreken zijn van de lichtmuur door de nu zelf licht geworden bewustzijnssubstantie. Het lijkt een aantrekkelijke hypothese maar voor de nuchtere en klaardenkende neuroloog blijft het vraagstuk van het bewustzijn voorlopig onopgelost.
BRONNEN :
De websites : http://news.bbc.co.uk. http://www.merkawah.nl http://www.spso.nl http://www.nickgroen.nl
Literatuur : “Bijna dood” Dr. Anja Opdebeeck ( zeer aanbevolen).
“Op de drempel van de dood” Jean Ritchie
”De tunnel en het licht” Dr. Raymond A. Moody
“Op zoek naar het onbekende” Reader’s Digest.
“Eindeloos bewustzijn” Dr. Pim van Lommel. (zeer aanbevolen)
“Het verborgen Lourdes” Ludo Noens.
De Wikipedia encyclopedie.
DE VREEMDE ARTEFACTEN VAN KIËV
HET KOROLIYEV OBJECT.
Kiëv is de hoofdstad en tevens de grootse stad van de Ukraïne en had in 2001 ongeveer 2.600.000 inwoners. De stad is gelegen aan weerszijden van de rivier de Dnjepr.
Hoe Kiëv er nu uitziet :
Kiëv vlak na de tweede wereldoorlog :
In de ruïnes van Kiëv werd in de zomer van 1947 tijdens opruim-en opbouwwerkzaamheden een merkwaardig object gevonden op een locatie waar vóór de oorlog het Kiëv muziekconservatorium stond. Het object lag 5 à 6 meter onder de grond. Het vreemde tuig was een zilverkleurige, naadloos gestroomlijnde cilinder en had de vorm van een pijl. Het had een diameter van ongev. 3-3,5 meter en was ongev. 5 à 6 meter lang.
Het achterste gedeelte was gelijkmatig afgesneden, naar alle waarschijnlijkheid afgerukt, van het andere gedeelte van het object. Het object had bijkomend smalle aanhechtingen aan de zijkanten en gaven het tuig het uitzicht van een pijl. De vondst werd uitgegraven en ingenieurs van het Sovjet leger werden er bijgeroepen. De site werd onmiddellijk afgezet. Er werd verondersteld dat het tuig een buitenlands projectiel zou kunnen zijn. In het geheim werd het object op een oplegger geplaatst en bedekt met een zeil, van de Ukraïne naar Podlipki in de Sovjetunie getransporteerd. Dit is een plaats in het noord-oosten van Moskou. Later werd deze stad Kaliningrad genoemd en heet nu Korolyev.
Op deze plaats werd het eerste onderzoekscentrum voor luchtprojectielen opgericht. Kaliningrad was later de plaats waar veel geheime militaire projecten plaatsvonden en er werden ook veel UFO waarnemingen gedaan. De vondst werd heel zorgvuldig bestudeerd. Er werd vastgesteld dat het object al enige duizenden jaren onder de grond moest gelegen hebben (ongeveer 3 à 5000 jaar.)
Oorspronkelijk werd het object al gevonden einde de 19e eeuw-begin de 20e eeuw, dus lang voor de october revolutie van 1917, door de beroemde archeoloog Vikentiy Khvoyka die ook de ontdekker was van de Trypillya cultuur, een 7000 jaar oude stad in de Ukraïne. Er werd zo diep mogelijk gegraven maar het was in die tijd moeilijk het object volledig uit te graven. De toenmalige gouverneur van Kiëv werd er, door de Tsaristische politie en de locale authoriteiten, bijgehaald om de hele zaak te onderzoeken. Hij onderzocht het tuig heel aandachtig maar gaf de opdracht het object te laten waar het was omdat hij voor deze operatie de verantwoordelijkheid niet durfde te nemen en het tevens onmogelijk was de herkomst van dit vreemde tuig te achterhalen.
Jaren later in 1947 waren Sovjet wetenschappers en de pioniers van de luchtprojectielen, wel in de mogelijkheid het her-ontdekte object te onderzoeken met behulp van de apparatuur in hun Podlipki labo. Na onderzoek werd vastgesteld dat alleen de voorste cockpitsectie van het tuig werd gevonden. Origineel moest het luchttuig ongev. 11 à 12 meter lang geweest zijn. Jammer genoeg werd het staartgedeelte, dat de behuizing van de motor moest zijn geweest, nooit teruggevonden. Het gerecupereerde cockpit gedeelte was verwijderd op een manier die doet denken aan de toepassing van laser technologie.
Het tuig was zo te zien niet van aardse oorsprong en niet door mensen vervaardigd, omdat er twee kleine zetels waren ingebouwd voor twee heel kleine piloten die heel waarschijnlijk maar 1,20 meter lang moesten geweest zijn. De cabine was echter leeg en de dode piloten werden nooit teruggevonden. Geavanceerde uitrusting, zoals controle instrumenten met knoppen en panelen werden binnenin gevonden. Vreemd genoeg werd een vreemde inscriptie in een onbekende taal in de cabine ontdekt. De tekst kon uiteindelijk ontcijferd worden en bleek oud Sanskriet of een oude Indische taal te zijn.
Later werd gespeculeerd dat het object een soort van antieke “Vimana” moest geweest zijn, die worden beschreven in oude Indische manuscripten zoals de “Vimana Shastra”. Sergey Pavlovich KOROLYEV, later hoogleraar en beroemd Sovjet ontwerper van projectielen, werd hoofd van een “top secret” groep, die werd opgericht om het ontdekte tuig te bestuderen. In verband met deze vondst zei hij meer dan eens tot zijn collega’s : “Het oog kan het zien, maar de tanden kunnen het niet kauwen”. Klaarblijkelijk benadrukte hij het feit dat het tuig zeer geavanceerd was en het wetenschappelijk en technologisch niveau van de USSR in 1947 ver overschreed. Noch de structuur, noch de technologie werd begrepen en bijna niets kon gekopiëerd worden.
Tijdens de jaren 50-60 en 70 werd met het onderzoek verder intensief doorgegaan en moet men er uiteindelijk toch een en ander van hebben opgestoken. Later bleek dat deze vondst en de respectievelijke studie ervan, de Sovjet technologie i.v.m. luchtprojectielen en ruimtetechnologie aanzienlijk moet hebben versneld en dan meer specifiek het ontwerpen van metaallegeringen, controlesystemen en sommige constructietechnieken. Schokkend en verbazingwekkend voor het Westen was dat, 10 jaar na de Kiëv vondst, de reeds vernoemde Korolyev in 1957 de eerste satelliet de Sputnik lanceerde en in 1961 de eerste mens de ruimte instuurde (Yuri Gagarin).
Vreemd genoeg werd dit alles verwezenlijkt door een uitgeput en geruineerd land dat zeer had geleden onder Stalin’s repressies en de tweede wereldoorlog. Ook had de Sovjetunie een aanzienlijke achterstand op de U.S.A. met betrekking tot luchtvaart, ruimte en rakettechnologie. Zodra de Sovjet wetenschappers de Lasertechnologie onder de knie hadden, werden verschillende onderdelen van het tuig losgemaakt en naar labo’s gestuurd voor een gedetailleerde analyse.
Dit verhaal werd openbaar gemaakt door een zekere V. Sukhoveev, een Kiëv resident, wiens vader (een bekend taalkundige) er toen werd bijgeroepen om de inscripties binnen in het toestel te ontcijferen. Ook later in 1962 werd S.P. Korolyev ingeschakeld om een fragment van een vermeende UFO “crash” in de provincie Orenburg (Ural) te bestuderen.
HET REITARSKAJA OBJECT.
In 1953, hetzelfde jaar dat Stalin stierf, werd door archeologen die opgravingen deden in de Reitarskajastraat in Kiëv een vreemde vondst gedaan. Ze ontdekten op ruim 5 meter diepte een grafkelder met een massieve kist erin. In de kist zaten ongeveer vijfhonderd boeken, in het Arabisch, Grieks, Sanskriet en in Slavische talen.
In de boeken stonden tekeningen van ruimtestations, hangars voor ruimteschepen en Star Wars-achtige taferelen. Deze artefacten werden door de toenmalige Sovjetrussische geheime dienst, al na enkele uren in een gesloten voertuig afgevoerd. De archeologen werden aangemaand over deze zaak te zwijgen. De betrokkenen durfden zelfs nauwelijks hun namen noemen.
Wat men daar ontdekte wist men 40 jaar geheim te houden, tot een van hen in 1993 tegen zijn zin zijn relaas deed aan de Kiëvse krant Dzjentri. Dit was een van de beste kranten uit de post-Sovjet periode. De krant publiceerde ook veel details over het UFO onderzoek in Rusland.
HET KIËV BEELDJE.

Dit is een foto van een beeldje dat eveneens in de stad Kiëv werd teruggevonden en dateert van 4000 vóór Christus. Het lijkt op een vreemd uitgedost ruimtemannetje met op het eerste zicht zes vingers (duim niet zichtbaar).
Ik heb geen verdere informatie kunnen terugvinden omtrent de juiste vindplaats en wanneer en in welke omstandigheden het werd gevonden. Lezers die hierover meer gegevens kunnen verstrekken mogen altijd reageren.
We kunnen ons afvragen of al de technologische hoogstandjes die de mensheid nu weet te presteren wel allemaal zo nieuw zijn ? Zou het niet kunnen dat we nu aan een inhaalbeweging bezig zijn, een soort herontdekking, en dat heel oude culturen op aarde toen al een verbluffende technologische kennis hadden. We denken dan aan de oorspronkelijke Egyptische en Soemerische beschavingen of zelfs ouder. Is het mogelijk dat er in een ver verleden een buitenaardse interventie heeft plaatsgehad ?
Dit is misschien heel speculatief, maar toch moeten we hiermee rekening houden.

Bronnen :
Website : www.ufoevidence.org
Het boek “De Sovjet UFO Dossiers” van Paul Stonehill.
HET TOENGOESKA MYSTERIE
TOENGOESKA GEOGRAFISCH EN GESCHIEDKUNDIG.
Vóór de oktoberrevolutie van 1917, die een einde maakte aan het Russische tsarenrijk, heette dit gebied in Oost-Siberië : Toengoeska. De naam is ontleend aan twee belangrijke rivieren die door dit gebied lopen : de Beneden-Toengoeska en de Stenige Toengoeska. Beide rivieren monden uit in de Jenisej. Vanaf het begin van de Sovjetperiode tot het jaar 2005 heette dit gebied Evenkië. Op 17 april 2005 werd met een referendum beslist dat het autonome district Evenkië samen met het district Tajmyr met de kraj Krasnojarsk zouden worden samengevoegd. Op 1 januari 2007 werd dit doorgevoerd. Het voormalige Evenkië was een enorm gebied (767.600 km²) maar had de kleinste bevolking (ongev. 18000 bewoners). Deze uitgestrekte regio is bezaaid met naaldbomen, de bovengrond is bevroren in de winter en moerassig in de zomer. Er heerst een streng klimaat en permafrost is er veel voorkomend. Permafrost betekent dat de ondergrond nooit helemaal ontdooit.
Evenkië was een van de meest afgelegen gebieden van het Russische rijk. Het werd bewoond door nomadische volken, maar later ook door oudgelovigen die in dit gebied hun toevlucht zochten na de val van de tsaar. Uiteindelijk werd in 1908 dit district het decor van de Toengoeska Event. Deze catastrofe vond plaats in het gebied rond Vanavara, een handelsnederzetting aan de oevers van de Stenige Toengoeska.
WAT GEBEURDE ER IN DE VROEGE OCHTEND VAN 30 JUNI 1908 ?
In de vroege ochtend van 30 juni 1908 worden bewoners van Noordwest-China en Mongolië opgeschrikt door een lichtgevend object dat zich met grote snelheid langs de hemel verplaatst. Het had een cylinderachtige-ovale vorm, verspreidde een zeer fel blauwwit licht met een rookpluim achter zich. Boven Rusland vliegt het object nu zo laag, dat het met bulderend geraas gepaard gaat. Volgens sommige bronnen veranderde het object dan van koers en vloog het daarna erg langzaam. Als het dan even later achter de horizon is verdwenen, stijgt er een zwarte rookwolk op, waaruit een enorme steekvlam te voorschijn komt, die gepaard gaat met een hevige hittestraling. Hierna volgt het geluid van een aantal zware explosies, waarvan de tweede de krachtigste was. Een enorme zuil van vuur en stof steeg kilometers op. Overal ter wereld werd de klap geregistreerd, die tot honderden kilometers ver te horen was. De verwoestende kracht was enorm en de nomaden in dit gebied dachten dat de wereld verging. Hieronder twee artistieke impressies van hoe dit object of vuurbal er moet hebben uitgezien.
DE OOGGETUIGENVERSLAGEN.
Nomaden die toen in het gebied bivakkeerden getuigen als volgt :
“opeens werd het boven de heuvel, waar het bos al omgevallen was, heel erg licht, alsof er een tweede zon was verschenen – het deed pijn aan mijn ogen en moest ze zelfs bedekken. En opeens weer een zware donder. Dat was de tweede slag. Het was een zonnige ochtend, zonder wolken, onze zon scheen helder als altijd, en opeens was daar een tweede zon”
“opeens, in het noorden, spleet de lucht in tweeën, en hoog boven het bos leek de hele noordelijke hemel met vuur bedekt te zijn. Op dat moment voelde ik een grote hitte, alsof mijn hemd in brand gevlogen was, deze hitte kwam uit het noorden. Ik wilde mijn hemd uittrekken en weggooien, maar op dat moment was er een knal in de lucht, en een enorme klap was te horen. Ik werd ongeveer zeven meter weggeslingerd en verloor het bewustzijn. De klap werd gevolgd door het geluid dat leek op stenen die uit de lucht vallen, of kanongebulder. De aarde beefde en ik bedekte, liggend op de grond, mijn hoofd omdat ik bang was dat er stenen op zouden vallen.”
Nog meer getuigenissen :
” ik zat net op de veranda, toen ik een geweldige lichtflits zag, die secondenlang duurde. Deze was boven de noordwestelijke horizon te zien. Kort daarna voelde ik en mijn buurman een gigantische hitte en verscheen er een paddestoelachtige vuurbol boven de bomen. Ik voelde vreemde tintelingen en verloor kortstondig het bewustzijn. Toen ik weer bijkwam en opkeek, zag ik een gigantische wolk in de lucht en hoorde ik een daverend gerommel. Mijn rug was verbrand. De hele aarde beefde en in de grond kwamen scheuren.”
“opeens klonk korte tijd een zeer luid gekraak… het was de eerste donderslag die we hoorden. De aarde begon te trillen en te schokken, een geweldige rukwind smeet onze tsjoem (kegelvormige nomadentent) om. Toen zag ik iets vreselijks : de bomen sloegen om, de takken brandden. Het was heet, zo heet dat je bang was te verbranden. Opeens werd het op de plaats waar de bomen omgeslagen waren licht, alsof een tweede zon aan de hemel was verschenen.” Hieronder een foto van een tsjoem of nomadentent.
De bewoners van de Vanavara nederzetting getuigden :
“het gehele noordelijke deel van de hemel werd verlicht door een vuurbal waarvan het licht sneller was dan de zon. De hittestraling was zo hevig dat we vreesden dat onze kleding vlam zou vatten. Tegelijkertijd voelden we de grond onder onze voeten trillen en schokken en hoorden we donderende geluiden als van een zeer zwaar onweer.”
Als er dan jaren later een expeditie op touw wordt gezet en de expeditieleden hierover vragen stellen aan de lokale bevolking, hebben ze hier grote bedenkingen bij. Sommigen weigeren zelfs over het gebeurde te praten en enkelen ontkennen het zelfs geheel. Er blijkt een behoorlijk taboe op te rusten en veel Evenken zien deze gebeurtenis als een straf van OGDY, hun vuurgod, die weer zal toeslaan als men het gebied binnendringt.
DE IMPACT, GEOGRAFISCH EN ATMOSFERISCH.
Geografisch.
De vernielingen op het terrein waren enorm. De explosie was zo gewelddadig dat een gebied zo groot als de stad Londen letterlijk met de grond gelijk werd gemaakt. Tot op honderden kilometers in de omtrek worden daken van huizen gerukt en mensen en dieren worden omvergeworpen. Tot zover het oog reikt zijn alle bomen omvergedrukt, allemaal liggend in één richting nl. van het inslagpunt af. Alleen in sommige laagten die redelijk beschut lagen ten opzichte van het vermeende inslagpunt, staan er nog bomen overeind. Op de grond is alles verschroeid en het is duidelijk dat dit door een hittestraling is gebeurd. De twee onderstaande foto’s werden genomen tijdens de eerste expeditie naar dit gebied.
Een trein van de Trans-Siberische spoorweg moet stoppen omdat de spoorbaan zo hevig trilt. De explosie had het equivalent van een kernbom van 10 megaton d.w.z. 500 keer de energie die vrijkwam bij de atoombom op Hiroshima. Sommige bronnen vermelden dat latere onderzoeken en berekeningen aan het licht brachten dat deze explosie een kracht van wel 40 megaton zou heben gehad, d.w.z. 2000 keer de Hiroshima bom. Zoals gewoonlijk zijn hierover de meningen verdeeld. Ter vergelijking : een meteoriet die zo’n 50.000 jaar geleden in de Amerikaanse staat Arizona neerkwam, had een kracht van “slechts” 3,5 megoton. Op de foto hieronder de Winslow Arizona krater met een doorsnede van 1,6 km.
Het epicentrum, waarvan achteraf werd vastgesteld dat het een doorsnede had van ongev. 40 km, gaf een desolate aanblik, volledig ontvolkt van mensen, landdieren en vogels. Bewoners rond het Baikalmeer, een enorm uitgestrekt zoetwatermeer in het zuiden van Siberië ongev. zo groot als België, rapporteerden dat, weinig dagen na de gebeurtenis, de rivieren in de omgeving gezwollen waren alsof er ergens een immense dooi was ingetreden. Hier een foto van dit meer.

Volgens een lokale boer hadden rendieren, na de catastrofe, een rare ziekte opgelopen. Ze hadden gekke zweren en gezwellen gekregen en planten en gewassen waren er reusachtig gegroeid. In 1930, ruim twintig jaar na de explosie, kwam er nog steeds geen vis in de rivieren voor. De vuurbal werd ook gezien door een nomadische Mongoolse stam de Tungas geheten die toen dit gebied bevolkten. Deze stam werd het zwaards getroffen door de explosie. Zij hadden te kampen met bosbranden die weken aanhielden en ongev. 1600 km² verwoestten. Ze verloren heel wat rendieren en tenten. Het was een wonder dat er geen doden vielen.
Atmosferisch.
In de hele wereld is te merken dat er iets vreemd is gebeurd. Seismografen in verschillende steden pikken de trillingen op. Verstoringen in het aardmagnetisch veld worden waargenomen. De zons-op en ondergangen zijn opvallend fel gekleurd en de eerste nachten wordt het niet helemaal donker. De lucht vertoont lichtgroene, gele en roze tinten. Uit Europa komen berichten over “witte” nachten. In Nederland wordt op 30 juni melding gemaakt van “een golvende massa” boven de horizon. In Londen denken sommigen dat er een grote brand woedt in het noorden van de stad. In Antwerpen lijkt na zonsondergang de hemel in brand te staan. Inwoners van Londen en Parijs konden de dag na de explosie s’nachts hun krant lezen, en drie nachten achtereen werd het in Europa niet helemaal donker. Dit was vermoedelijk te wijten aan enerzijds, enorme wolken van stof die hoog in de atmosfeer terecht kwamen, en anderzijds het gevolg van radioactieve processen in de bovenlagen van de atmosfeer. De drukgolf ging vermoedelijk twee tot driemaal de aarde rond en de uitdeinende hittestraling, als gevolg van de explosie, werd honderden kilometers verder gevoeld.
De Amerikaanse organisatie “National UFO Reporting Center” afgekort NUFORC refereert in dit verband op haar website : http://www.nuforc.org/GNTungus.html naar een drietal artikels die op woensdag 1 juli, donderdag 2 juli en zaterdag 4 juli van het jaar 1908 in de Londense krant “The Times” gepubliceerd werden. Deze drie artikels zijn alleen al interessant omdat ze deze atmosferische fenomenen duidelijk illustreren.
DE KULIK EXPEDITIE.
Een voor de hand liggende verklaring voor deze geografische en atmosferische fenomenen is er niet, met uitzondering van de seismische trillingen die toegeschreven worden aan een mogelijke aardbeving. Verder onderzoek blijft uit omdat het tsaristische Rusland van toen wel wat anders om het hoofd had dan een expeditie organiseren naar een ver en onherbergzaam gebied. Er heerste politieke onrust, een wereldoorlog dreigde en de Russische revolutie was niet ver af. Een reis naar dit desolate gebied was begin de 20e eeuw geen sinecure. De technische middelen waren beperkt en de logistiek nauwelijks of niet voorhanden. Pas in 1921, na de eerste wereldoorlog en de Russische revolutie, wordt de draad weer opgepikt en kreeg de mineraloog en meteorietenexpert Leonid Kulik de toelating van het Sowjet regime een expeditie naar dit gebied op te zetten. Kulik vermoedde, aan de hand van oude krantenberichten, dat er in 1908 in Siberië een bijzonder grote meteoor moest zijn neergekomen. Dit was ook de meest aanvaardbare hypothese en met de hulp van wetenschappers werkzaam in Evenkië, ooggetuigenverslagen en de expertise van een astronoom, wordt het vermoedelijke epicentrum of inslagpunt bepaald. Het is pas zes jaar later in 1927 dat deze expeditie echt van start gaat. Het is een zware reis, langs ravijnen, moerassen en steile berghellingen, en als Kulik dan de zone van de verwoestingen binnendringt valt het hem en zijn medewerkers op, dat zover het oog reikt alle bomen er plat liggen en dat alles er verschroeid is (zie geografische impact). Kulik weet uiteindelijk het centrum van de explosie of “ground zero” te bereiken. Tot zijn grote verbazing staan alle bomen er nog overeind ! Alleen de geblakerde stammen staan er nog ontdaan van bladeren en takken. Van een inslagkrater of meteorietresten is in heel de omgeving geen spoor te bekennen. In de daaropvolgende jaren leidde Kulik nog enkele expedities naar het gebied, maar ook toen vond hij niets. De arme man overleed in 1942 in een Duits krijgsgevangenenkamp. Hieronder een foto van Kulik.
DE POST-KULIK PERIODE.
Dan ontstond het vermoeden, ook Kulik speelde al met deze idee, dat het object wat het ook mag geweest zijn, boven het aardoppervlak moest zijn geëxplodeerd. Latere onderzoeken en expedities door Sovjetrussische wetenschappers in het getroffen gebied en ook simulaties in laboratoria, bevestigen deze stelling. Men schat dat de explosie moet hebben plaatsgevonden op circa 8 kilometer boven het aardoppervlak. Het was pas in 1958 dat er door de toenmalige Sovjetunie weer een expeditie naar het Toengoeska gebied werd uitgezonden. Ook jonge Sovjetrussische wetenschappers ondernamen daarna nog enkele expedities maar konden geen overtuigend bewijsmateriaal vinden, zeker wat de meteorietinslag hypothese betreft. Sindsdien zijn er nog vele wetenschappers in Toengoeska geweest en na de beëindiging van de koude oorlog, kwamen ook geleerden uit het Westen er hun licht opsteken. De cruciale vragen die de vele wetenschappers bezighielden en nog steeds bezighouden zijn :
Wie of wat veroorzaakte deze gigantische explosie ? Wat voor soort energie richtte deze verwoestingen aan ? Was het kinetische, chemische of zelfs kernenergie ?
De hypothesen omtrent de oorzaak van deze catastrofe zijn legio, maar we gaan nu proberen de meest voor de hand liggende en ook een paar onwaarschijnlijke oorzaken, nader toe te lichten.
DE MOGELIJKE ASTROFYSISCHE OORZAKEN.
Een exploderende meteoriet.
Aanvankelijk was de meteoriet of asteroïde hypothese de meest voor de hand liggende. Volgens wetenschappers komt onze planeet éénmaal om de 200 tot 1000 jaar in aanraking met een rotsblok uit de ruimte. Het raadselachtige was, dat gezien de enorme omvang van de explosie, deze meteoriet een brok steen of ijzer moest geweest zijn van minstens 30 meter doorsnede. Sommige bronnen vermelden zelfs 60 en 70 meter, maar hierover zijn de meningen ook weer verdeeld. Deze stelling kwam op losse schroeven te staan omdat er nooit een impactkrater of meteorietfragmenten werden teruggevonden. Zoals reeds aangehaald hebben zowel Kulik als andere onderzoekers ooit iets op het terrein kunnen terugvinden. De idee, als zou een meteoriet in de dampkring uit elkaar zijn gespat door verhitting met atmosferische moleculen, is beslist haalbaar als er tenminste voldoende kinetische energie werd opgewekt d.w.z. een snelheid tussen de 35000 en 250000 km per uur bij het binnenkomen van de atmosfeer. En dan nog zou deze substantie niet helemaal verdampen en moet er nog een restant overblijven. Uit ooggetuigenverslagen valt echter op te maken dat het object zich iets sneller dan het geluid had voortbewogen, dus veel geringer dan bij een meteoriet. In dit geval verdampt het object niet en slaat het op de aarde te pletter, met als gevolg een enorme krater. Tot besluit kunnen we zeggen dat een meteoriet of asteroïde inslag als oorzaak van het hele gebeuren niet voor 100 % verdedigbaar is. Ter informatie hier een foto van de asteroïde Mathilde gemaakt in 1997.

Een exploderende komeet of een fragment ervan.
Kometen, in tegenstelling tot meteorieten en asteroïden, bestaan uit gruis en stof bijeengehouden door ijs van water, methaan en ammoniak. Als een komeet of een fragment ervan in de aardatmosfeer terecht komt worden de meeste bestanddelen verdampt. Dit zou verklaren waarom er op het terrein niets werd teruggevonden. Ook de staart van de komeet die bestaat uit kosmische stofdeeltjes, zou verantwoordelijk kunnen zijn voor de vreemde lichtverschijnselen in de nachten na de explosie. De Russische geoloog E. Kolesnikov heeft in turflagen die dateren uit de tijd van de explosie een grote hoeveelheid iridium gevonden, een zeldzaam metaal dat op aarde nauwelijks voorkomt, maar naar schatting in overvloed aanwezig is in de ruimte. Een computersimulatie uitgevoerd door het Sandia National Laboratory in de V.S. heeft aangetoond dat, v.b. een komeetfragment of kleine asteroïde dat in de atmosfeer ontploft, verwoestender kan zijn dan een daadwerkelijke inslag. Al deze elementen ondersteunen de komeet hypothese, die bij de meeste wetenschappers ook de beste papieren heeft, maar doorslaggevend bewijsmateriaal is dit nog altijd niet. Hier een foto van de Hale-Bopp komeet die in het jaar 1997 makkelijk zichtbaar was met het blote oog.

Innihilatie van een brok antimaterie.
Deze stelling komt op het volgende neer :
Die bewuste morgen bij Toengoeska is een brok antimaterie de atmosfeer binnengedrongen en dit had als gevolg, innihilatie, een enorme dreun en het vrijkomen van stralingsenergie. Om dit goed te begrijpen doen we een beroep op een beetje natuurkunde. Bij het ontstaan van ruimte en tijd met de “big bang” zou er evenveel materie als antimaterie geproduceerd zijn, en deze twee zouden elkaar hebben moeten vernietigen door innihilatie. De materie heeft het dan gehaald van de antimaterie en er is voldoende materie overgebleven zodat het ons bekende heelal is kunnen ontstaan. Antimaterie heeft een electrische lading die tegengesteld is aan die van materie. Elk elementair deeltje bezit een uit antimaterie bestaande partner. Wanneer materie en antimaterie met elkaar in aanraking komen, treedt er een innihilatieproces op d.w.z. dat materie en antimaterie elkaar beide vernietigen. Bij dit proces komt energie vrij dat wordt uitgestraald in de vorm van licht. Hier een afbeelding van een innihilatieproces.
Men schat dat een gram materie met een gram antimaterie, bij volledige innihilatie, een verbrandingsenergie zou opleveren van ongeveer 30.000 vaten ruwe olie. Volgens sommige natuurkundigen is antimaterie erg zeldzaam, maar volgens anderen toch niet zo uitzonderlijk en is het mogelijk dat er in ons heelal sterrenstelsels voorkomen die volledig zijn opgebouwd uit antimaterie. Deze hypothese bevat veel elementen die de Toengoeska catastrofe zouden kunnen verklaren, maar de meeste wetenschappers zijn van oordeel dat antimaterie in het ons bekende deel van het universum helemaal niet voorkomt. Ook hier bestaan dus twijfels omtrent de haalbaarheid van deze stelling.
Een mini zwart gat.
De zogenaamde stellaire gaten in het heelal onstaan bij de dood van uitzonderlijk grote sterren en hebben een massa van enkele zonnen. De omstandigheden in een zwart gat zijn zo extreem dat ze met de conventionele natuurkunde niet te beschrijven zijn. Het zwaartekrachtveld in een zwart gat is zo krachtig dat zowel materie als licht er niet aan kunnen ontsnappen. Er bestaat een theorie die stelt dat er in de ruimte ook veel kleinere zwarte gaten zouden bestaan die gevormd werden bij de geboorte van het universum (big-bang of oerknal). Als zo’n mini-zwart gat met v.b. een diameter van een tennis of golfbal in de aardatmosfeer zou terechtkomen zou dit de Toengoeska effecten hebben kunnen teweegbrengen. Er zou dan mogelijk kinetische en stralingsenergie vrijkomen, maar dit is louter speculatief. Theoretisch zou een mini-zwart gat dwars door de aarde schieten en er aan de andere kant weer uitkomen. Er is echter destijds geen enkele waarneming gedaan bij een eventueel uittredingspunt dat ergens in de Atlantische Oceaan moet gezocht worden. Dit in de veronderstelling dat zo’n mini-zwart gat het sinds de oerknal overleefd heeft. Deze oer-zwarte gaten geven straling af en men neemt aan dat ze daarbij ook stilaan hun massa verliezen. Het bestaan van deze oer-zwarte gaten of “primordial black holes” is nog steeds niet helemaal bewezen en blijft een hypothetisch gegeven. Overtuigend bewijsmateriaal voor de gebeurtenissen bij Toengoeska is dit dus ook weer niet. Hier een artistieke impressie van een zwart gat.
EEN MOGELIJKE GEOFYSISCHE OORZAAK.
Methaan of moerasgas heeft een geologische oorsprong en is ontstaan uit vergane resten van organisch materiaal. Vooral in sedimenten op de oceaanbodems en in permafrostgebieden zoals bij Toengoeska, bestaan hele grote methaanvoorraden. De Duitse astrofysicus Dr. Wolfgang Kundt is er van overtuigd dat deze ramp werd veroorzaakt door de ontsnapping van 10 miljoen ton methaangas. Naar zijn mening is deze enorme hoeveelheid gas snel vrijgekomen en ontploft. Dit methaangas dat onder het permafrost zit staat vaak onder hoge druk door de dikke ijslaag, zoals methaan op de zeebodem onder enorme waterdruk staat. In aanraking met water kan er dan methaanhydraat ontstaan. Door een kleine verstoring v.b. beweging in de grondlagen, kunnen deze gashydraten uiteenvallen in water en methaangas dat ontsnapt en makkelijk ontvlambaar is. Een lokale ontploffing van dit gas zou dan een kettingreactie hebben teweeggebracht. Iets dergelijks heeft zich ook al eens in Noorwegen voorgedaan. Zo’n 7 à 8000 jaar geleden veroorzaakte een zeer krachtige explosie van methaangas voor de Noorse kust een enorme aardverschuiving. Dit kan gebeuren als de druk van het methaangas groter wordt dan de druk van het zeewater erboven. Dan ontstaat een explosie waarbij methaangasbellen naar het wateroppervlak stijgen. Deze hypothese zou een redelijke verklaring kunnen zijn voor het aantal explosies, de drukgolf en de daaropvolgende hittestraling, maar verklaart niet alle fenomenen die vóór de explosie en achteraf werden waargenomen. Op de foto’s een permafrostgebied in Siberië en brandend methaanhydraat.
MOGELIJKE EXOTISCHE OORZAKEN.
Een fotonenbundel (fotonen zijn massaloze lichtdeeltjes).
Deze hypothese gaat als volgt :
Een buitenaardse civilisatie, op hetzelfde technologische niveau als het onze of verder gevorderd, zou bezig zijn de omliggende zonnestelsels te verkennen door middel van gebundelde lichtstralen met behulp van lasertechnologie. Op de foto een artistieke voorstelling van zo’n straal.
Dr. Marina Popovitsj ook bijgenaamd “Lady Mig” piloot en kolonel in de toenmalige Sovjetrussische luchtmacht, en auteur van het boek “Het Sovjet Dossier UFO”, haalt deze stelling aan in een hoofdstuk over het Toengoeska fenomeen. Als de straal zeer gebundeld en energierijk zou zijn, zou in de atmosfeer voldoende energie kunnen vrijkomen om het Toengoeska effect te veroorzaken. Bij botsing tussen de fotonenstraal en de atmosfeer zou heet plasma ontstaan met als gevolg de vorming van een enorme bolbliksem (200 à 300 meter). Bij de explosie ervan zou dan energie vrijkomen die overeenkomt met de gigantische explosieve kracht van het Toengoeska gebeuren. Dit scenario lijkt misschien iets te ver gegrepen maar is toch niet geheel onmogelijk. Men veronderstelt dat van de 100 vaste sterren die zich het dichts bij onze zon bevinden er 43 over planeten beschikken, waarop vormen van leven zouden kunnen bestaan vergelijkbaar met dat op onze planeet.
De dodende Tesla straal.
Deze hypothese is eigenlijk al te gek en heeft te maken met een vermeend experiment van de Amerikaans-Servische uitvinder en natuurkundige Nikola Tesla. Tesla experimenteerde vooral met electriciteit en het draadloos overbrengen van energie. Er gaat nu een verhaal dat hij werkte aan een “dodende straal” die op grote afstand objecten kon doen vernietigen. Om deze experimenten uitvoerbaar te maken had hij zelfs een labo met toren laten bouwen op Long Island (New York) genaamd Wardenclyffe. Bij de uitvoering van zijn experiment zou hij de straal op een gebied nabij de Noordpool gericht hebben. Dit mislukte echter en in plaats van het pakijs in de Noordelijke IJszee, trof hij het gebied bij Toengoeska in Siberië. Alhoewel N. Tesla een briljant uitvinder was en veel heeft verwezenlijkt, moeten we ook deze hypothese met een flinke korrel zout nemen. Op foto N. Tesla met de Wardenclyffe toren.

De UFO hypothese.
UFO betekent in het Engels “unidentified flying object” of “niet geïdentificeerd vliegend object” in het Nederlands. Een niet geïdentificeerd ruimtetuig van waar ook afkomstig en aangedreven door een nucleaire motor of motoren, geraakt in moeilijkheden, stort neer en explodeert in het Toengoeska gebied. Dit is in essentie het verhaal achter deze hypothese. Hier een artistieke impressie van zo’n ruimtetuig.
Een exploderend buitenaards ruimtetuig lijkt op zich een krankzinnig idee, dat recht uit een science-fiction verhaal komt. Maar dat was het ook ! In januari 1946 publiceerde de Sovjetrussische auteur A. Kasantsev een op science-fiction gebaseerd kortverhaal “De Explosie” genaamd, waarin hij een buitenaards ruimtetuig aangedreven door nucleaire motoren, laat neerstorten in de Taïga van Siberië. Kasantsev’s verhaal zeilde echter de wetenschap binnen omwille van het feit dat twee Sovjet natuurkundigen Aleksej Zolotov en Feliks Zigel, deze ruimteschip “crash” in alle ernst overnamen, als mogelijke oorzaak van het Toengoeska gebeuren. Zolotov en Zigel waren zeker niet de eerste de besten. A. Zolotov was een Sovjet geofysicus en werd later hoogleraar gespecialiseerd in explosies en een authoriteit op het gebied van het Toengoeska onderzoek. Hieronder een foto van Zolotov.
Dr. Feliks Zigel werd professor in de wis- en sterrenkunde en docent aan het Moskouse Luchtvaartinstituut. Hij wordt ook de vader van de Russische Ufologie genoemd. Hieronder een foto van Zigel (niet erg scherp).
Uiteraard werd deze benadering in het wetenschappelijk milieu niet gunstig onthaald en zelfs weggelachen. De voorstanders van het ruimteschip scenario gingen ervan uit dat het bewuste ruimtetuig in het luchtruim is ontploft en een kernreactie heeft veroorzaakt. Deze twee wetenschappers en zeker Feliks Zigel wilden vooral het nucleaire aspect van heel het gebeuren benadrukken.
Ten einde het beëindigen van de oorlog in de Pacific te bespoedigen, hadden de Amerikanen in augustus 1945 op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki een atoombom laten exploderen. Opmerkelijk was dat bepaalde verschijnselen die optraden bij deze kernexplosies, o.a. het verblindende licht, de sterke hittestraling en de enorme kracht, sterk overeenkwamen met die van de Toengoeska explosie. Luchtfoto’s genomen na de tweede wereldoorlog van enerzijds het Toengoeska gebied en anderzijds dat van Hiroshima en Nagasaki, vertoonden een verbluffende gelijkenis. Ook de versnelde plantengroei in het gebied, de vreemde aandoeningen bij sommige dieren en de verstoring van het aardmagnetisch veld zouden op een kernexplosie kunnen wijzen.
Dr.M. Popovitsj vermeldt in haar boek “Het Sovjet Dossier UFO” dat aanvankelijk noch in de bodem noch in het hout van de afgestorven bomen een verhoogde radioactiviteit werd geconstateerd. Dit werd tegengesproken door een groep Sovjetrussische wetenschappers onder leiding van de reeds vernoemde geofysicus A. Zolotov die zich concentreerden op bomen die de catastrofe hadden overleefd. In de jaarringen van na 1908 werd een duidelijke toename van radioactieve isotopen vastgesteld. Ook de auteurs van het boek “Challenge to Science” Jacques en Janine Vallee, vermelden dat twee Amerikaanse wetenschappers Libby en Cowan dezelfde ontdekking hebben gedaan bij het analyseren van oude bomen nabij de stad Tucson in de staat Arizona.
Zowel het atoom als de kernsplitsing waren in 1908 nog niet ontdekt en een natuurlijk proces dat op de aarde kernsplitsing veroorzaakt is tot nu toe onbekend. Dit pleit in het voordeel van deze stelling. Ook werden er op twee locaties in Rusland merkwaardige vondsten gedaan. In 1976 vonden arbeiders aan de oever van de rivier Vjatka (een zijrivier van de Kama in N.O. Europees Rusland) een glimmend brok metaal, de grootte van een vuist. Na nauwgezet precisieonderzoek door verschillende wetenschappelijke instituten in de toenmalige Sovjetunie, bleek dit stuk een legering te zijn van zeven zeldzame aardmetalen. Volgens experten komt in de natuur nooit een dergelijke combinatie voor en is men er nog steeds niet uit hoe dit fragment vervaardigd werd en waar het vandaan kwam. De tot nu toe laatste expeditie op 24 juli 2008 geleid door Yuri Labvin, hoofd van de ”Siberian Public State Foundation”, hebben een groot metaalachtig blok gevonden met een gewicht van ongev. 50 kg. Dit meldde de Russische krant Pravda. Een voorlopige analyse in een labo in Krasnoyarsk heeft aangetoond dat het object is samengesteld uit ijzer en een nog onbekend materiaal. Tot hier toe is geen verdere informatie voorhanden.
Deze UFO hypothese, hoewel zeer controversieel, moeten we toch een kans geven en er zeker niet te lichtzinnig aan voorbijgaan.
De Amerikaan wijlen Carl Sagan (zie foto hierboven), toch een gereputeerd astronoom, haalt in zijn boek “Cosmos” eveneens het Toengoeska mysterie aan en oppert de mogelijkheid (en ik citeer) : dat een ruimtevaartuig van de een of andere, onwaarschijnlijk vergevorderde civilisatie, pech heeft gekregen en is neergestort in een afgelegen gebied van een onbekende planeet (einde citaat). Men moet zich realiseren dat niet geïdentificeerde objecten al heel lang in ons luchtruim worden waargenomen, zelfs vóór de moderne UFO periode die een aanvang nam in 1947 met de waarneming van Kenneth Arnold en de beruchte Roswell affaire. (meer informatie hierover kan men op het internet terugvinden ). De Franse astronoom en befaamd UFO onderzoeker Jacques Vallee vermeldt in zijn boek “Anatomy of a Phenomenon” dat in de periode 1900 tot en met 1946, niet minder dan 107 waarnemingen werden gedaan van niet geïdentificeerde objecten in het luchtruim, op de oceanen en op de grond. Dit zijn dan de gerapporteerde gevallen die in de pers verschenen. Men mag aannemen dat in werklijkheid het aantal waarnemingen veel hoger ligt.
Specifiek voor het jaar 1908, dus het jaar van de Toengoeska Event, werden er waarnemingen gedaan van vreemde lichten en objecten in de buurt van Seattle, Bridgewater en Tacoma in de Verenigde Staten. Ook op verschillende locaties in Denemarken werden er in dat jaar een aantal ongewone objecten en luchtverschijnselen gerapporteerd. Aldus het relaas van auteur en randwetenschapper Theo Paijmans in zijn boek “Kosmisch Netwerk”. Alhoewel de UFO hypothese nog steeds een behoorlijk aantal aanhangers heeft in de het huidige Rusland en er een stevige pro-argumentatie voorhanden is, moeten we toch conluderen dat voorlopig nog onvoldoende bewijsmateriaal beschikbaar is en dat verder onderzoek zich opdringt.
BESLUIT.
Deze catastrofe toont duidelijk aan dat onze planeet niet zo veilig is als we op het eerste zicht denken, en we moeten ervan uitgaan dat een gelijkaardig fenomeen zich in de toekomst opnieuw kan voordoen. De Toengoeska Event vond plaats in een zeer uitgestrekt en afgelegen gebied van onze planeet, maar als dit elders zou gebeuren v.b. in een dichtbevolkt gebied, zijn de gevolgen niet te overzien en kunnen er duizenden tot een paar miljoen slachtoffers vallen. Hoopgevend is echter dat de technologie niet stilstaat en dat het mogelijk moet zijn dat we in de toekomst dergelijke fenomenen, althans van astrofysische en geofysische origine, tijdig zullen kunnen detecteren.
We kunnen stellen dat ruim een eeuw na deze gebeurtenis er nog steeds geen helder omlijnde oplossing is gevonden voor dit mysterie. Verder onderzoek zal ofwel de definitieve oplossing brengen of mogelijk nog meer vragen oproepen.
Tot slot een interessante YouTube video opname van een vijftal minuten met originele beelden van de eerste expedities met commentaren van enkele vooraanstaande wetenschappers.
Bronnen :
Literatuur : reeds vermeld in artikel.
Websites :
http://www.xs4all.nl - http://www.hetgebeurthier.nl – http://home.hetnet.nl – http://www.loraco.nl – http://space.nieuwslog.nl – http://frontpage.fok.nl
http://www.spacepage.be – http://www.kanaal-13.nl .
De internet encyclopedie wikipedia.

Een mooie opname van de Siberische Taïga.













































































































































































____________________________________________________
Deze meldlijnen zijn 24/24 uur beschikbaar. U kunt
uw UFO waarneming melden op onderstaande websites zowel voor België als voor Nederland. Alle meldingen worden geregistreerd, nauwkeurig onderzocht en vertrouwelijk behandeld.
____________________________________________________
____________________________________________________
LINKS NAAR DE MEEST REPRESENTATIEVE UFO VERENIGINGEN IN HET NEDERLANDSE EN ENGELSE TAALGEBIED.
____________________________________________________
____________________________________________________
Alhoewel de wetenschap ze beschouwd als pientere door mensen gemaakte ontwerpen, beweren veel onderzoekers dat er meer dan overtuigend bewijs is dat de oorsprong van sommige van deze mysterieuse formaties onverklaarbaar is.
Hieronder afbeeldingen van ontstane graanformaties die naar alle waarschijnlijkheid binnen de echtheidscriteria vallen.
____________________________________________________
Avebury U.K. 11 augustus 1994
____________________________________________________
Stonehenge U.K. 7 juli 1996
____________________________________________________
Silbury Hill U.K. 24 juli 1999
____________________________________________________
Beckhampton U.K. 28 juli 1999
____________________________________________________
West Kennett U.K. 4 augustus 1999
____________________________________________________
Bishop Cannings U.K. 6 augustus 1999
____________________________________________________
Woodborough Hill U.K. 13 augustus 2000
____________________________________________________
Milk Hill U.K. 14 augustus 2001
____________________________________________________
Chilbolton U.K. 21 augustus 2001
____________________________________________________
Normanton Down U.K. 4 juli 2002
____________________________________________________
Ogbourne St George 15 juni 2003
____________________________________________________
Beckhampton U.K. 13 juli 2003
____________________________________________________
Scrope Wood U.K. 22 juli 2003
____________________________________________________
____________________________________________________
Werd op 19 januari 2006 door de NASA met een Atlas 5 raket gelanceerd en is de eerste missie naar de verre dwergplaneet PLUTO. De sonde moet in juli 2015 in de Pluto regio arriveren. Is voorzien van een RTG radio-isotoop thermo-electrische generator als krachtbron. Zal het uitzicht, samenstelling en atmosfeer van Pluto en andere Kuiperobjecten onderzoeken.
____________________________________________________




